Morgen vindt in hartje Utrecht de derde editie plaats van ‘Máxima’s Helden Kerstrit’. Hiervoor trotseren naar verwachting ruim tweehonderd motorrijdende mannen en vrouwen uit alle delen van Nederland en België de kou en wind om deel te nemen.
Zij zullen verkleed als Kerstman of -vrouw of als Superheld verzamelen op Mariaplaats. Gezamenlijk zal er een rit door de stad gereden worden. Als belangrijke tussenstop brengen we een bezoek aan het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie.
In de afgelopen weken is er geld opgehaald om het activiteitenfonds van het ziekenhuis te ondersteunen. De doelstelling was 20.000 euro, maar alles wijst er op dat dit bedrag ook dit jaar weer overschreden zal worden.
Dit raakte me diep en met vijftien man van de ‘Amsterdam Classic Riders’ hebben we in een week 1.500 euro opgehaald en een rit door Utrecht gereden. In 2018 is het gegroeid naar ruim tachtig deelnemers – ondanks de sneeuwval. De opbrengst kwam uit op ruim 14.000 euro, bij elkaar gebracht door net over de tweehonderd donaties.
Dit jaar schatten we het aantal deelnemers op ruim tweehonderd. Op het moment van schrijven is er al 16.000 euro binnen van meer dan 350 gulle gevers. De actie loopt nog tot 31 december door. We durven daarmee uit te zien naar een opbrengst hoger dan de doelstelling.
De actie rondom de Kerstrit wordt georganiseerd door Ron Betist van Bike Brewers en zijn compagnon Maurizio Magnano – een uit Italië afkomstige, in Utrecht woonachtige ondernemer.
Kijk voor meer informatie over de Máxima’s Helden Kerstrit eens bij onderstaande links
Aangezien Amsterdam sinds kort gezegend is met een afdeling van Deus Ex Machina, was er geen betere plek om de nieuwe Alpinestars x Deus Ex Machina-collectie te presenteren, en Motor.NL was erbij.
Wat krijg je als je twee van de coolste merken in de motorwereld samenzet? Nou, klaarblijkelijk de Alpinestars x Deus Ex Machina-kledinglijn. Het van oorsprong Australische bedrijf Deus Ex Machine verzorgt het overgrote deel van de styling, terwijl Alpinestars de puntjes op de spreekwoordelijke i zet en de technische kant voor haar rekening neemt. Het resultaat is een complete Alpinestars MX-kledinglijn de opvallende stijlkenmerken van Deus.
De collectie is voor het overgrote deel opgebouwd uit bekende artikelen van Alpinestars, zoals de Radar-handschoenen, de Tech 10-laarzen en de S-M8-helm. De Radar Tech-shirts en de Radar Tech-broek zijn nieuw en speciaal voor de samenwerking gemaakt.
Wat krijg je als je twee van de coolste merken in de motorwereld samenzet?
Moet wel gezegd worden dat de samenwerking best bijzonder is, aangezien Alpinestars en Deus deels concurrenten zijn. De Deus-shirtjes en petjes kom je tegenwoordig overal tegen, terwijl Alpinestars in dezelfde scene vist met haar OSCAR Collection-lijn. Het OSCAR spiraal-logo is zelfs terug te vinden, onder meer op de bovenarm van de shirts.
De collectie werd gepresenteerd in de onlangs geopende zaak van Deus aan de Herengracht in hartje Amsterdam. Voorlopig gaat het met deze collectie om een beperkte oplage. Al kun je er haast wel donder op zeggen dat er meer zal volgen.
Deus Ex Machina ontstond in 2006 in Sydney in Australië. Wat begon als een winkel waar surfen en sleutelen aan motoren centraal stond, groeide al snel uit tot een enorm merk. Met is inmiddels zestien zaken in negen verschillende zaken, kun je wel stellen dat Deus het merk in rap tempo groot geworden is. Momenteel hebben ze naast de zaak in Sydney onder meer winkels in Tokio, Milaan en Los Angeles.
