dinsdag 5 mei 2026
Home Blog Pagina 1324

Triumph toont Speed Triple RS tijdens Road Show

0

Geen Motorbeurs Utrecht voor de Triumph Speed Triple S en RS, wel een road show langs heel veel Triumph dealers.

Agressief, wendbaar en doelgericht. Dat waren de kernwoorden waarmee in 1994 de eerste Triumph Speed Triple werd vormgegeven. En daarmee werd de basis voor een factory streetfighter gelegd.

In 2018 gaat het verhaal verder, want ook de 2018 Speed Triple bouwt voort op de balans tussen vermogen, handelbaarheid en inzetgebied. Deze Speed Triple is dan ook de sterkste ooit. De nieuwe S- en RS modellen zijn op alle mogelijke manieren verbeterd, waarbij de RS het hoogste uitrustingsniveau ooit heeft.

De nieuwe Speed Triple RS staat eind april bij de Triumph dealer, de S komt in mei. Triumph laat ook weten dat het niet op de Motorbeurs Utrecht aanwezig is. In plaats daarvan organiseert Triumph een road show.

Klik voor het tourschema van de Triumph Road Show

Officieel: nieuwe Triumph Speed Triple S en RS

0

Dat er nieuwe Speed Triple’s aan zaten te komen, wisten we al sinds een paar dagen vanwege een uit de hand gelopen teaserfilm. Maar meer dan de zekerheid hadden we niet. Tot nu! En Triumph heeft er zin in want de nieuwe S- en RS-modellen zijn volgens de Engelsen de ‘meest geavanceerde en krachtigste’ ooit. Hierdan!  

Aan de basis ligt uiteraard nog steeds een dikke driecilinder. Het 1050cc-motorblok heeft volgens het persbericht wel 105 nieuwe motoronderdelen gekregen en daardoor is bijvoorbeeld het topvermogen ten opzichte van de vorige generatie met zeven procent gestegen naar 150 pk, terwijl het maximale koppel met vier procent toenam tot 117 Nm. Zoals bij alle nieuwe modellen zou de vermogensafgifte bovendien soepeler en meer lineaire moeten zijn.

En waar je aan moet denken qua nieuwe onderdelen en andere zaken? Een lichtere krukas, lichtere aluminium cilindervoeringen met Nikasil-coating, een kleinere startmotor en een lichtere accu en dynamo. Verder hebben de zuigers een ander profiel en zien we een nieuwe cilinderkop met geoptimaliseerde uitlaatpoorten. 

Een nieuw carter verlaagt het oliepeil in de motor, vermindert de weerstand en verbetert de gewichtsverdeling. Het omgeleide oliesmeersysteem voert de motorolie nu direct door de koppakking naar de cilinderkop meldt Triumph, waardoor externe olieleidingen kunnen worden verwijderd. Minder gewicht én een mooier gezicht is het resultaat. Ook fijn is de nieuwe ‘free-flowing uitlaatdemper’ die zorgt voor een beter geluid, zeker op de RS want die heeft standaard sportieve uitlaatdempers van Arrow.

Is alles anders? Nee! Gelukkig niet zou je haast zeggen want de enkelzijdige swingarm bleef. Net als het aluminium frame van de vorige generatie, al vind je op de RS wel een mat-aluminium subframe. 

Met zaken als vijf rij-modes, verbeterd cruise control, een 5 inch full-color TFT-dashboard, verbeterde traction control, een betere versnellingsbak en slipper-koppeling en bochten-ABS op de Speed Triple RS hoopt Triumph klaar te zijn voor de toekomst. Ook qua remmen zit het goed, want Brembo-monoblocs zorgen voor voldoende vertraging. 

Een groot verschil tussen de twee nieuwe Triumph’s zie je onder andere terug in vering. De RS heeft een 43 mm Öhlins NIX30 USD voorvork en Öhlins TTX36 twin-tube schokdemper, beiden met uiteraard volledig instelbare veervoorspanning, compressie- en rebound-demping. De S doet het met een 43 mm Showa voorvork en -achterschokdemper, beiden wel met volledig instelbare veervoorspanning, compressie en rebound-demping.

Ook de kleuren zijn onderscheidend. De Speed Triple S is leverbaar in Jet Black of Crystal White, beide met titanium gekleurd subframe, grafietkleurige pinstripes op de wielen, zilverkleurige zadelstiksels en grafietkleurige logo’s. Bij de Speed Triple RS kun je kiezen uit Crystal White en Matt Jet Black, beiden met een mat aluminium subframe, rode pinstripes op de wielen, rode stiknaden en premium RS-logo’s.

De nieuwe Speed Triple RS zal eind april uitgeleverd worden aan de Triumph dealer, gevolgd door de S in mei. Maar voor de eerste rij-indruk hoef je niet lang te wachten, want binnenkort rijdt Eddie met beide modellen. Zijn relaas staat in MOTO73 nummer 5 die vanaf donderdag 1 maart op de deurmat, dan wel in de winkel ligt. Hopelijk is dan ook de verkoopprijs bekend.

