zaterdag 4 april 2026
Home Blog Pagina 548

Toerisme IJsland: weersverwachting sneeuw

0
Toerisme IJsland

Er is bijna een jaar verstreken na onze reis naar de Poolcirkel en een vraag bleef door ons hoofd gonzen: Zweden uitdagend? Natuurlijk! Maar is er niet een nog overtuigender plek in Europa voor ons liefhebbers van extreme en ongerepte landschappen? Kan de V4-Ducati je echt overal brengen? Dus, gedreven door onze liefde voor avontuur en een passie voor vier pulserende en brullende slagaders, gingen we op zoek naar een nieuwe uitdaging. We zochten iets waarbij elk onderdeel van de Multistrada volledig tot zijn recht zou komen in een avontuur dat alle grenzen overschrijdt. Net als wij is Ducati altijd bereid om mee te doen. Daarom wisten we dat we op de steun van Borgo Panigale konden rekenen toen we, na niet eens zo heel lang zoeken, een ongekende bestemming vonden die we deze winter nog op twee wielen konden ontdekken: IJsland.

Tekst: Alessandro Brogliof
Fotografie: Davide De Martis

IJsland is zo’n drie keer groter is dat Nederland, Het telt zo’n 400.000 inwoners waarvan ongeveer twee derde zich rond de bruisende hoofdstad Reykjavík heeft genesteld. Afgezien van nog een paar grotere plaatsen overtreft het aantal inwoners van de andere dorpen zelden dat van Ruinen. Het grootste deel van het eiland is dus onbewoond en we konden niet wachten om het te verkennen. Er zijn twee mogelijkheden om IJsland te bereiken. Je rijdt naar het noorden van Denemarken en scheept in Hirsthals in op het schip Norröna. Dat vaart in twee of drie dagen – afhankelijk van het weer op zee – naar Seyðisfjörður in het oosten van IJsland, na een tussenstop op de Faeröer. Of je vliegt comfortabel met een vliegtuig dat na een paar uur vliegen landt op de internationale luchthaven van Keflavík. De eerste optie is het mooist, afgezien van de lange rit door Denemarken. Omwille van de tijd kiezen wij voor de tweede. De motorfietsen gaan in een container rechtstreeks naar Reykjavík.

Toerisme IJsland

Voorbereiding

Drie weken voor vertrek gaan we naar Ducati en treffen daar een grote familie aan die ons met warmte en hoffelijkheid ontvangt. Het Ducati-team helpt ons bij het afstellen van de motorfietsen, en voor het eerst mogen we de gloednieuwe aluminium koffers aanraken. Het zijn prototypes – het resultaat van een enorme hoeveelheid studie en betrouwbaarheidstests, waarvan de laatste tijdens onze reis – die binnenkort in productie zullen gaan. Vervolgens nemen we een dag de tijd om de Best Grip-spikes op de Pirelli Scorpion Rally-banden aan te brengen (en we verzekeren je dat, als de klus geklaard is, er aan blaren op de handen geen gebrek is!). En dan zijn onze Multistrada klaar is om uit te varen.

Van Bologna naar de Poolcirkel en terug

Op Valentijnsdag – de ideale datum om met onze geliefde V4’s naar een nieuw avontuur te vertrekken – gaan ook wij op pad, vergezeld van een uitzonderlijke bemanning: Davide De Martis, nummer één fotograaf in Italië voor klassieke autoreportages. Simone Castagna, een jonge maar deskundige dronist en Riccardo, een ongelooflijke videomaker. Tot slot zou ook Shake, producer van een bekend televisieprogramma, ons ter plaatse vergezellen.

Hevige rukwinden

Volgens de legende wordt IJsland beschermd door vier landvættir, mythologische beschermers – een adelaar, een reus, een draak en een stier – die, afhankelijk van de situatie, een welwillend of vijandig karakter ten opzichte van de mens kunnen hebben. Nou, blijkbaar heeft iets ze vlak voor onze aankomst boos gemaakt, want zodra we voet op IJsland zetten worden we meegesleurd door een wind die ons met wortel en tak uit de grond wil trekken. Unnar, de eigenaar van de IJslandse dealer en onze plaatselijke contactpersoon, had ons al gewaarschuwd: IJsland is bepaald geen kalme plek, zeker niet in de winter. Hij bevestigde echter ook dat er geen betere plaats is om een extreme test uit te voeren: de zoute wind en de constante wisseling van de weersomstandigheden – er is vast een reden voor als een lokaal gezegde luidt: ‘Als het weer je niet bevalt, wacht dan vijf minuten’, nee? – ze belasten elk voertuig, of het nu twee of vier wielen heeft. Twee weken in IJsland brengen problemen aan het licht die je elders in tien jaar niet zult tegenkomen, verzekerde hij ons. Dat kunnen we niet ontkennen en terwijl we ons zo goed mogelijk proberen te beschermen tegen de hevige rukwinden die ons blijven geselen, bekruipt ons het vage maar indringende gevoel dat we deze keer overdreven hebben. Maar de stukken staan op het schaakbord en wij zijn de pionnen, dus gaan we naar de Ducati-shop in Reykjavík. Het is een bijzondere shop, die tegelijk een beetje een museum is en een beetje werkplaats. Als je ooit eens in de buurt bent, raden we je aan er eens langs te gaan. Hier halen we de nieuwe Dainese Antartica 2-pakken op, motorkleding dat we ook droegen toen we naar de poolcirkel in Zweden reden.

