zondag 5 april 2026
Home Blog Pagina 887

Bo Bendsneyder: ‘Ik heb nog nooit zo’n goede kans gehad’

0
Bo Bendsneyder

‘M’n opa, m’n opa, m’n opa’ zongen Leen Jongewaard en Hetty Blok. Als het aan ons ligt, komt er per direct een ‘M’n oma’-variant van het lied bij, als ode aan de oma van Bo Bendsneyder. Mede dankzij haar hebben ‘we’ in 2021 toch een Nederlandse Grand Prix-rijder. Het bijzondere verhaal van Bo, dat hem in een paar weken van de Moto2 naar het WK Supersport en weer terug naar de Moto2 bracht.

Welk rechtsgeldig excuus je ook aandraagt, de Moto2-carrière van Bo Bendsneyder liep tot en met 2020 niet zoals verwacht. Waar hij in de Moto3 nog twee keer op het Grand Prix-podium stond, eerder natuurlijk al met overmacht Red Bull Rookies-kampioen werd en verder altijd won, wilde het in de Moto2 niet lukken. Niet met de Tech3 Mistral 610 en ook niet met de NTS van RW Racing GP. Maar komend jaar kan, of beter gezegd, moet alles veranderen, want ineens is hij één van de twee Pertamina Mandalika SAG Team-coureurs.

Het SAG-team kent elke wegraceliefhebber ongetwijfeld, maar het Indonesische Mandalika Racing Team en het eveneens Indonesische oliebedrijf Pertamina zijn wellicht minder bekend. De al dan niet gedwongen fusie, levert echter één van de sterkste Moto2-teams op. Met ons Bo er dus bij! Voor wie nog half in zijn winterslaap zit, een grote verrassing. Ging hij niet rijden voor het EAB Racing Team in het WK Supersport, zoals MOTO73 in nummer 22 van vorig jaar nog meldde? Jawel, maar toen belde ineens ‘SAG’ en was alles anders. De hoofdrolspeler aan het woord over wat er allemaal is gebeurd en wat er allemaal nog gaat gebeuren.

Eindelijk, je zit straks op een Kalex!

‘Ja, kun je wel zeggen!’

Is dat altijd het doel geweest?

‘Niet alleen die Kalex natuurlijk, maar wel een team dat in zijn geheel mooie prestaties heeft neergezet in de Moto2, zelfs zeges, en waar ik hopelijk mooie prestaties mee kan behalen. En in dat plaatje past een Kalex perfect.’

En jij dacht dat je al veel had meegemaakt in de wegrace…

‘Zoals het de laatste weken is gegaan, heel bijzonder. Ik heb altijd geroepen dat MotoGP het ultieme doel voor mij was. Maar dat doel leek eind vorig jaar onhaalbaar te zijn geworden en dus richtte ik mij volledig op het WK Superbike, waarbij het WK Supersport de eerste stap zou zijn. Dat was allemaal voor elkaar en toen kwam ineens de kans van het Pertamina Mandalika SAG Team voorbij, een kans die ik niet mocht laten liggen…’

Hoe lastig was het om het EAB Racing Team-project af te zeggen?

‘Heel lastig, want we hadden echt een mooi plan klaarliggen. Teameigenaar Ferry Schoenmakers bellen was daarom echt niet gemakkelijk, maar hij pakte het heel sportief op. Goed om te weten is dat we een clausule hiervoor in het contract hadden opgenomen waar we ons dus aan hebben gehouden.’

Voor hoeveel jaar heb je getekend?

‘Ik heb een contract voor een jaar met een optie voor nog een seizoen.’

Wie heeft die optie?

‘Die ligt bij het team.’

Hoe zijn ze bij jou terechtgekomen?