Nieuwe vrienden gezocht

0

Met 13.000 verkochte nieuwe motorfietsen en een occasionmarkt van zo’n 160.000 motoren, mag duidelijk zijn dan motorrijden leeft in Nederland. Een grote groep eigenaren rijdt al jaren, gelukkig! Maar er is ook steeds meer nieuwe aanwas en daar zijn we natuurlijk minstens zo blij mee.

De MOTORbeurs is dat blijkbaar ook, want liefst 500 motorrijders die in 2017 hun motorrijbewijs behaalden krijgen een gratis toegangsbewijs voor de openingsdag. Malou Peters, Brandmanager MOTORbeurs Utrecht: ”Dit jaar willen we laten zien dat motorrijden niet alleen heel erg leuk is, maar ook nog eens de meest slimme manier van vervoer op de drukke Nederlandse wegen.” Lijkt ons een prima doel.

Aanmelden kan hier. Succes en hopelijk tot in Hal 8 op de stand van MOTO73 en Classic & Retro.

Drudi ontwerpt tiende Isle of Man-helm

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Het is een langdurige traditie dat Arai rond deze tijd van het jaar de nieuwe gelimiteerde editie van de Isle of Man helm introduceert. Het is niet alleen een nieuw design, maar Arai heeft ook de samenwerking met de IOM TT verlengd en blijft daarmee het officiële prefered helmenmerk voor de TT-races in de komende jaren.  

De eerste gelimiteerde versie van de Isle of Man helm werd in 2007 geïntroduceerd. Het ‘Centenary’ model vierde honderd jaar TT-races. Dit jaar is de helm dus toe aan zijn tiende verjaardag. Net als bij alle voorgaande modellen is Aldo Drudi van Drudi Performance verantwoordelijk voor het design. De hoofdkleur is zwart met rode details en gouden accenten. Natuurlijk kan de tekst ’10th limited edition’ niet ontbreken. Verplichte kost is het originele TT-logo (dat alleen Arai mag gebruiken op zijn helmen) en het driebenige symbool van het eiland Man. 

De eerste exemplaren van de 2018 RX-7V Isle of Man helm gaan van de hand in de paddock van de TT-races zelf. Pas daarna zijn ze te koop bij officiële Arai-dealers. De voorgaande jaren gingen ze voor € 1099 over de toonbank en ook dit jaar zal het in die buurt liggen.

Getest: BMW R nineT Racer

0

De tijden van vormeloze leren pakken zonder protectie, gele bierkratjes vol cadmium en basic-motoren die we tegenwoordig roadsters noemen. Rijdt de BMW wel hedendaags?

BMW heeft werk gemaakt van de Racer en neemt het sportieve voorkomen bloedserieus. De zithouding is daardoor verre van alledaags. Waar BMW gewoonlijk uitgekristalliseerde ergonomische topmotoren bouwt waar alles precies zit waar het hoort, is het op de Racer een hele speurtocht om het stuur en voetsteunen te vinden. Onwennig duik je diep naar voren om daar de – he-he daar zijn jullie – stuurhelften aan te treffen. Voor de voetsteunen geldt juist het omgekeerde; die staan verder naar achter dan gedacht en ze leveren een pittige ouderwets aandoende kniehoek op.

Mechanisch concert
De verwarring is compleet na het indrukken van de startknop. Het forse geluid dat de enkele uitlaatdemper uitbraakt voert je direct terug naar de tijd dat nozems hun met lawaaipijpen uitgeruste motoren aantrapten. Allemachtig, wat een bak herrie produceert de Racer uit zijn oogstrelende 2-in-1. De Racer tussen twee bochten van bijna stationair tot aan rood volledig opentrekken gaat gepaard met de uiterst inspirerende klassieke BMW-boxerdeun. Dat de Racer er geheel eigen ideeën over ergonomie op nahoudt, goed oogt en klinkt weten we nu wel, maar hoe rijdt hij? Op legale snelheden is het eerste woord dat bovenkomt: veeleisend. Polsen hebben het al snel zwaar onder alledaagse omstandigheden. De stug gedempte stereo schokdempers en voorvork geven verkeersdrempels stevig door. Bij mini-rotondes is het hard werken. De Racer heeft veel gewicht op de voorkant en niet zo’n lekker breed stuur als een R nineT. Je moet de motorfiets de bocht in dwingen.