Magische landschappen

De volgende dag, volledig uitgerust, zijn we eindelijk klaar om te reizen. De zon schijnt en de wind lijkt een verre herinnering. Door de Enduro-modus op de Multistrada in te stellen, kun je veilig bodemgesteldheden aanpakken die veel verraderlijker zijn dan asfalt, zoals sneeuw. We moeten toegeven dat de eerste kilometers over de sneeuw op een hel lijken: de witte deken, platgedrukt doordat er honderden auto’s overheen gereden zijn, is bevroren. Dat maakt het rijden erg moeilijk. Gelukkig kunnen we rekenen op de betrouwbaarheid van de Pirelli Scorpion Rally en het op acht niveaus instelbare DTC. In de avond bereiken we Vík í Mýrdal, een dorp ingeklemd tussen de zee en de gletsjers dat met zijn 320 inwoners opvalt – we maken geen grapje – als een van de dichtstbevolkte centra van de hele zuidkust van het eiland.

In Vík í Mýrdal brengen we voor twee nachten ons bivak in orde. De dagen benutten we door ons te vermaken met de Multistrada V4 en ons volledig onder te dompelen in de IJslandse natuur. De magische landschappen laten je nooit ophouden met je te verbazen: bergen en kliffen die de golven lijken te willen verslinden, stranden met zwart zand als steenkool, watervallen die de vrucht lijken van de verbeelding van een schrijver van fantasieboeken.

Toerisme Portugal: Met de motor naar de rand van de (oude) wereld

Stukjes ijs

We vertrekken in oostelijke richting; zo vlak langs zee is de temperaturen niet bedreigend, we reizen tussen -8 en +2 ° C. Goed te doen, maar door de vaak zware sneeuwval moeten we wennen aan het gevoel van instabiliteit en onzeker rijden. Daarnaast is er de wind, zo hard en ruw dat we moeten vechten om de motorfietsen op de weg te houden. De gekozen route is door de weersomstandigheden een bijna oneindige 260 km naar het havenstadje Höfn. De rit breken we met een stop bij Jökulsárlón, een lagune waarin honderden ijsbergen drijven, met verbazingwekkende blauwtinten. Daartussen zeehonden, die van het ijskoude water geen last hebben en nieuwsgierig in onze richting kijken. De ijsbergen zijn losgekomen van Vatnajökull, de grootste gletsjer van Europa. Niet ver daarvandaan ligt Diamond Beach, zo genoemd vanwege de glinsterende stukjes ijs, vergelijkbaar met edelstenen, die, nadat ze zich van de gletsjer hebben losgemaakt en door de stromingen tot stukjes zijn gereduceerd, langs de kust neerstrijken.

Gretig nemen we het prachtige natuurschouwspel in ons op, waarbij we niet nalaten te glimlachen om de verbaasde gezichten van de spaarzaam aanwezige toeristen, die nogal verbijsterd zijn over onze aanwezigheid op de motorfiets.

Code rood

Vanuit Höfn gaan we de volgende dag naar het noordoosten, de onregelmatige kustlijn van de kust volgend, gekarteld door de vele fjorden. Ergens onderweg – bij Breiðdalsvík – heeft Ale, bij het zien van een besneeuwd strand waarop duidelijk sporen van auto’s te zien zijn, een idee – meestal hou je dan je hart vast. Zonder na te denken volgen we hem en niet veel later scheuren we over een met diepe sneeuw bepakt strand waarop een terreinwagen veel beter tot z’n recht komt dan sneeuwscooters op twee wielen. In zulke situaties begrijp je het belang van het chassis. Als je gas geeft, reageert het altijd beheerst en rustig, ook door het geweldige werk dat Ducati aan de ophanging heeft verricht. De verse sneeuw doet sterk denken aan zand: als je je motorfiets vertrouwt, zweef je er met ondenkbare snelheden doorheen en kun je ten volle genieten van het rijplezier dat alleen zo’n grote reis-enduro kan bieden.

Na twee dagen gegijzeld te zijn door het slechte weer, kunnen we eindelijk weer op pad. Omdat we niet veel tijd meer hebben, kiezen we ervoor om in de buurt van Reykjavík te blijven en er de prachtige offroad-routes te verkennen en uitstapjes te maken tussen warmwaterbronnen en lavavelden. We hebben inmiddels geleerd dat de Multistrada je overal naar toe brengt, maar als IJsland en zijn grillige landvættir in de weg zitten, is er geen tractiecontrole meer die je kan redden. In tegenstelling tot de Multistrada V4 is het onvoorspelbare lokale weer niet gekalibreerd.

Mocht je in de toekomst ooit het idee hebben om in de winter naar IJsland te gaan, wel, denk dan aan de slechtste omstandigheden die je kunt bedenken en vermenigvuldig die met tien. En volg vooral de gouden regel die de IJslanders, een volk met een bestaan dat altijd balanceert tussen stormen, vulkaanuitbarstingen en overstromingen, zich op het hart hebben gedrukt sinds de eerste kolonisten meer dan duizend jaar geleden voet aan wal zetten op IJsland: plannen maken is er volstrekt zinloos.

