Aprilia heeft de officiële video van de onthulling van de Aprilia Tuono 660, een middelzware naked, vrijgegeven.
Nu de officiële lancering van de nieuwe Aprilia Tuono gaande is, neemt de informatie over de Tuono 660 langzaam maar zeker toe. We weten misschien al veel over de basis van de Aprilisa, omdat-ie nauw verwant is aan de RS 660, die we eind vorig jaar reden. Maar er zijn ongetwijfeld subtiele nuances waardoor de twee modellen van elkaar verschillen.
Helaas zullen we daar nog even op moeten wachten. Van 1 t/m 8 maart doen we de eerste test. Tezelfdertijd testen we ook de Moto Guzzi V7. Om toch een idee te krijgen van de styling van de motor heeft Aprilia een nogal flitsend ogende promovideo op hun YouTube-kanaal gezet.
Triumph is hard bezig geweest om de modern classics-reeks conform Euro 5 te maken. Op dinsdag 23 februari wordt tijdens een digitaal live-event de sluier verwijderd van de Bonneville 2021. Ook de 2021 Triumph Street Twin wordt op deze dag onthult. Het gerucht gaat dat er een speciale versie van de Street Twin aanstaande is, namelijk de Triumph Street Twin Goldline. Triumph heeft zowel in de VS als in Europa de naam Street Twin Goldline laten registreren.
Instapniveau
In Hinckley hebben ze meer dan gewone aandacht voor de instapmodellen van de modern classics. De Street Scrambler en de Street Twin staan vol in het licht. Na de Amerikaanse en Europese registratie van de naam Street Scrambler Sandstorm, is ook een andere registratie ons niet ontgaan: Street Twin Goldline. Waarschijnlijk betreft het een opwaardering van de Britse parallel-twin naar Euro 5-norm. Volgens de ingediende documentatie zijn de emissies lager dan de 89 g/km van de Euro 4-versie.
Details
In vergelijking met de Scrambler is er minder informatie over de Street Twin Goldline. Wel is er iets bekend over het vermogen: 64 pk @ 7.500 tpm, terwijl dit voor de Scrambler verlaagd is naar 7.250 tpm.
Wat het chassis betreft, met verwijzing naar het laatste nieuws over Triumph, komt het niet als een verrassing als de Street Twin Goldline kilo’s is kwijtgeraakt. Daarmee zou dit model nog interessanter zijn voor beginnende motorrijders of voor motorrijders die op zoek zijn naar een leuke en gebruiksvriendelijke motorfiets.
De 2021 Triumph Street Twin Goldline zal vermoedelijk op detailniveau verschillen van de Street Twin. In de documenten wordt er echter met geen woord over gerept.
Als Triumph dezelfde aanpak volgt als bij de Street Scrambler Sandstorm, kan de Street Twin Goldline ook gebruik maken van meer dan 140 accessoires uit de officiële Triumph-catalogus. Deze zijn ontwikkeld om de styling en bagageopties van het nieuwe model te verbeteren. Met de naam Goldline in gedachten, zou je ook kunnen denken aan een aangepaste look met gouden details.
Voor de Street Twin heeft Triumph al twee eerdere kits uitgebracht: de Urban Ride en de Café Custom. Waarschijnlijk hoeven we niet tot 23 februari te wachten voor meer details.
Middelboschoord zou je het kunnen noemen. De Harley-Davidson Street Glide tipt over de rotonde in de N348 naar Raalte en daar ligt al de bedoelde enclave aan de andere kant van de weg. Links het door Max Middelbosch (juist: vandáár die naam!) gebouwde motorhotel, nu Salland Inn. Rechts Taveerne Tivoli, waar dochter Eva Middelbosch de pollepel zwaait. En in het midden het epicentrum van deze trip, start en finish: het American Motorcycle Museum Holland.
Daar kan ik moeilijk op een MZ’tje of Japannertje aan komen zetten. De geleende Harley gaat op stal in een van de garageboxen rond de binnenplaats van Hotel Salland Inn, dat sinds een paar maanden door de zussen Dominique en Nicole Hutten wordt geëxploiteerd. In het museum word ik hartelijk verwelkomd door Ans en Max Middelbosch, die zitten nooit om gesprekstof verlegen. Die groene Panhead-zijspancombinatie naast het kantoortje bijvoorbeeld, daardoor ontstak bij Max de liefde voor Amerikaanse motorfietsen. Daarmee reed de politie in zijn geboorteplaats Assen rond, Max zag het gevaarte als jongetje voorbijrijden en was voor de rest van zijn leven verkocht. Max: ‘Dat was toen al een heel bijzondere motorfiets. Er reden in Nederland voornamelijk Liberators rond, 750cc-zijkleppers. Deze 1200cc-kopklepper was eigenlijk voor de export bedoeld, maar bleef bij de politie in Assen hangen.’
America iron
We stappen van de ene ‘ah!’ naar de andere ‘oh!’. Achter koorden staan prachtige staaltjes America iron te trappelen als paarden op elkaar gepakt in een corral. Niet alleen kom ik ogen tekort, ook oren, want Max heeft overal wel een mooie anekdote bij paraat. Weet ik van zijn motortocht van Portugal naar Texel, of met een paar maten in Zuid-Afrika? Gereden op klassiekers van voor de Tweede Wereldoorlog? Op de eerste verdieping staan de motoren bij die verhalen en Max vertelt er graag verder over. Maar dan wel morgen alsjeblieft, want het is ongemerkt al ver na sluitingstijd en van boven duiden hollende kleinkindervoetjes op een andere passie van Ans en Max Middelbosch.