Eens in de zoveel jaar dien je een model te updaten of te vernieuwen. Zeker als je als een soort van benchmark wordt gezien en er driftig wordt gekopieerd. Maar veel vaker is de reden van vernieuwing heel basaal: mindere verkoopresultaten of veranderende wetgeving. De TMAX schrijft voor Yamaha al jaren hoge verkoopaantallen. Daarbij is de TMAX-rijder behoorlijk loyaal. Maar liefst 41% ruilt z’n oude TMAX in voor een nieuwe. Dat wil je natuurlijk graag zo houden. Dus ging twee jaar geleden een team van zo’n 30 personen aan de slag. Resultaat: een blok dat groeide naar 560cc, nog scherper aangezette lijnen, een slankere achterzijde en een smallere taille. Belangrijke wijziging: had de vorige TMAX nog drie versies, de nieuwe heeft er twee: de Yamaha TMAX 560 en de 560 Tech Max. De laatste is de luxe versie met een elektrische ruit, verwarmde handvatten en dito zadel.
Eerder deze week zagen we eindelijk beelden van de voertuigruil tussen Lewis Hamilton en Valentino Rossi te zien. Dat er geruchten gingen dat Hamilton een klein ongelukje gehad zou hebben, werd angstvallig stilgehouden.
Nadat vervolgens die stilte doorbroken werd, was dat niet om met schaamrood op de kaken een misstapje toe te geven. Niets mis toe te dat een MotoGP-machine over het circuit van Valencia jagen iets moeilijker is dan burn-outs doen in de Formule 1-paddock. Tenminste, dat zou je denken.
Hamilton reageerde nog voor het uitkomen van de beelden op de geruchten. Via zijn Instagram gaf hij zijn volgers te kennen hoe enthousiast hij was, hoe goed het ging en vooral hoe niet-fout het ging. Dat terwijl Italiaanse media het met klem melden dat Hamilton toch echt een slippertje gemaakt had. Hieronder het bericht op Lewis Hamiltons Instagram-story.
Daags nadat de eerste beelden – een langere video met meer inzichten volgt waarschijnlijk snel – uitkwamen, moest de Britse zesvoudig F1-wereldkampioen toch bekennen. Tegenover Sky Sports News verklaarde Hamilton het volgende: “De motor is zo moeilijk om te rijden. Ik ben één keer gespind, maar ik kon de motor terugrijden naar de pits. Het is een hele, hele steile leercurve, maar ik leer stap voor stap.”
De Brit had zo zijn respect voor de mensen kunnen uiten die twintig weekenden per jaar het maximale uit dit soort machines halen.
Er vallen twee conclusies te trekken uit het verhaal. Ten eerste de vraag; waarom ontkennen dat er iets misgegaan is? In de wereld van sociale media komt zoiets altijd uit – zoals toen Hamilton op Jerez ook al viel met de Yamaha YZF-R1M superbike verleden jaar. Ten tweede, waarom heeft men het niet gewoon slim gespind? Als Hamilton zuchtend op camera verklaard zou hebben dat hem nog niet meevalt, zo’n Yamaha YZR-M1 – naar verluidt de makkelijks te rijden MotoGP-motor – rijden, had dat hem enorm gesierd. De Brit had zo zijn respect voor de mensen kunnen uiten die twintig weekenden per jaar het maximale uit dit soort machines halen. Het had een mooie pluim op de hoed van MotoGP-coureurs – die hij bewondert – geweest en het zou Hamilton menselijk maken.
Al met al mag er ook wel de kanttekening bij dat Valentino Rossi naar het schijnt ook een keertje achterstevoren gestaan heeft. Alleen valt een auto niet om; een motor, daarentegen… Wie weet komt het omkukelmomentje toch nog terug in de uiteindelijke video. Zou een bijzonder inkijkje zijn te zien en horen hoe een talentvol en succesvol coureur als Lewis Hamilton dat ervaart. Als een motorcoureur een fout maakt heeft hij immers niet de koolstofvezel safety cell om zich heen die een F1-rijder wel heeft.
Op de redactie merken we al langer op dat er flink wordt gemopperd over de nieuwe generatie auto’s die met te felle verlichting rijden. Zeker op regenachtige dagen is het maar lastig om zo’n te fel schijnende auto in je spiegels op snelheid en afstand in te schatten. En tegemoetkomend is het al net zo irritant, als je vizier vol druppels zit.
Dat gemopper krijgt nu grond onder de voeten, dankzij een onderzoek van de ANWB met zusterclubs uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Het onderzoek richt zich op de huidige generatie LED-lampen. Hun conclusie: lampen zijn tegenwoordig te fel en het is niet alleen irritant, maar ook gevaarlijk.
Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van nieuwe Xenon- en vooral LED-lampen problemen opwerpt. Zo is bij LED geen projectorlamp of reflector nodig, omdat LED’s zo klein zijn en goed gericht kunnen worden. Het nadeel is echter een hogere lichtintensiteit vanuit één kleine bron, in plaats van dat de gehele lichtintensiteit wordt gedragen door een grote reflectorkap. Dat ene kleine bronnetje van verlichting is zo fel, dat het tot problemen leidt.
Het LED-systeem bleek maar liefst drie keer zo fel als een blik rechtstreeks in de zon.
Bij een van de LED-systemen hebben de onderzoekers een verlichtingsintensiteit van 210.000 Lux gemeten. Dat is écht fel, want dat is drie keer zo fel als een blik rechtstreeks in de zon. De onderzoekers stippen aan dat dagrij-verlichting tegenwoordig erg fel word ontworpen, om ook overdag in vol zonlicht zichtbaar te zijn. Pas bij duister en donker valt het dan op hoe overdreven fel deze lampen zijn.
De ANWB en andere aangesloten onderzoekspartijen gaan nu gesprekken aan met fabrikanten en overheden. De belangenvereniging pleit er onder meer voor dat een rechtstreekse blik in de lichtbron niet mogelijk zou moeten zijn. Ook zou de lichtintensiteit van koplampen en knipper-, rem-en achterlichten, wettelijk beperkt moeten worden.
Er zijn overigens goede initiatieven om rustiger licht te ontwerpen, zoals ook deze Nederlandse LED-lamp van Hilox. Maar, zolang er geen betere regelgeving komt, lijken fabrikanten vrij om te gebruiken wat ze willen. En vanuit dat standpunt wordt er te vaak voor louter comfort van de berijder gekozen, en niet voor dat van tegemoetkomend verkeer.
Ze zijn nauwelijks te vergelijken, de Tourist Trophy op het eiland Man en de dalen van Tirol tussen de Brenner, de Timelsjoch en de Hahntenjoch. Maar toch: in beide gevallen is het toeristisch, alleen ligt de nadruk in Tirol niet zo extreem op het tempo. Je vindt er echter wel prachtige dalwegen die tot ver over de 2.500 meter hoogte de bergen in lopen, maar ook kleine weggetjes die diep naar de stilte van het achterland voeren.
Het afgelopen jaar hebben we een Bochtencatalogus ingericht. Jij kon bochten inzenden. Uit alle inzendingen hebben we er 14 geselecteerd die in aanmerking komen voor de Mooiste Bocht van Nederland. Je kunt je stem achterlaten op het stemformulier
De bevrijding van West-Europa begon 75 jaar geleden met de landing van 156.115 geallieerde soldaten op de stranden van Normandië. In drie etappes volgen wij het spoor van deze helden, van de D-Day-stranden tot in Wageningen, waar op 5 mei 1945 de Duitse overgave werd getekend. Etappe 3: een reis vol hindernissen.
Ewan McGregor en steun en toeverlaat Charley Boorman zijn bijna halverwege The Long Way Up. Beide heren werden gespot in Nicaragua, maar zijn inmiddels aangeland zijn Guatemala.
EWAN McGregor en zijn goede vriend Charley
Boorman naderen het laatste stuk van hun nieuwste motoravontuur dat van
Zuid-Amerika naar Los Angeles gaat.
De twee zijn nu al meer dan 90 dagen op de weg
op licht aangepaste Harley-Davidson Livewires. De motoren zijn speciaal
ontworpen om de onderneming tot een goed einde te brengen, met langere
veerwegen, spaakwielen, grotere spatborden, allroadbanden en blokbeschermers.
Gemiddeld rijdt het team zo’n 160 km per dag. Gelet op het terrein waar ze
doorheen reizen, is dat helemaal niet zo gek.
Over de heldendaden wordt door de
ondersteuningstroepen – camera en geluid rijden in Rivian R1T pick-ups – en de
beroemdheden zelf met geen woord gerept. Maar een motorrijder op een
elektrische Harley-Davidson zal altijd de aandacht trekken. Lokale pers en publiek
dat het team toevallig ontmoet, leggen hun reis regelmatig vast op sociale
media!
The Long Way Up eindigt in Los Angeles. Dan
heeft het duo ongeveer 4.500 km gereden. Het plan is dat ze daar eind december
aankomen. Dus ze moeten wel opschieten.
We gaan terug terug naar 2014. Michael van der Mark is zojuist wereldkampioen Supersport geworden en wij hebben een interview met Van der Mark. In een vrachtwagen, met Michael als chauffeur.