Dit is de nieuwe Yamaha M1 2023 van Quartararo en Morbidelli

0
yamaha M1 2023

Monster Energy Yamaha MotoGP heeft de YZR-M1 2023 onthuld waarmee Fabio Quartararo en Franco Morbidelli het komende MotoGP-seizoen het circuit op gaan. Zo werd het nieuwe seizoen 2023 geopend voor de ploeg, die dit jaar moet proberen de wereldtitel, vorig jaar gewonnen door Pecco Bagnaia, te veroveren.

Ten Kate Racing Yamaha slaat toe: Manzi naast Navarro in 2023

De Yamaha M1 2023’s hebben een nieuwe blauw/zwarte camouflage look, die Yamaha’s kleuren (met een nieuwe grijze toevoeging) vermengt met Monster Energy’s lifestyle kleurenschema. Het logo van de hoofdsponsor ‘Monster’ blijft duidelijk zichtbaar op de motoren, in het teamlogo en op de uniformen van de renners.

2023 Royal Enfield Super Meteor 650 getest in India: niet alleen door z’n prijs een topper

0

Royal Enfield lanceert zijn nieuwe cruiser, de Super Meteor 650, in maart. Het nieuwe model wordt geleverd met de beproefde paralleltwin en met de toevoeging van nieuwe premium onderdelen. De eerste testrit vond plaats op Indiase snelwegen.

Het verkeer in India staat bekend als enigszins bijzonder. Vriendelijk geïnterpreteerd valt het in de categorie ‘turbulent’. Er lijken geen regels te zijn. Auto’s, koeien, bussen, vrachtwagens, tractoren, tuk-tuks en kleine motorfietsen delen de weg in harmonie, dat wel. De claxon lost meestal het probleem van dreigende verkeerscongestie op. En als dat niet zo is, geeft de kleinste ruim baan, want de grootste doet dat zeker niet.

Tekst: Ralf Bieleveldt
Fotografie: Kingdom Creative

Vanuit dit oogpunt is het heel moedig dat Royal Enfield ons uitgerekend in het moederland uitnodigt voor de eerste internationale rijtest van de nieuwe Super Meteor 650. Stephen Cain, PR-manager van Royal Enfield voor de regio Europa, Midden-Oosten en Afrika, adviseert ons kort voor vertrek: ‘Laat je niet opjagen. Ga mee met de stroom. Geniet ervan. Maar in godsnaam, rijd niet zoals je in Europa gewend bent. Het asfalt is hier echt waardeloos en er is nul grip.’ Dus is het beter niet al te hard remmen. En dat hebben we in de oren geknoopt.

Test 2023 Mash X-Ride 650 Trail: ode aan weleer?

Legendarische modelnaam

We zijn aangeland in Rajasthan, in de plaats Jaisalmer om precies te zijn, niet al te ver van de Pakistaanse grens. Met de Super Meteor 650 brengt Royal Enfield de grote zus van de succesvolle Meteor 350. En de nieuweling doet tevens een legendarische naam herleven: van 1956 tot 1962 bouwde Royal Enfield de Super Meteor 700. Dat was de eerste Royal Enfield die de snelheidsgrens van 161 km/u wist te doorbreken en had, voor zover dat toen mogelijk was, een design dat speciaal op snelheid was afgestemd. De nieuwe Super Meteor 650, ‘het topmodel van het Royal Enfield’, aldus marketingdirecteur Adrian Sellers, doet wat dat betreft niet onder voor de klassieke Super Meteor.

De motorfiets heeft een fraaie afwerking, aluminium bedieningselementen, een nieuw logo op de druppeltank dat de romantiek van weleer oproept en, voor het eerst bij Royal Enfield, volledige LED-koplampen en gegoten wielen. ‘We hebben al onze kennis, kunde en passie in deze motorfiets gestoken – en alles heel veel fijn afgesteld. Het is een motorfiets geworden door motorrijders voor motorrijders,’ zegt Siddhartha Lal, directeur van Eicher Motors, het moederbedrijf, en hoofd van Royal Enfield. De charismatische krullenbol en toekomstig bedrijfsopvolger begeleidt onze tweede rijdag. En hij geniet zichtbaar van zijn nieuwste loteling.

Sonoor geluid

Opstappen, wegrijden en op gezette tijden stoppen, dat is het motto. Ontspannen rijplezier met een hoge onthaastingsfactor. Op het overzicht van de technische gegevens lezen we 47 pk bij 7.250 tpm voor de paralleltwin. Dit betekent een minimaal verschil met de twee donoren Interceptor en Continental GT (48 pk bij 7.150 tpm), die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de Super Meteor. Het maximumkoppel bedraagt 52 Nm bij 5.650 toeren. Dit betekent dat het koppel 500 toeren later beschikbaar is dan op de sportievere Classic Twins, zonder dat dit merkbaar ten koste gaat van het temperament.

Het frame en de achterbrug en de in- en uitlaat van de Super Meteor zijn nieuw. Een grotere airbox in combinatie met de twee verchroomde uitlaatpijpen zorgt voor een karakteristiek geluid. Sonoor, bassig, zelfverzekerd. Misschien niet zo diep en aanwezig als sommigen verwachten van een cruiser. Maar goed, we hebben het over een 648 cc en dan klinkt het goed genoeg.