Dominique en Nicole hebben een ploeg enthousiaste jonge mensen om zich heen verzameld en zo wordt het ook een gezellige avond in de eetzaal van Salland Inn. Een fijne maaltijd en de landkaart op tafel, wat wil een motorrijder nog meer om de dag mee af te sluiten?
Michelinkaarten bieden een onuitputtelijke bron van inspiratie. Van l’Abri d’Hitler (de schuilplaats van Hitler) in België tot Verneukpan in Zuid-Afrika heb ik al een aantal machtige motortochten te danken aan Monsieur Bibendum en zijn Franse collega’s. Ook rond Raalte wijzen ze de weg. De Holterberg staat zo’n beetje bekend als de Route 66 voor Nederlandse motorrijders. Die heb ik snel gevonden, zo’n zes centimeter naast Raalte. Uitzoomend zie ik echter nog veel meer bergen op de kaart staan. Een toertocht langs deze hoogtepunten in de Lage Landen is dan snel uitgestippeld.
Vroeg uit de veren. Zo vroeg in de morgen is het museum van Middelbosch nog gesloten. Dus rol ik de motor uit de verwarmde stal en leidt hem over de binnenplaats naar buiten, om daar de 89 stuks paardenkrachten met een druk op de startknop tot leven te wekken.
Den Berg biedt niet de Alpiene vergezichten die de naam suggereert. Verder dan maar, over een recht stuk weg, waarop de Street Glide zich thuis voelt, over de Rechterensedijk en aansluitend de Tolhuisweg bromt de Harley tevreden voort parallel aan de Overijsselsche Vecht. En dat klinkt net zo gezellig ouderwets als het in werkelijkheid is.
In stroomdalen liggen meestal geen bergen, dat is algemeen bekend, óók in de Nederlanden. Dus wend ik bij Besthmen de Batwingkuip zuidwaarts. Bergweg en Bergsteeg leiden via de Besthmenerberg en de Archemerberg voort naar de Lemelerberg.
Een stuk bos, de weg gaat omhoog, rij ik hier echt niet in het Sauerland? Misschien om dit soort misverstanden weg te nemen wil Landschap Overijssel bos kappen, zodat de heide meer ruimte krijgt en het uitzicht terugkeert.
Luttenbergring
Bovenop de berg staat naar goed Nederlands gebruik een eet- en theepaviljoen, ze zullen er ook wel pannenkoeken bakken, maar daarvoor is het nog te vroeg. Op naar Luttenberg, voor koffie in Café de Schoenmaker. Normaal op de speakers, ’Brommers Kiek’n’ staat er boven de voormalige telefooncel en dat heeft weer te maken met de motorraces die jaarlijks op de Luttenbergring worden gereden.
Hoezeddu? Wachtend op de koffie vertelt de bardame mij daar meer over. Als de koffiemachine luid piepend haar aandacht opeist, neemt Google het over, aansluitend via Facebook en e-mail rollen informatie en foto’s van fotograaf Erik de Ruijter binnen op mijn slimme telefoon. Zo ben ik al halverwege de koffie een expert wat de motorraces op die Luttenberg aangaat.
Bergrennen noemen Duitsers zo’n motorevenement, waarvoor eventjes delen van een openbaar wegverloop voor ander verkeer worden afgesloten. Zo’n bergrit in pure vorm is natuurlijk niet meer van deze tijd, maar in 2020 kon de organisatie van de Classic Race Demonstratie Luttenbergring toch maar mooi een vijftigjarig jubileum vieren, zij het door corona in een zeer afgeslankte vorm.
De Butzelaarstraat brengt mij verder, de bebouwde kom uit, een stukje bos door, langs de Bergweg en daar is de trekkerzaak waar de Schoenmakerbardame van sprak. Rechtsaf de Blikstraat in… waar meteen een verbodsbord voor motorrijders in de berm staat te pesten. Er is geen bromsnor in zicht, dus ik waag het erop. Als de berijders van Liberators in de Tweede Wereldoorlog geen risico’s hadden genomen, dan reden we nog allemaal op Zündapp en NSU. En ja hoor, ook in de chicanes voelt de Straat Glijder zich thuis, want die is allang van een spreekwoordelijke rechttoe-rechtaanfiets geëvolueerd naar een wendbare serpentinewever.
The one and only Holterberg!
De Hellendoornseberg glijdt voorbij. Waar bergen zijn, zijn dalen. Na Nijverdal en de N35 slingeren 470 trotse kilogrammen langs de Haarlerberg. En daar is-ie dan, het hoogtepunt van Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug, ladies and gentlemen, the one and only Holterberg! De weg is echt een klassieker op Nederlandse schaal, met een bejaarden- of laten we zeggen veteranensfeertje dat een zekere charme heeft. Je mag nergens stoppen om het een of ander nader te bekijken. Daar zijn de officiële gedoogkijkpunten voor. Er ligt wel een verrassend aantal verhogingen in en rond Nationaal Park Sallandse Heuvelrug: Haarlerberg, Nijverdalseberg en Holterberg. En de Koningsbelt natuurlijk, met een kloeke 75 meter boven zeeniveau de hoogste van het stel.