‘Het team wordt gerund door Stop And Go, kortweg SAG, een team uit Spanje dat al jaren meedoet, maar telkens met andere sponsors en dus andere teamnamen. Eigenaar Edu Perales zat eigenlijk al twee jaar achter mij aan, alleen elke keer paste het net niet. Of bij mij niet of bij hem niet. Daarom  besloten we eind 2020 voor zekerheid te kiezen en tekende ik een contract met het EAB Racing Team. Tot ineens Edu belde met een heel concreet voorstel waar we geen nee op konden zeggen.’

In Portimᾶo leek je nog op weg naar een ander Moto2-team.

‘Klopt inderdaad. Dat ging om een plek bij Italtrans, omdat Joe Roberts dicht bij een contract met Aprilia was in de MotoGP. Via mijn crewchief hoorde ik dat ze geïnteresseerd waren in mij, voor het geval Roberts echt naar de MotoGP zou gaan. Maar die bleef uiteindelijk toch in de Moto2.’

Het blijft een aparte wereld, die van de wegrace…

‘Wat je zegt! Gelukkig heb ik aan het einde van het seizoen een aantal goede resultaten kunnen rijden bij RW Racing, waardoor ik weer in de picture kwam te staan.’

NTS RW Racing GP en Bo Bendsneyder; het verhaal

Je bent dus echt zo goed als je laatste resultaten.

‘Ja, daar heb je helemaal gelijk in. Rond Misano ging het al beter, alleen kwam dat er nog niet helemaal uit in de races. Bovendien moesten we van heel ver komen en zie je in het begin de progressie niet, omdat een twintigste plek natuurlijk nog steeds niet goed genoeg is. Insiders zien die progressie gelukkig wel.’

Waarom ging het ineens veel beter?

‘Rondom de races op Misano wist iedereen binnen het team dat ik in 2021 niet meer voor RW Racing zou gaan rijden en toen hebben we, mijn crewchief en ik, besloten om geen onderdelen meer te testen, maar ons te concentreren op een goede basisafstelling. Iets dat niet lukt als je aan het testen bent.’

‘Het komt natuurlijk wel heel goed uit dat de Indonesische kant van het team en de nieuwe Indonesische hoofdsponsor mij ook willen, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Verder waren ze eerst met een Indonesische coureur bezig, maar dat is uiteindelijk niet goedgekeurd door de Dorna, waardoor mijn kansen nog verder stegen. Plus natuurlijk de goede races eind 2020.’

“Mijn opa en oma zijn geboren in Soerabaja, de hoofdstad van Oost-Java. In 1956 verhuisden ze naar Nederland, maar de band met Soerabaja is altijd gebleven. Mijn oma gaat er nog geregeld naartoe en haar vrienden in Nederland zijn bijna allemaal van Indonesische afkomst.’

Bo Bendsneyder

Is je oma al je nieuwe manager?

‘Haha, nee hoor.’

Maar het klopt wel dat ze een belangrijke rol speelde in de deal met je nieuwe team.

‘Nou en of, want de Indonesische teammanager heeft serieus een tijd gebeld met mijn oma. Een gesprek over koetjes en kalfjes, misschien om te ontdekken of ik niet één of ander verhaal ophing. Daarna was de deal snel rond.’

Het respect voor je in Nederland was afgelopen jaar soms ver te zoeken. Je stopte zelfs met je sociale media bijhouden om die reden. In Indonesië lijk je nu al een held.

‘Daar heb je wel gelijk in. Het grote verschil is dat ze in Indonesië heel trots zijn dat ze iemand met “hun” bloed hebben rijden in de Moto2. In Nederland is dat niet speciaal, tenzij je wint. Dat is jammer, al heb ik gelukkig ook heel veel trouwe, Nederlandse fans die er in zijn blijven geloven.’

Dakar 2021: deze verhalen bewijzen dat Dakar nog steeds echt Dakar is

Blijf je wel voor Nederland rijden of wissel je je licentie in?

‘Nee, hoor. Ik blijf voor Nederland rijden.’

Remy Gardner won voor je nieuwe werkgever de laatste race van 2020. Er is voor 2021 geen excuus.