Haast ontelbare jaren stonden we droog. Kurkdroog. Tot jerez 2014. In dé race van het jaar – en misschien wel van het decennium – werd michael van der mark met de nederlandse pata honda wereldkampioen supersport! De bekroning van jaren bikkelhard werken. Op de motor, met zichzelf en ook zeker in de vrachtwagen.
Het lukt echt zelden iemand om zonder steken tot hier te komen’, klinkt het met veel respect. Niet alleen op de Pata Honda CBR600RR maakt Michael van der Mark dus keer op keer diepe indruk, ook met de vrachtwagen blijkt hij een wonder op wielen te zijn. Want de ‘aanvliegroute’ naar één van de zestig vaste klanten van Van der Mark Transport Rotterdam kent bijna net zo veel uitdagingen als de weg naar de wereldtitel Supersport, maar aan Michael merk je helemaal niets. Terwijl hij zo’n tweehonderd meter achteruit rijdt, inclusief twee scherpe bochten, slalomt hij – met onwaarschijnlijk gemak – tussen schoolgaande jeugd, een niet oplettende scootmobiel, twee ‘luxe wagens’, een vorkheftruck met haast, en gemeen omhoog staande trottoirbanden. En dat ook nog, al pratend over het bijzondere weekend op Jerez. ‘Ik heb klaarblijkelijk m’n dag’, klinkt het droog als we op de plaats van bestemming aankomen. Meer Michael van der Mark wordt het echt niet. Pochen wil hij niet, pochen kan hij waarschijnlijk niet eens. Toch is het commentaar van de net aanrijdende Henk van der Mark veelzeggend: ‘Michael is een echte chauffeur, veel meer dan ik. Natuurlijk, ik kom er ook wel, maar niet zo gemakkelijk als het bij hem gaat. Dat heeft hij al van jongs af aan, toen hij begon met het wassen van de vrachtwagens. Voordat ik het wist reed hij bij ons op het terrein. Omdat hij toen nog zo klein was, stond hij letterlijk achter het stuur en wist hij op één of andere manier bij dat gaspedaal te komen.’
Ook de basis van het racen ligt aan de Overschieseweg in Rotterdam, ingeklemd tussen de A20 en de A13, op een steenworp afstand van Rotterdam The Hague Airport. Op de dam van het transportbedrijf racete Michael met zijn neef Kevin Bakker op alles wat wielen had.
Dat begon heel rustig met een
skelter met trappers, maar al snel moest
er natuurlijk een motortje op komen, want zonder ging het de twee veel
te langzaam. Michael, die zijn eerste vier levensjaren in Moordrecht doorbracht: ‘Dat we het allemaal overleefd
hebben, is echt een wonder.
Ze vragen mij wel eens naar de gevaren van de motorsport. Die mensen hebben mij vroeger vast niet over ons terrein zien gaan. Zo stonden de lege trailers altijd achterin. Door die iets naar voren te rijden, met net voldoende tussenruimte, konden we daar precies vol gas tussendoor, maar dan mocht er echt niets misgaan.’ Datzelfde gold ook voor het terugdraaien op de Overschieseweg, de dijk langs de Schiedamse Schie en een veelgebruikte route voor vrachtwagens. ‘De chauffeurs van ons bedrijf wisten wel dat wij zomaar vanuit een blinde hoek konden opduiken, maar alle anderen niet. Na een paar ‘ontsnappingen’ besloten we toch maar wat pionnetjes neer te zetten. Het was een schitterende tijd, we kenden geen stress en hadden geen druk. Het ging om zo veel mogelijk lol maken’, klinkt het terwijl Van der Mark met spanbanden een groot ijzeren geraamte vastzet op de vijftien meter lange trailer. Het is haast niet te geloven dat dit ook de wereldkampioen Supersport is, zo handig is hij met die onmogelijke spanbanden en de zware steunpalen. Totdat zo’n lekker paaltje op z’n vinger valt… Wat volgt is geen gevloek, maar een triomfantelijk omhooggehouden blauwe vinger en een brede glimlach. Van der Mark is duidelijk in z’n element en praat met iedereen honderduit over het racen, maar ook over dingen waar je over praat als je staat te wachten: weer, vrouwen, werk, afgewisseld met heel veel humor. Tot aan dit seizoen was Van der Mark fulltime in dienst bij z’n pa en maakte hij 80.000 kilometer per jaar. Nu rijdt hij alleen nog als hij tijd over heeft, zodat trainen, rusten en eten niet in het gedrang komen.