Bij Beuseberg pak ik even de provinciale weg door Markelo naar Herikenberg. Ligtenberg, Tankenberg, Albergen, Kuiperberg, Tubbergen, Mariënberg, Bergentheim, Gramsbergen, Hardenberg… Hoe meer ik op de kaart kijk, des te meer bergen doemen er voor mij op. Hoe krijg ik die allemaal in mijn toer gepakt?
Na Herikerberg glijdt afslag Haaksbergen voorbij. Tussen Albergen en Kuiperberg biedt Café de Molenberg aan de N249 een pitstop om op verhaal te komen van de vele pieken en weinige dalen op deze tocht in het Verre Oosten van Nederland. Onder Gramsbergen op weg naar Achterin tikken voortdurend vliegen tegen mijn vizier, zo strak tegen de Duitse grens is het een al landelijkheid wat de klok slaat.
Salland.
Onder Hardenberg langs, via Bergentheim en Mariënberg ploft de Harley door een sprookjesachtig bos, het plaatsje Beerze in dat ook hoog scoort op de schaal van authentiek, mooi en de omweg waard. Monsieur Michelin heeft dan ook terecht een groen lijntje getrokken langs het witte wegverloop op zijn papier. Na Junne en het Zeesserbos laveer ik de Street Glide voort tussen de oude belenden door: Archemerberg, Lemelerberg, Luttenberg… en daar doemen de Sallandse architectuurparels van ‘Middelboschoord’ alweer voor de kuip op.
Harley-eencilinder
Ans en Max hebben de deur al opengezet. Ik voel me er eerder op bezoek bij familie dan in een museum. Op enkele motoren mag je inderdaad gaan zitten, helm erbij voor de foto, Max is zeker de beroerdste niet. Zijn verhalen zijn legendarisch en, buiten vol verve door hemzelf verteld, ook te lezen in mappen die bij verschillende pronkstukken liggen.
Op naar die eerste verdieping, die we gistermiddag niet meer hadden gehaald.
Bij Harley-Davidson denk ik niet meteen aan eencilinders. Toch begon het merk daarmee en op 11 juli 1925 vond de eerste echte wegwedstrijd in Nederland plaats op het Circuit van Drenthe, toen nog inclusief zand- en grindweg. Coureur Bertus van Hamersveld schreef zich in voor de zwaarste klasse. Hier verscheen hij met zijn Harley-Davidson, waar de voorste cilinder en drijfstang van waren verwijderd om op 500 cc te komen. In het American Motorcycle Museum Holland hoor ik nog een mooi verhaal over een Harley-eencilinder. Van Max zelf natuurlijk. En het heeft iets met Zuid-Afrika te maken, maar niet met Verneukpan. Maar voordat ik daar nu verder over kan uitweiden, gaat het museum weer dicht en is daarmee dit verhaal afgelopen.
Tijd voor nagenieten aan een welgevulde eettafel. Vanavond kies ik voor dat andere gebouw in ‘Middelboschoord’, aan de andere kant van het museum. Taveerne Tivoli was er al langer, maar nu zwaait Max’ dochter in de keuken de, eh…, pollepel en het vleesmes. Uit haar Texaanse rookkast komen vleesgerechten die volgens mij zelfs een fundamentalistische vegetariër ernstig aan zijn of haar dwaalwegen laat twijfelen.
De Luttenbergring vierde in 2020 zijn vijftigste jubileum. Op 26 september werd de Classic Demo Race gereden, corona of geen corona. In 2021 hoopt de organisatie het evenement weer op een zomerse 13de junidag te kunnen organiseren, van oudsher ook de datum waarop de Raalte Races in de jaren zeventig en tachtig knetterden en spetterden op de Luttenbergring. Daar kwamen toen wel 35.000 bezoekers op af. Het was een internationaal evenement met sterrijders als Barry Sheene, Graziano Rossi (jaja, pappa van), Franco Ucini en de Nederlandse drie-eenheid Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen. Echte snelheidsraces zijn in de moderne tijd van dit soort circuits verdwenen en zijn vervangen door wedstrijden met klassieke motoren. Informatie: www.luttenbergring.nl.
Met de wereldtitel van Joan Mir kende Suzuki een fantastisch einde van een bijzonder jaar waarin ze 100 jaar bestonden en ook nog een zestig jaar racete. Na zo’n lange periode is er genoeg te vertellen en dat wordt dan ook gedaan in deze avondklokfilm.
Wij plaatsen elke dag, exact op het moment dat avondklok in gaat een interessante video. Deze keer: De Suzuki-historie
Voor het 2021 FIM Supersport 300 World Championship seizoen wordt het nieuw gevormde Viñales Racing Team een Yamaha supported WorldSSP300 Team. Voor Viñales racen twee jonge talenten: Kevin Sabatucci en Dean Berta Viñales.