Beetje vaag
Je zou wel gek zijn om langzaam met de Racer te rijden. De motor wil het niet en jij evenmin. Het gas moet er op, dan voelt deze Beierse snelheidsmaniak zich veel beter. Hij schopt het nooit tot flitsende stuurfiets en behoudt een voorkeur voor vloeiende bochten, maar als die zich onafgebroken aanbieden is het feest. De diepe zithouding die je op de boulevard nog vervloekte, komt plotseling tot zijn recht. Sterker nog: bij dit soort bochtenwerk duik je nog even dieper achter het minimalistische kuipruitje voor dat laatste restje sportiviteit. De Racer is in zijn element als hij tussen de 80 en 140 km/h te keer mag gaan in vloeiende bochten. Het blijft bij dat soort exercities wel vaag waar de grenzen van het rijwielgedeeltes liggen. Is dat een weer een stukje ingebouwd retrogevoel of toeval?

Schuivende achterkant
Bij het afremmen beroept de boxer zich niet op de hulp van ondersteunende elektronica. Bergafwaarts hard remmend en terugschakelend op een bocht afkomen staat dan ook garant voor een glijdende achterkant. Laat dat maar aan de compressie van de dikke twin en het ontbreken van een slipperclutch over. De eerste keer schrik je, maar nog tijdens het schuiven van de achterkant maakt dat plaats voor een gevoel van ‘gaaf!’ Met de remmen is overigens niets mis. Misschien dat staalomwonden leidingen, ABS en volop stopkracht niet bij een authentieke retro horen, maar prijs je toch vooral gelukkig met zo’n indrukwekkende remmenset. Het motorblok heeft zich niet laten kisten door de Euro4-norm en acteert nog altijd zo enthousiast als voorheen. Een maximaal vermogen van 110 pk zou in de jaren zeventig buitenaards zijn geweest, tegenwoordig is het meer dan voldoende voor een stevige portie Freude am fahren.

Old skool hardcore
Een Racer is niet allround en comfortabel genoeg voor woon-werkverkeer, toertochten of vakanties. Dit is een machine voor zonovergoten korte ritten die volledig in het teken van patsen en/of ouderwets tekeer gaan op een veeleisende bochtenweg. Je kunt het deze motorfiets kwalijk nemen dat hij een beperkt inzetgebied heeft, maar daarmee doe je hem tekort. BMW zet hem bewust neer als old skool hardcore retro en zo gedraagt hij zich. De Duitsers hebben hem bij volle verstand neergezet als bad guy en dat gaat hem fans opleveren. Een ding staat als een paal boven water: BMW heeft de meest authentieke retro van het moment. De authentieke en concessieloze zithouding van de Racer is een ode aan het verleden die qua uitstraling geweldig uitpakt, maar niet zonder gevolgen blijft. Dit is met afstand de meest radicale BMW van het moment. BMW verdient alle lof dat ze het lef heeft om een retromotorfiets te bouwen die door zijn (zit)houding ook echt retro is. Van simuleren is geen sprake. De Duitsers voeren het eerbetoon aan het verleden – grundlich als ze zijn – tot in perfectie uit. Dat het daardoor niet ieders cup of tea is, nemen ze op de koop toe.

Tekst: Ad van de Wiel, fotografie: Jan Starek

 

 

[justified_image_grid ids=26820,26821,26822,26823,26824,26825,26826,26827,26828,26829,26830,26831]

In en rond San Morino: Rood DNA-toer door Italië

0

Moedertje Techniek zorgt in Midden-Italië voor een bovengemiddeld hoog gehalte rode racelegendes. Ferrari’s komen uit Modena, Ducati’s rollen in Bologna van de band. Bovendien zijn veel coureurs afkomstig uit de streek rond Modena, Bologna, Rimini en San Morino. Michiel van Dam zoekt met zijn reismakker Uwe Krauss uit hoe het zit met dat rode DNA-virus daar.

In de Bolognese wijk Borgo Panigale is boven de Ducatifabriek het merkmuseum gevestigd, letterlijk boven de banden waarvan de ene Borghese schoonheid na de andere vanaf rolt. Uiteraard is het Ducati-rood wat de klok slaat, maar als motorreiziger fascineert mij de goudkleurige Ducati Apollo, een viercylinder-prototype uit 1963 waarbij voor het eerst de befaamde L-twinconstructie werd toegepast. In 2003 kon coureur Loris Capirossi dit monster testen toen hij zijn carrière bij Ducati begon. Er is slechts één prototype van de Apollo bewaard gebleven. Dat krijgen Uwe en ik niet mee. Maar we treuren niet als we zien wat Ducati voor ons klaar heeft gezet. Multistrada! Hyperstrada! Uitgelaten roffelen we naar San Morino. Eerste republiek ter wereld, First Land of the Free, dat spreekt motorrijders wel aan, toch?