FAMILIEBAND
Toch is het niet alleen dikke pret
geweest voor de jonge Van der Mark. Hoewel hij bijvoorbeeld prima kon leren,
was school helemaal niets voor hem. Nadat hij z’n vmbodiploma behaalde, wist
hij niet hoe snel hij moest stoppen. Dat hij daar weinig vrienden had, maakte
die keuze zeker gemakkelijker: ‘We
zitten hier vrij afgelegen, tussen bedrijven in. Klasgenoten woonden daardoor
niet in de buurt en kwamen ook zelden spelen. Nadat ik begon te racen, werd het
er niet beter op. Ik miste regelmatig een paar dagen op school. Dat zorgde
natuurlijk voor gemengde gevoelens bij de rest, want niemand wilde graag naar
school. Als er dan eentje telkens vrij krijgt… We deden dat wel in overleg met
school. Mijn vader schreef dan een briefje. Later maakte ik die briefjes
natuurlijk zelf, zodat ik twee extra vrije dagen had. Ik kon de handtekening
van mijn vader na een beetje oefenen echt goed namaken!’
Dat niemand in de klas interesse
had in de motorsport versterkte de soms eenzame positie van Michael eveneens.
Maar klagen? Dat nooit. Topsport vraagt nu eenmaal om opofferingen,
bijvoorbeeld gebrek aan een sociaal leven, aldus Van der Mark. Eenzaamheid is
een veelgehoord verhaal
bij topsporters. Velen stonden
daardoor al vroeg op eigen benen en zijn daarom gewend dingen op te lossen,
uitdagingen niet uit de weg te gaan en vooral de concurrentie met zichzelf aan
te gaan. Het verhaal van Van der Mark verschilt echter in één opzicht van dat
van veel topsporters, en dat is de hechte familieband. Hoewel zijn ouders op
elfjarige leeftijd uit elkaar gingen, is het contact onderling nog altijd als
vroeger: ‘Natuurlijk was dat een lastige periode, maar ik was nog zo jong dat
ik er niet al te veel van begreep. Nu zou dat een heel ander verhaal zijn,
omdat ik nu precies snap wat er toen aan de hand was. Als je jong bent, is de
impact ook veel minder. Gelukkig kunnen mijn vader Henk en mijn moeder Juliette
het nog altijd goed met elkaar vinden.’
SUCCES MEEVIEREN
Sterker nog: tijdens raceweekeinden merk je niet dat Henk en ‘Juul’, die alweer een paar jaar werkzaam is in de hospitality van Pata Honda, gescheiden zijn. ‘Ik vind het echt fijn dat mijn familie zo dichtbij is tijdens een raceweekeinde, maar kan ook prima op eigen benen staan. Na Portimão vloog ik bijvoorbeeld in m’n eentje door naar Japan om te testen voor de Acht Uren van Suzuka. Ik was ook daar meteen snel en voelde mij prima op mijn gemak. Dat mijn zus Shannon mijn moeder nu helpt bij Pata Honda, maakt het heel bijzonder. Door het racen draaide het vroeger namelijk voornamelijk om mij. Altijd waren Henk en ik weg en dat moet niet gemakkelijk zijn geweest voor mijn zus. Dat ze nu van zo dichtbij het succes kan meevieren, is voor mij echt belangrijk. Anders had ze de mooie dingen weer vanaf de zijlijn, ver weg in Nederland, moeten meemaken.’ Het tekent de levensopvatting van Van der Mark. Zo nam hij zelfs op Jerez z’n dolende teamgenoot Lorenzo Zanetti op sleeptouw en is hij altijd ‘één van de jongens’ in zijn team. Ook het vertrouwen van onder anderen Jonathan Rea in hem is groot. Zo vroeg Rea op een stormachtig Portimão bijvoorbeeld waar Michael het meest last had van de harde wind om zo zelf niet verrast te worden. Het maakt Van der Mark terecht trots. Steeds meer toppers in het WK Supersport en Superbike komen alleen nog naar buiten om te rijden en te eten. Van der Mark niet, die is steevast in de buurt van zijn teamleden. Hard lachend: ‘Dat komt doordat ik geen camper heb, ik heb geen keus. Nee serieus, zonder die jongens ben ik echt nergens. Natuurlijk kost het dralen wel extra energie, maar ik voel mij er prettig bij. En vanzelfsprekend moet ik het op zondagmiddag afmaken. Maar als ik win, winnen we met z’n allen. Ik weet dat heel veel rijders daar anders over denken en dat kan ik echt niet begrijpen.’