Kevin Sabatucci van het Viñales Racing Team| Foto: Facebook
Het Viñales Racing Team dat werd opgericht door Ángel Viñales, de vader van Monster Energy Yamaha MotoGP Team-coureur Maverick Viñales, rijdt met een paar R3 GYTR-motoren. Het team helpt jonge coureurs bij hun eerste stappen op weg naar de top van het motorracen. Dit wordt gedeeld door Yamaha Motor Europe en het team profiteert van fabrieksondersteuning.
De Italiaan Sabatucci is geen onbekende van de Yamaha-familie. In 2019 deed hij ook mee aan het WorldSSP300-kampioenschap. Toen ondervond hij steun van het bLU cRU-programma. In 2018 behaalde Sabatucci een podium bij zijn debuut in Imola. Hij deed dat op een Uamaha R3 GYTR. Zijn eerste overwinning noteerde hij in 2019 op Donington Park. Vorig jaar was de 21-jarige een consistente rijder die bij acht races punten scoorde.
Teamgenoot Dean Berta Viñales, de neef van Maverick, maakt z’n eerste uitstapje naar het WorldSSP300-kampioenschap. In 2019 en 2020 nam hij deel aan de European Talent Cup, waarin hij vorig jaar in Estoril een 13e plaats als beste resultaat behaalde. De Spanjaard is pas 15 jaar oud als het seizoen van start gaat! Tot nu toe maakte hij indruk in tijdens nationale races in Spanje.
Classic & Retro editie 28is uit en ligt nu in de winkel.
Wil je hem online bestellen als losse editie? klik hier. GRATIS thuisbezorgd!
Classic & Retro editie 28 is helaas de laatste editie van het prachtige Classic & Retro Magazine. Ondanks de liefde waarmee het blad werd gemaakt en het enthousiasme van de lezers, is de titel financieel niet in staat gebleken overeind te blijven.
Yamaha XS650
De Yamaha XS650 viert zijn 50- jarig bestaan in Nederland. Sinds zijn introductie is de icoon een dankbaar sleutelobjet, waar je heel verschil- lende kanten met op kunt.
Handschoenen
Natuurlijk wil je handschoenen die je goed beschermen, maar ze moe- ten ook passen bij de rest van je outfit. We zetten negen paar voor je op een rijtje.
Penton Motorcycles
John Penton was een Amerikaanse offroadrijder. Hij haalde KTM’s naar zijn land die hij in aangepaste vorm onder zijn eigen naam op de markt bracht. Een fascinerend verhaal.
Interview Theo Louwes
De meeste mensen hebben aan één carrière genoeg. Niet Theo Louwes. Hij reed tegen Giacomo Agostini, maar later ook tegen Kevin Schwantz. Intrigerend.
Moto Morini Camel 501
Deze Italiaanse neo-klassieker doet het goed in vergelijkende testen, maar zijn hoge prijs nekt hem in de verkoop. Wij gaan ermee op pad en zijn aangenaam verrast.
FB Mondial 125 Bialbero
Deze GP-racer uit 1951 verovert met Carlo Ubbiali in het zadel het laatste 125cc-GP-wereldkampioenschap van FB Mondial.
Een gemaal, gebouwd in 1921. Bedoeld om de waterstand in veenpolder De Deelen op peil te houden. Tot 1974 deed het dienst. Recentelijk volgde een ingrijpende verbouwing. De klassieke ruimte biedt nu plaats aan… de NSU-collectie van Hette Knijpstra. Auto’s, bromfietsen, scooters en veel, heel veel motorfietsen. NSU Legends Museum is de naam die de Fries aan de verzameling heeft gegeven.
Hoe fraai de collectie van de 71-jarige Hette Knijpstra in Haskerdijken ook is, de aanleiding is eigenlijk een trieste gebeurtenis. Als de Fries de brommerleeftijd heeft, rijdt hij op oude NSU Quickly’s. Een wat suffige, maar oerdegelijke bromfiets met klein tankje en twee versnellingen. Dit model is trouwens niet zijn hartenwens. ‘Maar ik had geen geld voor een sportieve bromfiets. Die Quickly’s kocht je voor tien of vijftien gulden.’ Eenmaal achttien jaar oud komt er snel een motorfiets. Een NSU Lux, een 200cc-tweetakt: ‘Gekocht in het naburige Akkrum, voor 55 gulden.’ Met een vergunning mag hij in de omgeving rijden. Maar een dag voor het afrijden slaat het noodlot toe. Hij raakt met 80 km/u van de weg. ‘Ik had al wel eens eerder meegemaakt dat de voorkant van de motor ging schudden en dat gebeurde nu weer.’ De klap tegen de boom is hard. Z’n beide benen zijn verbrijzeld. Een jaar lang zit Knijpstra in het gips en twee jaar lang kan hij geen stap lopen. Motorrijden is vanaf dat moment niet meer mogelijk.
Het ongeluk is inmiddels 53 jaar geleden, maar nog elke dag merkt hij de pijnlijke gevolgen. ‘Maar zelfmedelijden brengt je niet verder. Je moet je teleurstelling omzetten in vechtlust.’ Die strijdbaarheid heeft hem ver gebracht. Na enkele technische opleidingen bouwde hij de bescheiden autosloperij/machinefabriek van zijn vader uit tot een succesvolle onderneming: KIG Heerenveen. Zij fabriceren voor de ‘dochters’ Roodberg en Mondial Rides reusachtige trailers en liften voor vaartuigen en kermis- en parkattracties. Op menige kermis in binnen- en buitenland kom je de creaties tegen. Reuzenraden in diverse grootten, maar ook constructies als de Ultra Max, Diablo en Ventura. Inmiddels heeft Knijpstra de leiding van het bedrijf overgedragen aan zijn schoondochter Ypkje Oenema en kan hij zich helemaal richten op zijn hobby’s.