Vrijheid is kopen

Vol verwachtingen rijden we onder het banier door dat ons verwelkomt in het Oude Land van de Vrijheid. Maar wat een teleurstelling. Vestingstad San Marino ontpopt zich als een über-Luxemburg. Het tegenovergestelde van het vrijheid-blijheid-ideaal dat Uwe en mij erheen lokte. Agenten regelen er het verkeer nog nauwgezetter dan in PyongYang. Deze robotachtigen leiden de horden dagjesmensen in banen die bussen uitbraken en even later met tassenvol inkopen weer opslokken. De toeristen worden uitgestort op de parkings, om daarna in de smalle straatjes en steegjes van de vesting La Guaiata een kortstondige vrijheidbeleving te ondergaan: outletstores en souvenierwinkels bieden duty free alcohol, merkleding en bergen rommel aan. Vrijheid is kopen: Coca Cola of Pepsi Cola? Sportkleding van Nike of van Adidas?

Dit is niet ons idee van vrijheid en blijheid, constateren Uwe en we laten het UNESCO-gecertificeerde centro storico verder aan de koophorden over. Zelfs het plaatselijke Ferrarimuseum Maranello Rosso Collezione kan ons hier niet langer houden. We sporen de Ducati’s naar Perticara, naar ons hotel Pian del Bosco, waar de Duitser Michael zijn droom van een gastenhuis in Italië verwezenlijkt. Uit zijn voormalige Heimat komen veel motorrijders, Michael is dus de aangewezen persoon om onze droom van vrijheid-is-blijheid op twee wielen vorm te geven. Met zijn tips op de landkaart getekend zwenken Uwe en ik even later de Ducati’s landinwaarts.

Wat is er toch met dit deel van Italië? Het rode DNA is er niet tot auto’s en motoren beperkt, maar lijkt ook door aderen te pompen van beroemde Italiaanse coureurs die juist uit deze streek afkomstig zijn. Maar helden als Andrea Dovizioso, Mattia Pasini, Alex de Angelis, Massimo Roccoli, Fabio Manghi, Luca Marconi en Doctor Rood DNA himself, Valentino Rossi, hebben hun vaardigheden niet in San Marino of op de overvolle kustwegen rond Rimini verkregen. Op naar de bergen dus, die in het binnenland lokken.

Zien en gezien worden

De bergwereld van Montefeltro fascineert ons al vanaf de eerste kilometers die we afleggen in dit gebied van groene dalen en steile, grijze bergwanden. Op een bergtop van zo’n 640 meter hoogte prijkt San Leo, een vesting die door Vaticaan en Inquisitie als gevangenis werd gebruikt. Geen ontsnappen mogelijk! De tijden zijn veranderd en Uwe en ik kunnen in alle vrijheid en bliheid via een weg in de steile rotswand door de gastvrij geopende poort van San Leo rijden. Kinderkopjes, kantelen, torens, de hele middeleeuwse mikmak passeert de revue. In de smalle straatjes klinkt de blaf van de Ducarti’s nog mooier en heel wat jongedames werpen kokette blikken op de motorfietsen. En hun berijders natuurlijk. Zien en gezien worden, hoe snel wordt een Noord-Europeaan Italiaan?

En hoeveel ‘mooiste dorpen’ heeft Italië eigenlijk? De werkplaats die bordjes met dat opschrift maakt doet in ieder geval goede zaken. Koffiepauze in San Leo is een must, een kopje Segafreddo mag gerust een paar centen meer kosten naast de kathedraal op het Dante-plein. Jaja, ook de grote meester van de Hemelse Comedie liet zich al door San Leo inspireren, evenals Machiavelli trouwens. De rode Bolognesas moeten verder even wachten todat Uwe en ik de vesting hebben bezocht, voormalige martelkelders en hedendaags museum vol wapens en harnassen, heel nobel en riddelijk allemaal, als we de verliezende partijen even uit het geschiedenislesje weglaten. Vrijheid-blijheid is een groot goed, dat we op de Ducati’s extra intens beleven als we de muren van San Leo in de spiegels zien verdwijnen.

Allure

Zoals in Italië gebruikelijk houden natuur en cultuur elkaar onderweg mooi in evenwicht. De Ducati’s boenderen over verlaten weggetjes door bossen en bergen en brengen ons dan weer in een pittoresk plaatsje zoals Pennabilli, ontstaan uit twee tegenover elkaar gelegen burchten, het Kasteel van Penna en het Kasteel van Billi. De geschiedenis is hier zo mooi als je maar kunt bedenken, met de twee rivaliserende families Malatesta en Montefeltro. De laatste familie trok de winnaarskaart, de streek draagt nu hun naam en de stad Urbino hun Renaissancegebouwen. En Penna en Billi werden samengevoegd tot één stadje.

Grootsteedse allure wacht op ons achter de poorten van Urbino. Als rasechte Italianen trekken wij ons niks aan van verbodsborden en stromen we mee in de flow van scooters en motoren. Urbino is een jonge stad, vanwege de 25.000 studenten die er buiten de 15.000 inwoners verblijven.