De emoties na het binnenhalen bij
de titel liepen mede daarom hoog op, want ook het team voelt altijd die
waardering. Van der Mark: ‘Het eerste contact na de finish op Jerez was met
vriend, helmspuiter én begeleider Rafael Sinke en met Wim Struyk, één van de
sponsors die er altijd bij is. Rafael vergat alleen haast te genieten, want hij
moest de helm, het shirtje en de helmcamera regelen. Wim wist net als ik niet
waar hij het moest zoeken’, aldus de 21jarige terwijl hij de 44 ton wegende
vrachtwagen vakkundig door het drukke Rotterdamse verkeer loodst. Niet één keer
hapert z’n verhaal, ook niet als hij schuin over een drukke kruising moet.
Zonder stil te staan, stuurt hij de combinatie met peperdure vracht precies
overal door. Alles past alsof het van tevoren doorgesproken is. En als iemand weet hoe breed z’n vrachtwagen
is, dan is het wel Van der Mark. Bij het opdraaien op het afleveradres zit er
aan beide kanten van het hek echt maximaal een centimeter of tien. Toch komt de
snel heid niet onder de dertig kilometer per uur. Niemand die er vreemd van
opkijkt. Niet vanwege het feit dat er een wereldkampioen aan komt, niet vanwege
de snelheid. ‘Dat is Michael’, klinkt het meerdere keren.
MEMORABELE MOMENTEN
De eerste bezinning op de
wereldtitel kwam al tijdens de uitloopronde. Maar nadat hij al die Nederlanders
op de tribune zag, was Van der Mark de weg weer helemaal kwijt: ‘Vlaggen,
spandoeken en toeters. Ik kon de groep landgenoten heel goed zien zitten en dat
was een moment dat ik nooit meer zal vergeten. Zo mooi. Net zo mooi was het
eerste samenzijn met mijn team, nadat ik in de pits eerst door een soort van
applaudisserende erehaag was gereden. Dat zijn de momenten waarvoor je
het echt doet. De eerste die ik belde,
was mijn vader, die een race had op de Nürburgring. Pas een uur later, maar ik
belde hem wel het eerst.’
Toch had het niet gehoeven op
Jerez: ‘Hoewel we natuurlijk nog een paar kansen hadden gehad op het winnen van
het kampioenschap wilde ik het bij de eerste mogelijkheid afmaken. MagnyCours
is vier weken later en ik wilde niet weer telkens over druk, spanning en de
unieke kans moeten praten. Bovendien zie je aan Jeffrey Herlings en zijn
blessure wat er kan gebeuren. Natuurlijk spookten dat soort dingen ook door
mijn hoofd.’ Haast vanzelfsprekend was Van der Mark in de veelbesproken
Supersportrace op Jerez lang niet altijd zeker van zijn keuzes: ‘Het was echt
mijn slechtste wedstrijd van het jaar. In de trainingen had ik een racesnelheid
waar niemand aan kon komen. Ik was echter iets te enthousiast in de eerste
bocht – ik had nog nooit kopstart in de Supersport – en kwam in het gedrang.
Daarna wijzigde ik mijn strijdplan soms per bocht’, aldus Van der Mark nadat
hij de truck bij een tankstation heeft geparkeerd: schafttijd. Helaas geen
‘broodje bal’, geen dubbele grillburger of een andere hoogstaande culinaire
truckersmaaltijd. We zijn op stap met een afgetrainde topsporter en het wordt
dus een (bruin) broodje gezond.