Eén daarvan is het verzamelen van NSU’s. Want ondanks z’n nare ongeluk heeft hij al van jongs af aan een grote voorliefde voor het Duitse merk. ‘Met veel constructies was NSU voorloper. Ook zijn de onderdelen gemaakt van hoogwaardig materiaal. Als techneut heb ik daarom groot respect voor NSU.’
Gemaal De Deelen
Met het verzamelen van NSU’s begint de Fries in de jaren tachtig, maar toen nog heel kleinschalig. ‘Niet meer dan enkele Quickly-brommers. Ik pluisde daarvoor de advertenties in De Telegraaf door.’ In 2012 komen er ook motorfietsen bij. ‘Ook maar een paar, niet meer dan een stuk of vijf.’ Maar de laatste tijd verzamelt Knijpstra in de hoogste versnelling. In totaal heeft hij nu rond de 55 NSU-tweewielers. De meeste daarvan zijn de laatste twee jaar aangekocht. In Nederland, maar ook in Duitsland. Knijpstra gebruikt daarvoor zijn contacten in de NSU Club Nederland. ‘Door Clarence Cnossen ben ik vier jaar geleden bij deze club gehaald. Ik raadpleeg ’m veelvuldig over aankopen en allerlei andere NSU-zaken. Ik noem ’m wel eens m’n “sparringpartner”.’
Maar internet is ook van onschatbare waarde. ‘Ik doe het zoekwerk, maar voor het ophalen van de motoren heb ik heel veel hulp gehad. Soms ging een maat van me met de bus en aanhanger in één keer verschillende adressen af om ze op te halen.’ Bij de aankopen kijkt hij kritisch naar de staat van de motoren. Alleen in onberispelijke fietsen is hij geïnteresseerd. ‘Want voor ingrijpende restauraties en zoektochten naar ontbrekende onderdelen ontbreekt mij eenvoudigweg de tijd.’
De collectie is sinds vorig jaar ondergebracht in het voormalige gemaal De Deelen in Haskerdijken. Dat bestaat uit twee gebouwen: het gemaal en de werkplaats van het waterschap. Knijpstra bezit beide gebouwen al sinds 2003. ‘Gevoelens van nostalgie bepaalden de aankoop. Ik fietste er als kind namelijk altijd langs op weg naar school.’ Voor de rol van museum was wel een zeer ingrijpende verbouwing noodzakelijk. Zo kwam er een verdieping in met een fraai rondlopend plafond. De motoren, scooters en bromfietsen staan er ruimtelijk uitgestald, keurig op verhogingen. Her en der zorgen posters, vitrines met NSU-hebbedingetjes en grote foto’s van vroegere NSU-coryfeeën voor een gemoedelijke sfeer. Heel apart zijn de grote lamp aan het plafond en de grote tafel. Ze zijn gemaakt in de vorm van het symbool van de wankelmotor. ‘Ik heb grote waardering voor dat motorprincipe van Felix Wankel en… NSU monteerde die blokken in enkele automodellen.’
Maar de aankleding van het NSU Legends Museum is volgens Knijpstra nog lang niet af. Hij wijst op de diverse standaards met losse blokken. Her en der zijn nog open plekken. In de werkplaats wachten ze op voltooiing. ‘Netjes schoongemaakt, gepoetst en gepolijst. Om de NSU-techniek te laten zien.’ Fraai is het losse motorblok van het model D201 Z uit 1939. Met koelribben op het losse, te demonteren uitlaatkanaal. ‘Een soort wrat. Je kunt het kanaal zo makkelijk reinigen.’
Trapstel
Waar je ook kijkt in het NSU Legends Museum, overal sta je oog in oog met tweewielers met het NSU-logo. Indrukwekkend. Even een stukje historie: de onderneming die leidt tot het latere NSU begint in 1873 als fabrikant van breimachines. Zeven jaar later komen daar ook fietsen bij. In 1903 rijdt de eerste eigen motorfiets uit het fabriekspand in Neckarsulm. Het merk Neckarsulmer-Motorrad (NSU) is daarmee geboren.
Knijpstra heeft de motorfietsen in historische volgorde in lange rijen overzichtelijk neergezet. De oudste is uit 1905. Feitelijk een verzwaarde fiets met een motorblok. Prachtig zijn de vele heveltjes en pompjes voor de bediening en de reusachtige poelie voor de snaaraandrijving. Opvallend: het eencilindertje heeft waterkoeling. Bijzonder voor die tijd. Knijpstra haast zich echter te zeggen dat hij nog een oudere NSU heeft.
Daarvoor moeten we naar de werkplaats op de begane grond. Daar staat een motorfiets uit… 1903. Neckarsulmer Motorrad staat in grote gekrulde letters op de platte tank. Opvallend aan het blokje is dat de bougie en de uitlaatpoort beide aan de achterkant zijn geplaatst. De uitlaatbocht en de demper krullen zich vervolgens tot achter de framebuis. De machine staat op de werkbank omdat de voorvork is gedemonteerd. De conische moer die het stuur in het balhoofd vastzet, is namelijk stuk. Diplomatiek klinkt het: ‘Een vorige eigenaar heeft daaraan onoordeelkundig gesleuteld.’