Tijd voor koffiepauze bij Caffé Academia bij Porta Lavagine en aansluitend een stadsbezichtiging, normaal gesproken een taboe bij de motorreizen die Uwe en ik ’s zomers in Zuid-Europa maken. Maar voor Urbino maken we een uitzondering. Want deze okerkleurige schoonheid biedt niet alleen een afwisseling op ons rode DNA-thema, maar zij moet ook van dichtbij bewonderd worden. In tegenstelling tot San Marino wordt Urbino alleen maar mooier, hoe dichter wij de Ducati’s erheen drijven. Federico II da Montefeltro wilde van Urbino de Città Ideale maken, de ideale Renaissancestad. Dat is hem zo goed als helemaal gelukt.

Mytisch Metauro

Het panorama van muren en torens met het boven alles uitstekende Palazzo Ducale is het werkelijk waard de Ducati’s te laten staan en in het park te gaan zitten om dit prachtpanorama in ons op te nemen. Schoonheid heeft altijd al geïnspireerd. De beroemde kunstenaars Rafaël en Donato Bramante, bouwer van de St. Peter in Rome, kamen uit Urbino. Ook een paus bracht de stad voort. En hoeveel van die jongens en meisjes die ons links en rechts op scooters en motoren inhalen schoppen het straks tot wereldberoemde motorcoureurs?

Na deze stoot cultuur is de beurt weer aan het rode DNA. Valentino Rossi was natuurlijk al een ster voordat hij op Ducati’s ging rijden. Maar zijn link met het Bolognese merk past naadloos in het rode DNA-thema van de Italiaanse streek waar Uwe en ik op de Ducastrada’s doorheen rossen. Op de SS73 zou Valentino Rossi zijn stuurmanskunsten meermaals hebben beproefd. We scheuren voort onder recht-oprijzende rotswanden door met daaronder de Metaurorivier. Metauro, de naam klinkt mythisch en gezien het wegverloop hier zal er heus in de toekomst wel een bloedrood Ducati Matauromodel verschijnen met het perfecte DNA aan boord, geknipt om sportief en toch comfortabel over dit soort wegen te scheuren waar de créme de la créme van de Italiaanse motor- en autoindustrie de thuisbasis heeft en de sporen slijpt. En Metauro rijmt op Apollo, dat kan geen toeval zijn.

Vriend van Rossi

Buiten het netwerk van hoofdverkeersaders, heeft Italië hier ook een fijnmazig stelsel van haarvaten waardoor met natuur en cultuur omgeven het rode DNA stroomt. De S257 blijkt een gelukkige keus te zijn om het rode materiaal uit Bologna op los te laten. Op de grens tussen Umbrië en de Marken steekt de pas Bocca Seriola 730 meter boven zeeniveau uit. Daar komt nog een paar metertjes bij van de bar La Cima op die pas, een een geliefd trefpunt van motorrijders. We ontmoeten er Andrea, KTM-offroadrijder, die de streek op en naast het asfalt op zijn duimpje kent.

‘De S257 is een historische weg, een trainingsparcours waar veel beroemde motorcoureurs hun sporen hebben geslepen,’ vertelt Andrea met typisch Italiaanse bombarie. ‘Net als La Contessa, de weg tussen Gubbio en Fano. Op beide wegen heb ik aardig wat rubber en benzine verstookt, samen met mijn jeugdvriend Valentino Rossi.’ En om blikken en opmerkingen van ongeloof voor te zijn toont Andrea ons een foto van zichzelf en Il Rossi hoogstpersoonlijk. Andrea zwijmelt weg, samen leren motorrijden, samen de bergwegen van Marken en Umbrië onveilig maken, samen dit en dat… Maar sinds Valentino een megaster is zien ze elkaar niet zoveel meer. Kom op zeg Andrea, zien we daar een trillende onderlip?

In het kielzog van Andrea spoeden wij ons na een stabiliserende espresso later richting kust, over dezelfde route die de Romeinse Via Flaminia volgt tussen Rome en Fano aan de Adriatische kust. Onze gids garandeert een fenomenaal stuk stuurpret, de nodige bezienswaardigheden onderweg en belooft ook nadat hij ons bij zijn thuishaven heeft losgelaten tips voor onbekommerd sturen buiten de toeristische drukte om. In Piobicco hebben de Ducati’s eigenlijk niets te zoeken. De berijders ook niet. Dit stadje afficheert zichzelf namelijk als de Sede Modiale del Club dei Brutti, hier is het hoofdkantoor bevestigd van alle lelijkerds. Lelijke Mensen ter Wereld, verenigt U! De vereniging werd in 1879 opgericht om lelijke onhuwbare vrijsters voor levenslange eenzaamheid te behoeden. Datingbureau avant la lettre! Nobele donquichoterie tegen de cosmetische schoonheid waarzonder vandaag de dag dingen en mensen als waardeloos worden beschouwd.