SLECHTE VERLIEZER
Het gesprek over Jerez gaat gewoon verder. Zo blijkt dat Van der Mark zelfs overwoog de koplopers maar te laten gaan en hij had daar – terwijl het gevecht nog in volle gang was – een bijzondere reden voor. ‘Ik zou dan de titel kunnen pakken tijdens de thuisrace van Jules Cluzel. Dat leek mij ook wel mooi en ik hoefde dan geen risico meer te nemen, want natuurlijk twijfelde ik en daar word je als coureur echt helemaal gek van. Het duel was zo fel. Ik heb een paar keer Florian Marino geraakt en wist dat Jules Cluzel alles op alles zou zetten. Kort daarna besloot ik er desondanks weer vol voor te gaan, nadat ik op het achterste rechte stuk naast Jules kwam te rijden en hem vol in het gezicht kon aankijken. Mijn tachtigjarige trainer Frans van Leeuwen had mij ooit die tip gegeven en ik vond het wel een goed moment om eens te kijken wat voor effect dat had.’ Hoewel Cluzel er niets over wil zeggen, heeft het er alle schijn van dat de Franse MV Agustarijder na ‘het moment van 2014’ echt alles op alles zette en daarbij uiteindelijk over de grens ging. Opvallend genoeg is Cluzel overigens nog altijd vol ongeloof dat niet hij, maar Van der Mark wereldkampioen is geworden. Waar onder anderen Marino en Sofuoglu – beiden oudTen Katerijders – de Rotterdammer welgemeend feliciteerden, was Cluzel vooral druk bezig met het retweeten van berichten van fans die vonden dat de F3coureur toch echt veel beter was. Ondanks het feit dat Van der Mark na Jerez 78 punten meer had… Van der Mark: ‘Ja, wat moet ik daarvan zeggen? Volgens mij zijn alle duels tussen ons eerlijk verlopen en heb ik hem gewoon verslagen.’
Hoewel Van der Mark pas op twaalfjarige leeftijd begon te racen, was snel duidelijk dat hij talent had. Zo kwam hij als vijfjarige met een minibike in een Spaanse badplaats ooit zo dwars aangeremd dat iedereen dacht dat het mis zou gaan. En met een waterscooter had vader Henk de grootste moeite z’n zoon voor te blijven. Gepusht is Michael echter nooit. ‘Ik wilde gaan racen, niet mijn vader. Na een paar goede Junior Cupseizoenen werd ik twee keer Nederlands kampioen 125cc.’
En toen kwam daar de overstap naar
de 125ccGP’s met Lambretta Reparto Corse. Dat hield op nog voordat het echt
was begonnen. Van der Mark: ‘Dat heeft mij echt gesterkt. Achteraf kun je
misschien zeggen dat ik zoiets nodig had, want het is maar de vraag of we op het
goede spoor zaten. Bovendien was ik anders nooit de Super stock/Supersportkant
op gegaan. Ik dacht zelfs aan stoppen nadat het Lambrettaavontuur voorbij was,
maar vond tijdens een paar rondjes op een Moriwaki weer de lol.’ Het lijkt
alsof Van der Mark daarna alleen maar succes heeft gekend, maar dat ziet hij
zelf bepaald niet zo. ‘In 2011 won ik de Superstock 600race op Assen. Daarna
viel het echt tegen, tot aan de laatste drie races. Zo’n periode is lastig,
geloof me. Het seizoen 2012 was echt goed, alles klopte, maar 2013 was weer
moeilijk. Weer begon ik sterk, maar opnieuw werd het een netnietjaar. Ik
wilde zo graag nog een keer op het podium, maar moest daar te lang op wachten.
Toch wist ik na dat seizoen dat dit jaar de titel mogelijk was. Het is moeilijk
om aan te geven wat er echt veranderd is in 2014. Net als in 2012 klopte het
gewoon: de motor, het team, de afstelling, ikke. Op Jerez hoefden de monteurs
eigenlijk niets meer te doen aan de Honda. Elke bocht was goed. Vorig jaar
waren we veel vaker de weg kwijt. Zelfs de motor is de afgelopen winter
verbeterd, terwijl de CBR600RR toch alweer een paar seizoenen meedraait. Dat
laat wel zien op welk niveau Ten Kate werkt en met welke instelling. Het kan
dus echt altijd beter.’