De Super Meteor kan goed uit de voeten met het blok. Voor Indiase begrippen is het hoe dan ook een snelle motorfiets. De Royal Enfield accelereert soepel en gaat moeiteloos naar 100 km/u en gaat daarna heel ontspannen verder. Met de Super Meteor, die een maximumsnelheid heeft van 164 km/u, hebben we er in India geen snelle rit van gemaakt. De adviessnelheid op de doorgaande wegen is 70 km/u. En dat is maar goed ook, gezien de toestand van de wegen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de avontuurlijke verkeersomstandigheden.

Langste wielbasis

Lage zithoogte, de langste wielbasis van het merk, breed stuur, volumineus spatbord, naar voren geschoven voetsteunen met versnellings- en rempedaal – de proporties en de zithouding van de motorfiets zijn overtuigend. De veerweg van de upside-down vork meet 120 mm, aan de achterzijde geven de stereoschokdempers indien nodig 101 mm veerweg. Van de achtervering is de veervoorspanning instelbaar en je doet er goed aan deze te gebruiken als je meer weegt dan 85 kg. In de nogal sportieve fabrieksinstelling worden de onvolkomenheden van het gemartelde Indiase asfalt anders direct doorgegeven naar je rug. Vooral de verkeersdrempels die in elk dorp op de loer liggen, zijn een test voor berijder en machine.

De Super Meteor weegt zo’n 250 kilogram als de tank tot de rand vol is. Een redelijk gewicht voor een cruiser die bijna volledig uit staal is opgetrokken. Daardoor voelt de motorfiets wat looiïg als je plaatsneemt op het zadel. Desondanks is de Super Meteor een handige, goed uitgebalanceerde motorfiets waar iedere motorrijder meteen mee uit de voeten kan, mits hij of zij van die naar voren geplaatste voetsteunen houdt. De vrij royale achterremschijf laat zien dat Royal Enfield met de Super Meteor 650 ook mikt op de Amerikaanse markt. Daar staan, net als in India, cruiserrijders erom bekend dat zij de voorkeur geven aan afremmen met de achterrem. Op het Indiase asfalt heeft deze remstrategie ook iets fatalistisch. Het soms vervelende, gladde wegdek vereist sterke zenuwen, ondanks het tweekanaals ABS.

Test 2023 Royal Enfield Hunter 350

De tankinhoud van 15,7 liter van de Super Meteor 650 geeft hem een theoretische actieradius van 350 kilometer (4,5 l/100 km). Door de lage, gemiddelde snelheid in India was het verbruik lager. Ter vergelijking: de Interceptor 650 verbruikt tijdens en rijtest in Europa zo’n 4,2 l/100 km. De tank van de ‘kleine’ Meteor 350 lust iets minder brandstof (15 l), maar levert motorfiets en berijder toch zo’n 500 km rijplezier op.

Archetype cruiser

Mark Wells, Royal Enfield Chief of Design, is enthousiast dat de Super Meteor veel in zich heeft van het archetype van een cruiser. ‘Ons doel was een motorfiets die de essentie van de Britse cruiser in zich had. Niet alleen in ontwerp, maar ook de wijze waarmee je er op rijdt. De zon tegemoet en nooit het gevoel hebben dat je onderweg tijd verspilt, dat is het gevoel dat de Super Meteor wil overbrengen. Het design is beïnvloed door stijlen uit de jaren vijftig en daarbij hebben we ook gekeken naar onze eigen motorfietsen uit die periode. Natuurlijk wel met een eigentijdse twist.’ Het erfgoed, de historie wordt steeds belangrijker voor motormerken. De verhalen maken ze bijzonder, speciaal soms. En Royal Enfield, opgericht in 1901, kan vertrouwen op een heel lange geschiedenis en voelt zich daaraan schatplichtig.

De Super Meteor verschijnt in twee versies: de Super Meteor 650 met tweedelig zadel is verkrijgbaar in vijf kleuren: Astral Black, Astral Blue, Astral Green, Interstellar Grey en Interstellar Green. De toerversie, de Super Meteor 650 Tourer, wordt geleverd in de two-tone kleurencombinaties Celestial Red en Celestial Blue, beide met witte accenten. Het stuur van de Tourer staat iets hoger en leunt meer naar je toe. Er is ook gedacht een eindeloos lang comfortzadel met sissy bar en een transparant windscherm. Dat had voor het goede wel iets hoger mogen zijn, want nu veroorzaakt het nogal wat turbulentie rond de helm. Geheel in stijl is de bijpassende kofferset (35 l). En als je ook de topkoffer (28 l) aanschaft, heb je in totaal 63 liter ruimte voor bagage. Dat is niet de wereld aan ruimte, maar als je ook je bagagerol achterop het zadel knoopt, is het zeker genoeg voor de meeste soloreizen.

De verkoop in Europa start medio maart. En wat gaat deze cruiser uit India kosten? vanaf 9.499 euro in de drie ‘Astral’-kleuren, de vier uitgebreidere lakafwerkingen kosten zo’n 200 euro extra. Tests in Nederland en omgeving zullen moeten uitwijzen hoe de Super Meteor 650 zich in bochten houdt. Op de doorgaande Indiase wegen was het eigenlijk altijd rechtdoor, met zo nu en dan iets van een flauwe bocht.