Nou dat kan wel zo zijn, maar die Ducati’s verkopen toch echt niet alleen vanwege hun sublieme motorkarakter, je zit als motorrijder toch liever op een volbloed raspaard dan op een morsig ezeltje.

Illegale GP’s

Aan zien en gezien worden hebben we op de Multistrada en de Hyperstrada geen gebrek. Zelfs niet in Aqualagna, waar de mensen van heinde en ver afkomen op een ander voortbrengsel van Moeder Natuur dat qua uiterlijk geen schoonheidsprijs in de wacht sleept. Maar ook bij Miss Tartuffo gaat het om de rijkdom die achter een gerimpelde uiterlijk schuilgaat. Bij truffels draait alles om de geur en de smaak en heet Aqualagna staat in het teken van deze aardknol die met de nodige raadsels en mysteries is omgeven. Als de extreem zeldzame en dus dure witte truffel er beter uit zou zien, zou haar beeltenis direct naast die van de Heilige Maagd Maria hangen.

Bij Acqualagna gaat La Contessa rechtsaf richting Gubbio. ‘Op deze S3 had Valentino zijn motorongeluk, waarna hij stopte met rijden op de openbare weg. Want te gevaarlijk,’ vertelt Andrea terwijl we op het plein proberen gratis de truffelgeuren op te snuiven. ‘La Contessa is uitgegroeid tot een icoon, waarop nieuwe generaties hun rijkunsten oefenen. Op zondagmorgen rijden hier ondanks de politie honderden motoren illegale GP’s, supermoto’s en suberbike-replica’s zijn dan duidelijk in de meerderheid.’

We laten de Contessa echter rechts liggen en volgen Andrea verder over de betoverende S257 richting kust. ‘Om hier snel te rijden heb je echt moed nodig,’ zegt Andrea ten overvloede. Het wegdek is niet geweldig onderhouden, maar onze Ducati’s poetsen de oneffenheden moeiteloos weg. Wat had je anders verwacht van een machine boordevol rood DNA? Die fabriek-testrijders en coureurs-in-spé zouden wel gek zijn om ergens anders hun oefenrondjes te draaien.

Il Duce Mussolini

Gola del Furlo is in het parcours een onbetwist hoogtepunt. ‘Antico Furlo Albergho’. prevelt Andrea vanuit een sentiment dat het Rooms-Katholieke combineert met wat die geloofsrichting duizenden jaren vooraf gaat. Hier pauzeerde Il Duce Mussolini altijd als hij niet geheel toevallig in de buurt was. Zijn Alfa Romeo stond naast de herberg, de boduguards vermijdden zich in het restaurant terwijl de Grote leider in een nog steeds bewierookte kamer door de waard met lekkernijen werd verwend. ‘Fettuccino met eieren, truffelsomelet en een keur aan putanes werden op zijn kamer bezorgd,’ vertelt Andrea met een knipoog.

‘Toentertijd waren de meiskes van lichte zeden nog van Italiaanse komaf, nu schuimen putames uit Albanië, Roemenië en zelfs Brazilië langs onze wegen.’

Zou Il Duce hier onder het enige geopende vensterluik hebben gestaan en uit zijn volle borst een lied hebben gezongen? ‘O solo mio, Il Duce dulce amoro, tralalalala…’? Andrea aarzelt.

Verwacht hij soms dat we hem uitnodigen voor een smakelijke en vooral dure maaltijd in de Mussoliniherberg aan de ene kant van de weg, of in restaurante Ginestre aan de andere kant, waar de rivier Candigliano langsbruist alsof het het een geheime toverdrank bevat? Niks d’r van. Andrea heeft ons juist lekker gemaakt op de komende etappe en die willen we nu verder zonder dralen aansturen. En zo suizen we door een Romeinse tunnel uit 73 n.C. in de nauwe canyon, door het Candigliano-DNA uitgeslepen in de rotswanden die honderden meters naast de weg oprijzen.

In hoeverre Andrea en Valentino echte Rood DNA-broeders waren kunnen we alleen maar gissen. Andrea heeft in ieder geval woord gehouden, de rit over de S257 was spectaculair, de pitstops onderweg amusant en interressant. Zijn afscheidscadeautje is ook helemaal oké: de strada panoramica langs de kust door het natuurgebied Monte San Bartolo. Hier tussen Gabicce en Pesaro omzeilen we de toeristendrukte die de rest van de kust teistert.

Dit is het terrein van lokale motorrijders, zoals een club politie-agenten die hier volgens Andrea op zondagen komt racen, over een pracht-parcours van zo’n 25 kilometer alleen maar bochten, een paar honderd meter boven de zee.