‘Ik heb voor mijn gevoel nog nooit zo’n goede kans gehad als deze in de Moto2 en ik ga er alles aan doen om er een succes van te maken. Lukt het dan niet, heb ik daar vrede mee. Ik heb dan in ieder geval de kans gekregen.’

Je nieuwe teamgenoot, voormalig wereldkampioen Thomas Luthi, voorblijven is al best een dingetje.

‘Best wel ja, al lukte het mij dit vorig jaar al wel. Net als ik had Thomas het dit jaar best lastig, maar ik weet heel goed dat hem voorblijven niet eenvoudig gaat zijn.’

Hoe ziet de aanloop naar de eerste race eruit?

‘Als het allemaal lukt, ga ik in februari naar de werkplaats in Barcelona. Daar kan ik dan met een trialmoto en supermoto trainen en iedereen van het team leren kennen. Daarna hoop ik verder te reizen naar Valencia om daar voor mijzelf nog te trainen. In maart gaan we testen op Valencia en Jerez om klaar te zijn voor de eerste race, die hopelijk eind maart in Qatar verreden gaat worden.’

Is de top-10 in het WK nu echt haalbaar?

‘Ja, ik zit op een kampioensfiets, dus het is aan mij om een klik met de motor te vinden.’

Als je die klik echt vindt, moet het podium misschien wel haalbaar kunnen zijn. Dat is lang geleden voor je.

‘Veel te lang!’

Bo Bendsneyder
Voor wie het vergeten is, Bo stond twee keer op het Moto3-podium.

Wie goed doet, goed ontmoet

Het zag er zo mooi uit voor Ferry Schoenmakers en zijn EAB Racing Team met de komst van Bo Bendsneyder. Heel stiekem werd zelfs al nagedacht over podiums in het WK Supersport. En toen was daar ineens het Pertamina Mandalika SAG Team… Weg plan! Schoenmakers: ‘Ik geloof nog steeds dat we een zeer sterk pakket hadden met Bo, Yamaha en EAB Racing Team, maar ik begreep het verzoek van hem. Voor hem, en voor de Nederlandse motorsport in het algemeen, besloot ik hem te laten gaan. Maar met pijn in mijn hart…’

Niet in de laatste plaats omdat Ferry ineens rijderloos was op een heel slecht moment, pal voor Kerst. Maar toen was daar weer een telefoontje, opnieuw van een manager, maar dit keer met een hele andere boodschap. 2019-wereldkampioen Supersport Randy Krummenacher wilde maar wat graag gaan rijden voor EAB Racing Team. Krummenacher kende een rampzalig 2020, nadat hij begin juli MV Agusta Reparto Corse verliet vanwege zijn ‘morele en professionele integriteit’. Het gevolg was dat hij als regerend wereldkampioen slechts 300 racemeters maakte met startnummer 1, want na een eveneens rampzalige start op Phillip Island crashte hij al in de eerste bocht…

Krummenacher leek deze winter op weg naar het BSB, waar hij op een Triumph 765 zou gaan racen in het BSB Supersport, in de hoop zo in 2022 terug te kunnen keren naar het WK. Door de coronaproblematiek en de Brexit zag hij daar uiteindelijk vanaf. Zo’n beetje op het zelfde moment als Bendsneyder tekende voor het Pertamina Mandalika SAG Team. Ferry: ‘Het kan verkeren! Zo heb je geen rijder, zo de wereldkampioen Supersport van 2019. Ik ben daar echt heel gelukkig mee en weet zeker dat we er samen iets heel moois van gaan maken.’ Als het allemaal een beetje meezit, rijdt Krummenacher in het laatste weekeinde van april voor het eerst een race op de EAB Racing Team Yamaha. In Assen!

2019-wereldkampioen Supersport Randy Krummenacher.

Zweert Harley-Davidson elektrische motoren af?