Conclusie test 2023 Royal Enfield Super Meteor 650

Deze motorfiets heeft het in zich een topper te worden. En dat komt zeker niet alleen door de prijs. Royal Enfield heeft veel goed gedaan met de Super Meteor 650. De nieuwe cruiser combineert ontspannen, bijna terloops glijden met het fijne gevoel dat je rijdt op een echt mooie en strak afgewerkte motorfiets. Eentje ook die nooit eerder is gezien in het middenklasse segment waarin de concurrentie moordend is. Natuurlijk zijn er snellere en krachtigere motorfietsen in dit prijssegment, maar zeker geen die zo lekker op de motor kan afremmen. Wat het design betreft: Britse koelheid ontmoet Indiase kalmte. Het resultaat is een duidelijke betrokkenheid met tijdloze motoren. Prachtig! En nog één ding dat zeker is: er komt meer nieuws van Royal Enfield. Waarschijnlijk al dit jaar.

Pluspunten 2023 Royal Enfield Super Meteor 650

  • tijdloze looks
  • soevereine twin
  • prijs

Minpunten 2023 Royal Enfield Super Meteor 650

  • geen toerenteller
  • gevoelig schakelpedaal
  • turbulentie door lage ruit

Franse elektrisch motormerk Rider presenteert de SR8 Sportbike

1
Rider SR8 4

De SR8 elektrische sportmotor gericht op beginnende rijders. De markt voor elektrische motoren groeit razendsnel, vooral in Europa, waar de markt wordt versneld door twee belangrijke factoren. Enerzijds zijn er de overheidsstimulansen voor fabrikanten en consumenten die elektrisch gaan rijden. Anderzijds is de beginnersmarkt de perfecte proeftuin voor nieuwe elektrische motortechnologie.

Neem bijvoorbeeld de nieuwe SR8 elektrische sportmotor van het Franse merk Rider. Rider, een premium spin-off merk van elektrische tweewielerdistributeur Go2roues, heeft beginners in het vizier met de SR8, een machine van 125cc. Het prijskaartje is echter niet bepaald beginnersvriendelijk. Met 9.249 euro is de SR8 allesbehalve goedkoop, en voor dat bedrag zou je een behoorlijk high-end benzine aangedreven machine kunnen kopen. Niettemin is dit volgens Rider de prijs die betaald moet worden voor een elektrische sportmotor van dit kaliber. Dus, wat krijg je in ruil voor je geld?

Ducati, productie elektrische prototypes gestart

Nou, wat prestaties betreft, is het echt niet veel. Zoals gezegd, het is een 125cc sportmotor, dus hij kan niet meer dan 15 pk leveren, volgens de regels en voorschriften voor beginnersmotoren. In werkelijkheid levert de elektrische motor van de SR8 een maximum vermogen van 11 kilowatt, wat neerkomt op ongeveer 14,7 pk. Hij zal zeker veel sneller aanvoelen dan een machine op gas, want hij heeft al zijn koppel op de tap – 103,6 lb-ft – op het moment dat je je pols draait. Volgens Rider heeft de SR8 een topsnelheid van 150 km/p uur.

Wat de accu betreft, de SR8 heeft een 7,2 kilowattuur accupakket met een nogal magere actieradius van 120 km. Inderdaad, als je flink gas geeft, moet je niet verwachten dat je ook maar in de buurt van dat getal komt. Erger nog, hij beschikt niet over baanbrekende snellaadtechnologie, met een laadtijd van vijfenhalf uur in openbare oplaadstations, of 10 uur in een standaard stopcontact.

Bron: Rideapart / go2roues.com

Beste jaar ooit voor Ducati: 61.562 motoren geleverd in 2022

0
Ducati verkoopcijfers 2022

2022 bevestigde zich als een uitzonderlijk jaar voor Ducati, dat de periode afsloot met een record van 61.562 motorfietsen geleverd aan liefhebbers over de hele wereld, een resultaat dat een aanvulling is op de successen die de motorfietsfabrikant verzamelde in de racewereld. De verkoop steeg met 3,6 procent ten opzichte van 2021.

  • Record leveringen voor Ducati, dat in 2022 voor het eerst in haar geschiedenis de grens van 60.000 motoren overschrijdt, ondanks de wereldwijde crisis op het gebied van logistiek en levering.
  • Italiaanse leveringen groeien met 10 procent – Italië wordt de belangrijkste markt voor het bedrijf
  • De Multistrada V4 is de meest geliefde motorfiets bij Ducatisti met meer dan 10.000 afgeleverde motorfietsen wereldwijd in 2022.
  • Ducati verkoopnetwerk blijft uitbreiden tot een recordaantal van 821 dealers wereldwijd.

In 2022 bevestigde Italië zich als de belangrijkste markt voor Ducati, met 9.578 motorfietsen en een groei van 10 procent ten opzichte van 2021. De Verenigde Staten staan op de tweede plaats met 8.441 geleverde eenheden, een daling van -6% ten opzichte van 2021 als gevolg van logistieke problemen en vertragingen in overzeese zendingen. Een ander strategisch land voor Ducati is Duitsland, dat met 9 procent groeide ten opzichte van 2021 en zich met 6.678 geleverde motorfietsen positioneert als de derde grootste markt.

De Multistrada V4 in al zijn versies blijkt wederom het meest geliefde model te zijn bij Ducati liefhebbers met 10.716 afgeleverde motorfietsen wereldwijd. De Monster familie, met 7.971 verkochte eenheden, was ook een groot succes, gevolgd door de Scrambler Ducati 800 familiemet 6.880 geleverde motoren.