Kloppend hart

Ons Ducatirood contrasteert fel met het groen van het oerwoud, waar een weg doorheen voert die de ene bocht aan de andere rijgt. Hier en daar schemert het Adriatische blauw tussen de struiken en boomstammen door en hopla, daar is de volgende bocht alweer om voor af te remmen en in te sturen. Uwe en ik begrijpen ondertussen wel hoe het komt dat juist in dit gebied zoveel Rood DNA door benzineleidingen en bloedvaten wordt gepompt.

Voordat we naar de fantastische pizza’s van Pian del Bosco terugsturen maken we nog een pitstop in Tuvallia. Bij het plaatsnaambord staat als maximale snelheid niet 50 kilometer per uur aangegeven. Maar 46. En dan weet je het al. Home of the Doctor Valentino Rossi, compleet met fanshops en een Rossi-pizzeria, waar Il Rossi himself de pizza’s zal aanbevelen?

Tuvallia is voor velen het kloppend hart, het centrum van waaruit het Rode DNA wordt rondgepompt. Tot en met Modena en Bologna aan toe, en natuurlijk door de talloze haarvaten in de bergen, waar coureurs van formaat hun vaardigheden ontwikkelden en twee Ducatistas de ondergaande zon tegemoet. Dat we daarbij nogmaals door de vrije republiek San Marino moeten deert ons niet. Busladingen toeristen verdringen zich in de souvenirwinkels en outletstores, voor deze twee motorrijders ligt het ideaal van vrijheid-blijheid buiten de muren van de imposante vesting. Voor ons zijn de pizza’s van Michael in Pian del Bosco voorlopig nog favoriet. Tussen de als wagenwielen zo grote pizza’s past nog maar net onze wegenkaart op tafel. Onze Rode DNA-route ziet er daarop uit als de plattegrond van een circuit. Wie het nou nog niet snapt koopt maar een hengel of een dambord.

Harley-verkopen dalen wereldwijd, maar Project LiveWire ligt op schema

0

Harley-Davidson zet de komende jaren zwaar in op Project LiveWire. Ook al omdat de verkopen in 2017 wereldwijd met 7,9% zijn gedaald ten opzicht van 2016.

De meeste motormerken die met elektrische motoren bezig zijn, beginnen klein. Met scooters die voor de korte afstand commuters van A naar B kunnen vervoeren. Vaak zijn dat niet de traditionele motorrijders, die motorrijden vooral als een hobby zien in plaats van vervoer. Wanneer de plannen van Harley-Davidson werkelijk uitkomen zou het de eerste van de grote motormerken zijn die vol inzet op elektrische motoren.

Het is een gewaagde zet van Harley-Davidson, maar wel eentje ze moeten nemen. Toen de financiële crisis in 2008-2009 hard toesloeg, concentreerde Harley zich op hun kernmarkt. Buell werd afgesloten, MV Agusta verkocht en er werd volop ingezet op het doorontwikkelen van de bekende V-twin. Het afstoten van Buell en MV Agusta betekende wel dat Harley-Davidson – voorlopig – afscheid nam van andere motorsegmenten als sport en allroad.

De babyboomgeneratie vormt de ruggengraat van het klantenbestand van Harley-Davidson, maar die generatie wordt ouder en ouder. Daarom heeft het bedrijf nieuwe ideeën nodig om jongere motorrijders aan zich te binden, motorrijders die minder op hebben met de traditionele V-twin.

In de resultatenrekening van het vierde kwartaal zegt Harley-Davidson dat het op schema ligt om de eerste elektrische motor binnen 18 maanden te introduceren. Ook kondigt Harley aan dat het agressiever gaat investeren in nieuwe motorrijders bewust te maken van een elektrische Harley-Davidson.

‘De markt van elektrische motoren staat nog in de kinderschoenen’, zegt Matt Levatich. ‘Maar wij zijn van mening dat een premium elektrische Harley-Davidson wereldwijd opwinding zal veroorzaken waardoor motorrijders elektrische motoren als een aanvaardbaar alternatief gaan zien voor de uitoefening van hun hobby. Dat zal op termijn moeten leiden in de groei van Harley-Davidson.’

In de tussentijd verwacht Harley-Davidson dat de verkoop van Harley’s zal blijven dalen. In 2016 werden nog 262.221 Harley’s verkocht, dat aantal daalde in 2017 met 7,9$ tot 241.498. De verwachte aantallen voor 2018 liggen ergens tussen 2310.000 en 236.000. Overigens is de daling van de verkochte aantallen groter dan de omzetdaling (7,9% versus 6,7%) maar dat komt omdat een deel van de omzet 2017 bestond uit motoren die nog in 2016 werden besteld.

Harley-Davidson is ook van plan om de fabrik in Kansas City te sluiten. Daar zijn onmgeveer 800 mensen werkzaam. De assemblagewerkzaamheden die daar worden verricht worden overgeheveld naar de vestigfing in York, Pennsylvania.