Van de periode tot de Tweede Wereldoorlog staan er enkele tientallen. Het is echt uniek om ze zo bij elkaar te kunnen zien. Bijvoorbeeld de MotoSulm uit 1931, met het 65cc-motorblokje boven het voorwiel. Een imposant verschijning is de 502T, een lange V-twin uit 1924 met – heel apart – monoshock-achtervering. Kenmerkend voor die tijd zijn de overmaats uitgevoerde treeplanken. NSU-paradepaardjes in de jaren dertig zijn de OSL-modellen. Sportieve, luxe uitgevoerde eencilinder-kopkleppers van 250 tot 600 cc. Uiteraard ontbreken ze niet. Net voor de Tweede Wereldoorlog komt de fabriek nog met de Quick. Een kleine 98cc-tweetakt met fietspedalen en aparte trapezevoorvork. Verkrijgbaar in een heren- en een damesmodel.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelt NSU zich tot een van de belangrijkste motorproducenten van de wereld. Het doet dat met een eencilinder-viertakt, die niet goedkoop maar wel duurzaam geconstrueerd en technisch verfijnd is. In 1949 komt de Fox, een 100 cc. Later gevolgd door de Superfox, die is 125 cc zwaar. Voor de liefhebbers van zware motoren verschijnt in 1951 de Konsul I, een zwaar uitgevoerde, dikke 350cc-eencilinder. Z’n grote broer staat er trouwens ook: de Konsul II, 500 cc zwaar. Het meest bekende model van NSU is de Max, die in 1952 verschijnt. De 250cc-kopklepper heeft het revolutionaire Ultramax-systeem. Door middel van excenters en schuifstangen wordt de nokkenas aangestuurd. De motor is met z’n 17 pk de concurrentie ruimschoots de baas. In 1954 verandert de naam in Spezial Max. Die is te herkennen aan z’n volle remnaven. Weer twee jaar later heet hij Super Max. De centrale achterveer is dan vervangen door twee hydraulisch gedempte schokbrekers. In ruim tien jaar tijd worden er van de drie Max-modellen meer dan 100.000 gemaakt. Overbodig te zeggen: alle modellen staan bij NSU Legends te glimmen en glanzen.
In 1965 sluit de fabriek door de ingestorte afzetmarkt noodgedwongen de motorafdeling. Het laatste model is de kleine Quick 50. Een 4,3 pk sterk motorfietsje met een top van rond de 70 km/u. Natuurlijk staat die ook in Haskerdijken. Hij oogt gloednieuw. Alsof-ie gisteren de showroom verliet…
Racehoekje in NSU Legends Museum
Bijzonder is de afdeling racers in het NSU Legends Museum. NSU is begin jaren vijftig een geduchte concurrent in de 125- en 250cc-klasse. Op nationaal niveau behaalt het merk vele titels. Maar ook in de Grand Prix is de fabriek zeer succesvol. In 1953 sleept coureur Werner Haas op de befaamde Rennmax de titel in beide klassen binnen. Een jaar later wint Haas weer bij de kwartliters en is de 125cc-klasse een prooi voor zijn teammaat Rupert Hollaus. De laatste victorie van het NSU-fabrieksteam is de wereldtitel voor Hermann P. Müller in de 250cc-klasse in 1955.
Die successen zie je duidelijk terug bij NSU Legends. Van de Sportmax – afgeleid van de Rennmax – staan er zelfs twee. Het zijn replica’s, grotendeels gebouwd door NSU-adept Nico Voortman. Op zijn eigen machine reed hij demoraces. De andere machine behoorde toe aan oud-coureur Ruud Breedt. Opvallend aan beide machines is de lange, grillig gevormde aluminium tank. Met grote ‘deuken’ om de stuuruitslag te vergroten. De tanks zijn ook ongeverfd, dat scheelt gewicht… Typisch voor NSU is de aparte voorvering. Geen telescoopvoorvork, maar schommelarmen. In het voorwiel huist een gigantische trommelrem met een trechter voor de koeling. Ook gebouwd door Voortman is de kleinere racer, met een 175cc-blok van de NSU Maxi.
Ook ware technische kunststukjes zijn de racers die Dick Teunissen heeft gebouwd. Teunissen – inmiddels een tachtiger – is een oud-coureur en in het bezit van gouden handjes. Prachtig zijn z’n beide replica’s van de NSU Rennfox. Machientjes met een 100cc-blok. De ene is uit 1950, de andere uit 1955. Bij de oudste is het standaardmodel van de Fox nog duidelijk te herkennen. De jongste levert 12 pk bij 10.000 tpm. De machine uit 1950 moet het met vijf pk minder doen.
Een bijzondere schepping van Teunissen is de Dickley-racer. Een nagebouwd NSU-fabrieksracertje uit 1958. De krachtbron is een 50cc-Quickly, Mooi is de brandstoftank, die aan de voorkant in een kleine stroomlijn uitloopt en achter is geïntegreerd met het zitje en het achterspatbord. Het aluminium is aalglad afgewerkt. Het racertje weegt maar 43 kg. Het blokje oogt bescheiden, maar is toch in staat om 11.000 tpm te draaien. Indrukwekkend voor een ‘omgebouwd brommertje’, toch?