Deze resultaten komen bij de buitengewone triomfen die Ducati in de racerij heeft behaald, waarbij de in Bologna gevestigde motorfietsfabrikant heeft gezegevierd in de MotoGP en WorldSBK.

2022 was ook een recordjaar voor het verkoopnetwerk, dat blijft groeien en steeds dichter bij Ducatisti over de hele wereld komt. Aan het einde van 2022 zijn er 821 Ducati dealerships , het hoogste aantal ooit, die, met de toevoeging van de nieuwe markten Brunei, Ecuador, El Salvador en Mongolië, Ducati vertegenwoordigen in maar liefst 96 markten.

MOTORbeurs Utrecht 2023: van eerste motorles tot motorstunts

Voor 2023 heeft Ducati acht nieuwe modellen aan het publiek gepresenteerd die een steeds breder gamma aanvullen, in staat om alle Ducatisti de meest geschikte motor te bieden om hun passie voor twee wielen te uiten. Onder de meest verwachte modellen zijn er zeker de Multistrada V4 Rally, de motor voor grote reizigers en de nieuwe Diavel V4, het model dat de “Most Beautiful Bike of the Show” prijs won op EICMA. Maar ook de tweede generatie Scrambler Ducati , die de eenvoud en authenticiteit bevestigt die altijd essentiële waarden zijn geweest voor alle Scrambler Ducati liefhebbers, en die eigentijdser, kleurrijker en met een nog levendigere persoonlijkheid is geworden.

Om het gehele Ducati 2023 gamma te ontdekken, bezoek de speciale sectie op de Ducati.com website.

Een heuvelklim, in Nederland! – terugblik

0
Kees van der Kruijs (10) op zijn 250cc-Ducati

De Nederlandse Motorsport Bond (NMB), de toenmalige tegenhanger en concurrent van de KNMV, was niet bang om haar nek uit te steken en iets nieuws uit te proberen. Deze heuvelklim op zondag 18 april 1971, georganiseerd met de plaatselijke motorvereniging, in Wijlre is daar een perfect bewijs van. In een ver verleden had de KNMV in 1929 wel al eens als onderdeel van haar kampioensrit een heuvelklimproef opgenomen, maar dat was dus geen opzichzelfstaande wedstrijd. Die van de NMB wel en het parcours van één kilometer lang was uitgezet op de Dikkebuiksweg en had op een punt een stijgingspercentage van wel 10,8 procent. De renners hadden voldoende ruimte op de asfaltweg die volgens opgave een breedte van wel vijf meter had. De coureurs startten één voor één en mochten het parcours drie keer afleggen, waarbij de snelste tijd gold voor het eindklassement. De heuvelklim stond open voor alle klassen, behalve de 50cc-klasse. Hoewel niet alle NMB-toppers aan de start stonden, was er voldoende strijd en spanning over wie met de overwinning aan de haal zou gaan. In de 250cc-klasse was het Kees van der Kruijs (zie foto), die met zijn Ducati naar een tijd van 45,4 seconden en de overwinning reed. Snelste man van de dag werd echter NMB-coryfee Hans Hutten op de machtige 750cc-Laverda. Hij legde het klimtraject op deze zonovergoten dag af in 43,1 seconden, wat neerkwam op een gemiddelde snelheid van 83,5 kilometer per uur! Hoewel het een succesvol experiment was, bleef het uiteindelijk helaas bij deze ene heuvelklim voor motoren in Wijlre.

Toen de finish van Le Dakar nog in Dakar lag – terugblik

Tekst: Mari van Kasteren
Fotografie: Theo Olfers

Wie is Mari van Kasteren?

Mari van Kasteren is, naast NMB-historicus, ook verzamelaar en auteur van drie boeken over de NMB en zijn racefamilie. Voor MOTO73 schrijft hij in dit jubileumjaar De Terugblik.

Kees van der Kruijs (10) op zijn 250cc-Ducati.

Ducati, productie elektrische prototypes gestart

0

Ducati heeft officieel de start aangekondigd van de productie van de “V21L” elektrische prototypes die zullen deelnemen aan het 2023 seizoen van het FIM Enel MotoE World Championship.

De productie van de motoren begon in december en de 23 eenheden zullen half februari klaar zijn. Naast de 18 motoren waarmee zal worden geracet, zullen vijf exemplaren ter beschikking van de organisatie worden gesteld. Elk prototype wordt door technici van de Ducati MotoE Racing Department geassembleerd.

De start van de productie van de V21L-prototypes betekent het begin van een nieuw en belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van Ducati. Voor Ducati is dit een project dat als doel heeft vaardigheden te ontwikkelen voor de toekomst. Er wordt geëxperimenteerd met technologische oplossingen voor de racerij, maar die vinden vervolgens ook hun weg naar motoren die bestemd zijn voor liefhebbers over de hele wereld.

Voor de MotoE is ’s werelds meest technologische, verfijnde en geavanceerde elektrische motorfiets gecreëerd, zegt Ducati. De V21L is het resultaat van het gezamenlijke werk van de Ducati R&D-ingenieurs en het Ducati Corse team.