Ondanks de daling van de verkoop is het goed om te weten dat Harley-Davidson in de USA, waar meer dan de helft van alle Harley-Davidsons wordt verkocht (147.972 in 2017), Harley nog steeds het grootste motormerk is. Meer dan 50% van de motoren met een inhoud van meer dan 601cc is een Harley-Davidson.

Ondanks de dramatische daling van de verkoop, is het vermeldenswaard dat in de VS, waar meer dan de helft van alle Harley-Davidsons wordt verkocht (147.972 in 2017), Harley nog steeds de grote fietsmarkt domineert, goed voor meer dan 50% van alle verkopen boven 601cc.

Harley-Davidson Sport Glide 2018 – test Promotor

0

Bekijk meer van Promotor op https://www.motor.nl
Abonneer op Promotor Magazine: https://www.motor.nl/aanmelden-promotor
Volg Promotor ook op Facebook: http://www.facebook.com/promotormotome
Volg Promotor ook op Instagram: http://www.instagram.com/promotor_inst

Harley-Davidson Sport Glide

‘Handling abilty meets Long-haul ability’ De nieuwe Harley-Davidson Sport Glide heeft dus niet alleen verse sprintpapieren, maar ontving ook nog een diploma voor de lange afstand, aldus de Amerikanen. Een allrounder dus, om maar sporttermen te blijven. Jaap zocht op Tenerife uit of ’ie ook medaillepotentie heeft.

Offroad leren met Triumph Adventure Experience

1

Tijdens de introductie in Almería, Spanje, van de Tiger 1200 werd duidelijk dat Triumph dit voorjaar in het zuiden van Wales (UK) een eigen off-road trainingsfaciliteit opent. Inmiddels heeft Triumph bevestigd dat je vanaf maart ook in de Benelux deel deel kan nemen aan de Triumph Adventure Experience.

In samenwerking met drie gekwalificeerde off-road rijscholen in Nederland (Experience Island), Vlaanderen (Motokhana) en Wallonië (Richard Hubin Racing School) brengt Triumph het avontuur aankomend seizoen naar de Benelux. Deelnemers aan de Triumph Adventure Experience zullen onder professionele begeleiding training krijgen in het off-road rijden. Dit kan op je eigen motor of op de nieuwe Tiger 1200 of 800 en Triumph Scrambler, die tegen een kleine meerprijs ter beschikking staan.

Meer informatie over deelname en prijzen zijn te vinden op de Triumph website.

Voor Nederland: www.triumphmotorcycles.nl/riding-experiences

Voor België: www.triumphmotorcycles.be/riding-experiences

Vooruitblik: MOTO73 test 2018 Kawasaki H2 SX

0

Op de redactie maken we ons op voor – wellicht – de grootste introductie van het seizoen. Kawasaki verwacht ons namelijk aan de westkust van Portugal voor de eerste meters aan boord van de Kawasaki H2 SX. Testredacteur Nick Enghardt mag op, om en nabij Estoril de eerst test uitvoeren.

Druk op de ketel
Natuurlijk is een machine met drukvulling an sich al een heel bijzondere verschijning; op de hypersportieve H2 was dat al het geval, maar met deze H2 SX kan het pas echt zijn waarde bewijzen. In hoeverre is dit de ultieme toermachine? Dat is de vraag!

Don’t call it an H2!
Vooruit, het heet wel de H2, met als bijvoegsel Kawasaki’s noemer voor de sportieve crossover – SX. Desalniettemin benadrukt het groene merk maar wat graag dat de verschillen tussen de H2 en de H2 SX legio zijn, zeker meer dan op het eerste gezicht lijkt. De hypersport-H2 is een extreem exemplaar met bepaald niet veel comfort en een dorstig keeltje. Daar tegenover staat de H2 SX, die nog altijd sportief voor de dag dient te komen, maar dan in een praktisch jasje. Dat wil zeggen met een gematigdere geaardheid en hopelijk blijkt het ook een gematigder drinker…

Toeren… op Estoril?
In een bijzondere wending van het lot – ahum. – bleek er op de uitnodiging van Kawasaki te staan dat we ook het circuit van Estoril opgaan met de H2 SX. Ze benadrukken dat het nog altijd een toermachine is, maar biedt ons zo wel de kans zijn sportieve grenzen op te zoeken. Gelukkig staat er ook een speeltuin van bochtige wegen op de agenda langs de Portugese kustwegen; naar alle waarschijnlijkheid meer het thuis van de H2 SX. Al kan schijn bedriegen, natuurlijk.

Vraag het Nick
Wil je nog iets weten over deze Kawasaki H2 SX? Laat een reactie hieronder achter en Nick zoekt het persoonlijk voor je uit. Binnenkort zetten wij de eerste ervaringen online op MOTOR.nl. Het uitgebreide testverslag lees je in MOTO73 nummer 4.

Foto: Kawasaki