VEEL ONDUIDELIJKHEID
Met precies dezelfde instelling runt Henk van der Mark zijn transportbedrijf. Of Michael het bedrijf overneemt, weet hij nog niet. Het is ergens te hopen, want al vanaf 1923 bestaat Van der Mark Transport Rotterdam BV. Destijds was het de opa van Henk die met een trekschuit en trekhonden begon. Zijn zeven zonen gingen door met het bedrijf en kochten de eerste vrachtwagens. Nadat Henk dertien jaar had geracet, stopte hij om de zaak voort te zetten. Inmiddels staan er elf man op de loonlijst en telt het wagenpark negen trucks. ‘Je weet als wegracer nooit hoe lang je carrière duurt. Misschien stop ik over drie jaar, misschien pas over twintig. Voorlopig heb ik echter nog wel een paar doelen’, onthult Michael terwijl hij met één handje aan het stuur – uiteraard achteruitrijdend en zonder één onnodige stuurbeweging – de trailer op het terrein van het familiebedrijf neerzet. Voor de zoveelste keer hard lachend: ‘Nee, over dat plan praat ik niet, dat zit verstopt in mijn gedachten. Maar natuurlijk heb ik nog een paar dromen die ik heel graag verwezenlijkt zie worden. Als je trouwens een klein beetje nadenkt, weet jij het ook wel, haha.’ En dat klopt. Kijkend naar zijn succesvolle tweeseizoenentraject in zowel het EK Superstock als in het WK Supersport loopt het Michael van der Markplan namelijk via twee zeer succesvolle WK Superbikejaren richting het meest magische voor een wegracer: een groot MotoGPteam. Wij dromen mee!
Het gerucht gaat dat er een nóg sportievere versie komt van de toch al heel avontuurlijk ingestelde Yamaha 700 Ténéré. Mogelijk dat Ténéré 700-projectleider Takushiro Shiraishi zich een beetje versprak tijdens een interview met het Italiaanse motorblad Motociclismo. Hij zei dat e veel verzoeken hebben ontvangen van motorrijcers voor een nog meer hardcore Ténéré en dat hij daar zeker rekening mee zal houden.
Met zo’n opmerking kun je natuurlijk alle kanten op. Maar mocht Shiraishi echt in die richting denken, zou hij de Yamaha MT-07, van de Australiër Andrew Stagg eens nader kunnen beschouwen. Het is weliswaar een Supermoto, maar toch…
Andrew woont in het subtropische Queensland, in het noordoosten van Australië. Hij is een metaalbewerker van beroep en speelt met het idee zijn eigen customshop op te zetten.
Wayne Rainey rijdt weer, maar deze keer met Kenny Roberts en Eddie Lawson op het circuit van Suzuka. Je moet weten dat Rainey na zijn GP500 overwinning van 1993 nooit meer heeft kunnen lopen.
Het is nu al één van de feelgood verhalen van 2019. Wayne Rainey die afreist naar Japan om op het iconische circuit van Suzuka te ‘racen’ met zijn vroegere rivalen Kenny Roberts en Eddie Lawson.
Rainey is drievoudig 500GP wereldkampioen wiens
glanzende carrière in 1993 ten einde kwam. Tijdens de Italiaanse GP in Misano
kreeg hij een ongeluk waardoor hij verlamd raakte.
Sinds GP500 Suzuka 1993 niet meer gereden
Desondanks is Rainey altijd nauw betrokken gebleven bij motorraces. Dat leidde in november tot een gedenkwaardig hoogtepunt. Voor het eerst in 26 jaar kon Rainey rijden, op een aangepaste Yamaha R1 weliswaar maar in de iconische rood-witte kleuren als in zijn hoogtijdagen. De paraderace was een van de hoogtepunten van het Sound of Engine festival. De laatste keer dat Rainey op het circuit van Suzuka reed was het laatste rondje van de Japanse GP van 1993, die hij won.
‘Om al die jaren niet meer te rijden en dan terug te komen en een paar ronden op dit circuit te rijden… ik wist niet dat de emotie zo sterk zou zijn. Alle mooie momenten die ik in mijn carrière op dit circuit had, kwamen voorbij. Ik heb 26 jaar niet meer op een motorfiets gereden, dus het was geweldig om de R1 in de zesde versnelling te zetten en 250 km/u te gaan, ik vond het geweldig.’
Ook Takuma Aoki aan de start
Rainey reed zijn rondjes over het circuit niet alleen. Samen met zijn vroegere rivalen Roberts en Lawson deed hij oude tijden herleven. Het was immers ook weer voor het eest dat het trio op het circuit reed. Rainey was ook niet de enige verlamde coureur op het circuit. Het Amerikaanse trio werd vergezeld door de Japanner Takuma Aoki op een Repsol Honda. Aoki verloor de macht over zijn benen na een ongeval in 1998, een jaar nadat hij met zijn Honda als vijfde eindigde in de 500GP-klasse. Sindsdien heeft Aoki zijn lust tot racen bevredigd in de autosport waarin hij met deelnam aan Aziatische GP-kampioenschap.
Van de gedenkwaardige paraderace is een video gemaakt. Deze kun je zien op de MotoGP-website, maar je hebt wel een log-in nodig.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.