Circuittest in Jerez begin maart

Na een jaar van testen, met hulp van Michele Pirro, Alex De Angelis en Chaz Davies – die om de beurt op het V21L-prototype hebben gereden – nadert het Ducati MotoE project het moment waarop de motoren het circuit op gaan. De eerste test met de rijders en teams die deelnemen aan het wereldkampioenschap van 2023 staat gepland voor 6 t/m 8 maart in Jerez, gevolgd door nog drie testdagen van 3 t/m 5 april op het circuit van Montmelò in Barcelona. Het racedebuut vindt plaats tijdens de Grand Prix van Frankrijk op zaterdag 13 mei.

Zo ziet Kawasaki’s waterstof prototype eruit

0

Kawasaki onderzoekt de mogelijkheid om vloeibare waterstof te gebruiken als groene brandstof en heeft al veel vooruitgang geboekt. Zozeer zelfs dat het afgelopen najaar een prototype van een motorfiets op waterstof presenteerde, zonder enige indicatie te geven… Vandaag komt uit Japan wat meer nieuws.

Met deze drietrapsraket zet Kawasaki de motorwereld volledig op z’n kop

Fabrikanten onderzoeken een aantal mogelijkheden in hun zoektocht naar aandrijflijnen die gebruik maken van alternatieve, niet-fossiele energie. Kawasaki onderzoekt de mogelijkheid om vloeibare waterstof te gebruiken als groene brandstof en heeft al veel vooruitgang geboekt. Zozeer zelfs dat het afgelopen najaar een prototype van een motorfiets op waterstof presenteerde, zonder enige indicatie te geven… Vandaag komt uit Japan wat meer nieuws.

Ninja H2 de eerste?

Aangezien een waterstofmotor mechanisch sterk lijkt op een verbrandingsmotor, is de op dit prototype geïnstalleerde aandrijflijn gebaseerd op de eenheid met supercharger van de Ninja H2, die in dit geval is gecombineerd met een gasinjectiesysteem.

Naast de technische kwesties die verband houden met het motorblok blijft echter het probleem hoe je vloeibare waterstof veilig kunt vervoeren. Waterstof is een brandstof die onder zeer hoge druk wordt opgeslagen. In dit prototype worden vijf kleine en robuuste vloeibare waterstofpatronen gebruikt, die zich in een van de twee zijkoffers bevinden, hetgeen ook extra bescherming biedt.

Blauw is de kleur voor waterstof

Tot zover het nieuws, maar het voegt wel een paar details toe over de richting die Kawasaki is ingeslagen. En het onderstreept het gebruik van de kleur blauw voor bepaalde details: cilinderkop en uitlaatkap, voorvork en turbo. Het moet ons eraan herinneren dat het hier om schone energie gaat.

En dan is er nog de video over de Kawasaki-prototypes die zijn uitgerust met ‘alternatieve’ motoren. Op zich voegt de video niet veel toe, maar het is wel aangenaam om naar te kijken. De afsluiting met de aankondiging dat er meer op stapel staat, maakt ons natuurlijk heel nieuwsgierig naar de volgende onthulling.

Harley-Davidson zou een volledig elektrisch motormerk kunnen worden

0

In een interview met Dezeen.com spreekt CEO Jochen Zeitz van Harley-Davidson over het iconische motormerk dat in de toekomst volledig zou kunnen overstappen op elektrische motoren.

Elektrische motoren zijn niets nieuws voor Harley en met de LiveWire hebben ze hun eerste elektrische productiemotor reeds gelanceerd. Maar de verkoopprijs van ongeveer 30.000 USD (ongeveer 27.700 euro) heeft velen afgeschrikt.

In 2021 werd deze motor opnieuw op de markt gebracht onder het nieuwe merk LiveWire. Dus werd de naam voor de motorfiets een zelfstandig merk, werd de motorfiets omgedoopt tot LiveWire ONE en daalde de verkoopprijs tot een goede 22.000 USD (ongeveer 20.000 euro). LiveWire moest in de toekomst het elektrische merk voor Harley worden en met ‘Harley-Davidson’ wilden ze zich weer concentreren op de wortels van het merk.

LiveWire kondigde toen aan meerdere series elektrische motorfietsen in verschillende categorieën te willen bouwen. Het eerste model was de Del Mar, die kan worden ingedeeld in de kleinste categorie.

Schuurvondst: hoe vijf containers vol Britse motorfietsen naar Groot-Brittannië gingen

Elektrisch lijkt weer een onderwerp te zijn voor Harley-Davidson

Blijkbaar is Harley-Davidson van plan om op termijn weer elektrische motoren onder eigen merk uit te brengen, en is een overstap naar een puur elektrisch merk niet langer uitgesloten.

Jochen Zeits, CEO van Harley-Davidson, in een interview met Dezeen: ‘Op een gegeven moment zal Harley-Davidson volledig elektrisch zijn. Maar dat is een overgang die op de lange termijn moet plaatsvinden. Het gaat niet van de ene op de andere dag.”

Terug van weggeweest?

Wanneer Harley-Davidson een puur elektrisch merk zal worden is nog open. Voordat Harley echter terugkeerde naar zijn kernactiviteiten, was het van plan zijn eigen assortiment uit te breiden met ‘More Roads to Harley-Davidson’. Dit resulteerde onder andere in de Pan America. In die tijd was Harley ook van plan om het leidende merk in de sector van de elektrische motorfietsen te worden.