Ook staan er het 50cc-Quickly-racertje en de grasbaanmachine van de vroegere Friese coureur Renne Wijnstra. Opvallend is de strak vormgegeven cilinder en -kop. ‘Een fraai stukje techniek. Helemaal eigenbouw, uitgedacht door Renne en door hem op de draaibank gemaakt.’
Scooters in het NSU Legends Museum
Uithangborden van de jaren vijftig zijn de scooters. NSU begon daarmee in 1950. Het betrof in licentie gebouwde Lambretta’s. Geleidelijk echter bracht de fabriek diverse aanpassingen aan en ontstond de NSU-Lambretta, met onder andere een reservewiel en een dynastart, een soort startmotor. In 1955 komt NSU met een geheel eigen scooter, de Prima. Eerst met een 146cc-tweetakt, model D. Een kaskraker, in 1956 en 1957 rollen er meer dan 62.000 exemplaren van de lopende band. In 1957 verschijnt ook een Prima met een 175cc-krachtbron, model V. Die heeft vier voetversnellingen en iets grotere wielen. In 1959 voegt de fabriek er nog twee modellen aan toe: de K en KL. Het zijn wat goedkopere uitvoeringen. Knijpstra heeft de verschillende modellen bij elkaar gezet. Alle verkeren in fraaie staat. ‘Vaak is het plaatwerk aangetast. Voor ik ze neerzet, laat ik ze daarom restaureren door Mark Hardholt in Roden.’
Een plaatje om te zien is de olijfgroene Prima K met z’n spierwitte zweefzadels, luxe aluminium strips langs beenschilden en voorspatbord en het chromen bagagerek dat tevens het reservewiel herbergt. Apart is de extra koplamp op het voorspatbord. Stijlvol en passend bij de jaren vijftig zijn de witte wangen van de banden. Veelkleurig zijn de meeste NSU-Lambretta’s. Vooral die in de combinatie van knalgeel en rood springt in het oog.
Carrousel
Uiteraard ontbreken de bromfietsen niet in Museum NSU Legends. Dat geldt zeker voor de ‘kaskraker’ van NSU: de Quickly. Een bromfiets met een geperst stalen frame, klein tankje en een betrekkelijk lage instap. We zouden het nu een ‘damesbrommer’ noemen. NSU maakt ze maar liefst veertien jaar lang, vanaf 1953, in verschillende modellen. Ronduit apart is de L – dat staat voor Luxus – met z’n achtervering en beplating rond het achterwiel. Minder bekend in ons land zijn de sportieve bromfietsen, de buikschuivers. NSU leverde al blokken voor Italiaanse fabrikanten van sportief gelijnde bromfietsen. De fabriek bootste die vervolgens na en zo ontstond eind jaren vijftig de Cavallino. Fraai uitgevoerd in vlammend rood en wit en – uiteraard – met een uiterst smalle en dus snoeiharde buddyseat. In 1959 krijgt het model een opvolger: de NSU Quickly TT. De fraai gerestaureerde bromfietsen hebben een ereplaatsje. Ze draaien rond op een verlichte carrousel.
Dat een verzameling nooit af is, blijkt uit een toelichting van Knijpstra. Hij heeft alle NSU-bromfietsen in huis, maar toch is er nog een wens. ‘Modellen van andere fabrikanten die een NSU-blokje gebruikten. Dat zijn vooral Italiaanse merken als Vittoria, Ganna, Caprioni en Fochj.’ Ja, rust is een echte verzamelaar niet gegund…
Vierwielers
Naast de tweewielers waardeert Knijpstra ook de auto’s van NSU. Auto’s zijn ‘ruimtevreters’. Ze staan daarom in de ruime werkplaats. Onder andere de kleine Prinz III en Sport Prinz, met een luchtgekoelde tweecilindermotor en Ultramax-nokkenasaandrijving. Maar ook de in zijn tijd zeer populaire NSU 1000 met een luchtgekoelde viercilindermotor. In sportuitvoering – model TT – vaak ingezet voor bergraces.
De Fries heeft ook bijzondere belangstelling voor wankelmotoren. Een motorprincipe dat is ontworpen door Felix Wankel. Zo’n motor – met één verbrandingskamer – is ingebouwd in de tentoongestelde Wankel Spider, een cabrio uit 1965. Z’n blauwe RO 80 uit 1968 heeft twee verbrandingskamers.
NSU Club Nederland
De NSU Club Nederland bestaat in 2021 veertig jaar. De vereniging is er voor liefhebbers van bromfietsen, motoren en auto’s van het merk en heeft rond de 300 leden. Voor die leden zijn er regionale ritten en zes keer per jaar valt het clubblad Varia op de deurmat. Het is zeker de bedoeling dat er ook diverse clubactiviteiten bij NSU Legends gaan plaatsvinden: ‘Denk aan vergaderingen, instructieavonden en de koffieklets. Maar corona heeft daar tot op heden een stokje voor gestoken.’