Wat Harley momenteel van plan is, is nog onduidelijk, maar het lijkt erop dat ze de terugkeer naar hun kernactiviteit hebben heroverwogen en nu weer in de richting van ‘More Roads to Harley-Davidson’ willen gaan!

CEO Jochen Zeitz van Harley-Davidson.

Wintertest: Moto Morini Seiemmezzo SCR

0

Vaak testen we motoren in ideale omstandigheden. Je kan gerust stellen dat dit voor één van onze eerste beproevingen van dit jaar eventjes anders was. Wij kregen – en grepen – de kans om de gloednieuwe Seiemmezzo SCR van Moto Morini te onderwerpen aan intensief dagelijks gebruik in het winterse weer van de laatste weken. 

Kwaliteit

Als we de specificaties bekijken, zien we dat Moto Morini’s nieuwste creatie is opgebouwd uit kwalitatieve componenten. Dat konden we ook voelen zodra we een been over deze scrambler heen gooiden. De goed ogende motorfiets stuurt strak en de instelbare Kabaya-vering voor en achter, draagt daar zeker een steentje aan bij. De ontwerper van deze Italo-Chinees verdient dan ook een pluim. Ze zijn er bij Morini in geslaagd om een motor op de markt te brengen die duidelijk het Italiaanse DNA in zich draagt. De elegante lijnen van de benzinetank, het lederen gestikte zadel, de ronde ledkoplamp en nog heel wat andere componenten zijn daar het tastbare bewijs van. De afwerking is top.

Stijlvol en functioneel

Toegegeven, we zijn meer fan van de SCR dan van de STR. Het stijlgehalte van de scrambler ligt naar onze bescheiden mening iets hoger. Bovendien is de scrambler ook een stuk veelzijdiger, hij is namelijk niet direct uit zijn comfortzone als je eens de verharde wegen verlaat. Voor het echte offroadwerk zijn er andere mogelijkheden in dezelfde stal – zoals bijvoorbeeld de X-Cape. Dat neemt niet weg dat deze motor een grindpad of bosweg wel weet te appreciëren. De positionering van het stuur en de voetsteunen in combinatie met de uitsparingen in de tank maken dat je gemakkelijk rechtopstaand kan rijden. Niet onbelangrijk als we het asfalt eventjes achter ons willen laten. 

Brembo en Pirelli

Zowel de SCR als de STR zijn uitgerust met een Brembo-remsysteem. Die dubbele schrijfrem vooraan kwam in het regenachtige weer zeker van pas. De remmen laten je toe zowel zacht, precies als progressief te remmen op het natte wegdek als keihard bij onverwachte situaties. Deze ankers behoren tot de sterke punten van de Seiemmezzo. Op het vlak van banden kozen ze bij Moto Morini voor de Pirelli MT60RS. Dit mag dan wel een band zijn met een vrij grof en agressief profiel, hij plakt verrassend goed aan de weg. Wij hebben de limiet van deze band niet bereikt, zelfs niet bij erg lage temperaturen. Harder proberen was in deze weersomstandigheden trouwens niet aan de orde.

Test 2023 Moto Morini Seiemmezzo SCR & STR: zesenhalf maal twee

Vriesgrens

De afwezigheid van een kuip of voldoende groot windscherm maken dat je op de snelweg grotendeels bent blootgesteld aan de weerselementen. Het kleine windschermpje van de SCR past volledig bij de scrambler-look, maar functioneel is het niet bepaald. Gelukkig overstijgt het belang van aangepaste motorkledij dat van een meer geschikte motor. We reden enkele honderden kilometers op snelwegen en secundaire wegen en het viel op dat de voordelen voor degenen met een beter uitgeruste motor toch eerder beperkt waren. Motorrijden bij temperaturen die de vriesgrens benaderen, is voor iedereen een beetje op de tanden bijten. Handvatverwarming behoort anderzijds (nog) niet tot het optiepakket van de SCR. Dat was in dit weer geen overbodige luxe geweest.

Sportief karakter

De 650cc-paralleltwin is nogal sportief ingesteld en dat nodigt uit om de toerenteller richting de rode zone te jagen. Onderin is het koppel eerder bescheiden, maar vanaf 6.000 tpm begint de fun. Het koppelrijke gebied loopt nog volledig door tot 10.000 tpm, wat mede zorgt voor die sportieve ervaring. Ondanks de weersomstandigheden, konden we vaststellen dat we op geen enkel moment moesten twijfelen over de snelheid en hellingsgraad waarmee we de bochten aanvielen. De rechtop rijpositie, de Pirelli’s en het goed doseerbare vermogen hebben hier alles mee te maken.

Een waardige tegenstander

Als we ons lijstje nog eens aflopen, luidt de conclusie dat de Seiemmezzo SCR een waardig alternatief is voor de reeds bestaande middenklasse scramblers. Dat is ook nodig want het prijsverschil met de Yamaha XSR 700, de belangrijkste concurrent, is niet zo groot. Moto Morini is erin geslaagd een motor met een eigen identiteit te brengen, die zowel qua fungehalte als qua bouwkwaliteit niet onderdoet voor z’n Japanse tegenstanders. Als dit het begin is voor de nieuwe lichting Morini’s, zijn wij benieuwd naar wat de toekomst nog zal brengen.