De club heeft trouwens een zeer verzorgde website met veel aandacht voor de historie van het merk: www.nsu.nl.
NSU Legends Museum bezoeken?
Helemaal af is NSU Legends nog niet, maar Hette Knijpstra wil toch graag anderen van de collectie laten genieten. Voor een bezoek is echter wel het maken van een afspraak noodzakelijk. Dat kan door middel van een telefoontje: 06–53 95 02 68.
In MOTO73 #2 vind je een indrukwekkend verhaal over heroïsche comebacks van Franco Uncini, Mick Doohan, Kevin Schwantz en Jorge Lorenzo. De oplettende lezer zal direct merken dat ze allemaal iets met onze Dutch TT te maken hebben. Soms als ‘veroorzaker’, soms als ‘gastheer’ maar altijd met indrukwekkende verhalen vol kippenvelmomenten…
Nadat we dit verhaal in het vorige nummer aankondigde, nam MotorNL-abonnee Paul Weigel direct contact met ons op omdat hij een bijzondere fotoserie heeft van de crash van Mick Doohan uit 1992. Je weet wel, die crash waardoor hij na fout op fout haast zijn been verloor. Helaas was het verhaal al richting te drukker, maar we willen jullie de serie niet onthouden.
Ook niet vanwege het mooie verhaal van Paul: ‘Ik was in 1992 met een collega op Assen en stond bijna tegen het hek aan, bij de oude Haarbocht. Toen Mick Doohan er aan kwam nam ik twee foto’s van hem en stond al klaar voor de volgende coureur. Tot ik een motor hoorde die enorm veel toeren maakte! In een split second richtte ik mij op dat geluid en zag Doohan over de baan glijden. Aangezien er toen nog geen fototoestellen met autofocus waren, stond mijn lens niet helemaal scherp gesteld, maar de foto’s heb ik altijd bewaard.’
Dat Paul al jaren fan was van Mick Doohan, maakt de gebeurtenis nog bijzonderder. ‘Vooral door zijn rijstijl en zeer herkenbare zit op de motor, die uit duizenden te herkennen was. Ik was zo blij toen ik hoorde dat dokter Costa zijn been wist te redden.’
Eén van deze foto’s haalde zelfs het Wegraceboek nadat Hans van Loozenoord contact opnam met Paul. ‘Heel bijzonder dat al die verhalen nu weer terugkomen!’ En daar kunnen wij ons volledig bij aansluiten.
Jonathan Rea die test op Jerez, het lijkt zo normaal. Maar helemaal niets is normaal, zo blijkt uit deze vlog van de Kawasaki-rijder die inmiddels haast ontelbaar vaak WorldSBK-kampioen geworden is. Het wil namelijk wel wat zeggen als hij zenuwachtig is voor een vliegtripje naar Malaga. En alles met businessclass? Nou, net niet…
Wij plaatsen elke dag, exact op het moment dat avondklok in gaat een interessante video. Deze keer: Een dag in het leven van Jorge Martin
‘Road Sailing’ is de nieuwe naam van de prachtige 2021 Honda CB350 RS die momenteel alleen in India op de markt wordt gebracht. Hij is afgeleid van de Honda CB350 H’ness maar heeft een andere zithouding, bandenmaten, zadel en richtingaanwijzers
De 2021 Honda CB350 RS is speciaal ontworpen voor de Indiase markt en volgt de CB350 H’ness. Dit model werd vier maanden geleden gepresenteerd en is een enorm succes met al meer dan 10.000 verkochte exemplaren. Beide modellen zijn identiek in blok en chassis, maar onderscheiden zich volgens Honda ‘op het gebied van toepassingen’. Honda zegt dat de afkorting RS ‘Road Sailing’ betekent om de roadster-houding van de nieuweling te benadrukken.
Weinig verschillen, maar wel duidelijk andere details. Allereerst zijn de banden breder. De achterband heeft een 150/70 maat en neemt de plaats in van de 130/70 van de H’ness. We weten niet of de eindoverbrengingsverhouding ook is aangepast. De zitpositie is iets sportiever dankzij een lager stuur. De richtingaanwijzers zijn nu LED en er zijn manchetten op de voorvork bevestigd. De hele achterkant – inclusief het zadel – is opnieuw ontworpen voor een meer scramblerachtig uiterlijk. Tenslotte is de uitlaat nu matzwart in plaats van chroom.
Qua prestaties (21 pk @ 5.500 tpm en een maximumkoppel van 29,4 Nm @ 3.000 tpm) en gewicht (181 kg) is er niets veranderd ten opzichte van de H’ness, maar de motor is nog steeds mooi, persoonlijker en moderner. De Honda CB350 RS is verkrijgbaar in twee kleuren: Radiant Red Metallic en two-tone Black/Pearl Sports Yellow.
Als deze mooie 2021 Honda CB350 RS ooit in Europa wordt ingevoerd, hoop je op een retouche van de historische Honda CB350 Four van de jaren 70. Die was met 34 pk tot het uiterste uitgeperst, prestaties die vandaag de dag bijna lachwekkend zijn. Natuurlijk zijn het verschillende motoren, maar het moderne jasje van de glorieuze CB van veertig jaar geleden blijft bevallen. We zijn dan ook heel benieuwd naar de impact van zo’n kleine CB in Europa.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.