0

Harley-Davidson heeft de elektrische motoren op de pagina’s over toekomstige modellen van de site verwijderd. Dat betekent niet dat de projecten zijn geannuleerd. De nieuwe strategie is meer gericht op voorzichtigheid dan op de aankondiging van nieuws.

Dat Harley-Davidson een moeilijke periode van ‘revolutie’ doormaakt is nu bekend.  De bestuurswissel –  Matthew Levatich werd vervangen door de nieuwe CEO Jochen Zeitz – betekende ook een belangrijke herziening van prioriteiten die Harley-Davidson had aangekondigd. Volgens Zeitz was het noodzaak om ‘de segmentatie van modellen drastisch te verminderen’ om ‘haalbare en realistische doelen’ te bereiken. Na dagen van speculatie was het eerste plan dat ‘afketste’ de Bronx, die van de officiële Harley-website verdween. Hetzelfde lot zou de elektrische plannen nu kunnen overkomen. Dit ondanks de goede cijfers van de LiveWire, die in de USA de bestverkochte elektrische motorfiets is.

Harley-Davidson 2021: Virtuele introductie op 19 januari

Speculatie

Het gespeculeer komt opnieuw op gang en wel door de officiële website. Daar stonden tot voor kort in de sectie ‘Toekomstige Modellen’ ook de elektrische concepten. Een daarvan was de flat-tracker. Betekent dit dat Harley de ontwikkeling van elektrische motoren opgeeft? Niet helemaal: volgens een woordvoerder van Harley wordt het nieuws juist verklaard door de voorzichtigheid die Harley-Davidson betracht als het gaat om toekomstige plannen. ‘Als onderdeel van The Rewire – leest de nota – geeft Harley-Davidson geen commentaar meer op toekomstige producten vóór hun officiële presentatie. Harley-Davidson zet zich in voor de elektrificatie van motoren. Als pioniers zijn we trots op de prestaties van LiveWire tot nu toe, dat de nummer 1 elektrische motorfiets in de Verenigde Staten is geworden. Wij geloven in een mooie toekomst voor elektrische motoren. We zullen binnenkort informatie over deze projecten delen, samen met onze vijfjarige bedrijfsstrategie, The Hardwire, begin 2021’.

Motormuseum Timmelsjoch in de brand

0

Het hoogste motormuseum van Europa op de Timmelsjoch in Oostenrijk, aan de grens met Italië, staat in de brand. In het markante, houten museum worden meer dan 230 klassieke motoren en auto’s geëxposeerd.

Rond 04.40 uur vanmorgen werd de brandweer gealarmeerd dat er rook uit het gebouw kwam. Toen de eerste brandweerlieden ter plaatse kwamen, stond het tussenplafond van het gebouw al in brand. In een interview met de ORF beschreef de commandant van de brandweer van Gurgl hoe het vuur van het ene op het andere moment oplaaide waardoor het gebouw in een mum van tijd in brand vloog.

De Timmelsjoch is dé Motorpas

Ongeveer zes dozijn brandweermannen probeerden met succes te voorkomen dat de brand zich zou uitbreiden naar het aangrenzende restaurant en het dalstation van de Kirchenkar-kabelbaan.

De brandweer boorde vervolgens het sneeuwsysteem aan om de capaciteit van het bluswater te vergroten. Het vuur werd ook geblust met sneeuwblazers. In het motormuseum werden ongeveer 230 klassieke motoren en enkele auto’s tentoongesteld op een oppervlakte van 3.000 vierkante meter.

UPDATE 20 januari: beelden van een dag na de brand zie je hier.

Motormuseum Timmelsjoch is oorspronkelijke staat. Van dit mooie gebouw is helaas weinig meer over.

Mijlpaal: 350.000ste Ducati Monster geproduceerd

0
Ducati monster

De Ducati Monster heeft een belangrijke mijlpaal bereikt met de productie van Monster 350.000. De Monster in kwestie: een Monster 1200 S Black on Black. Ducati CEO Claudio Domenicali en de directeur van het Ducati Design Center Andrea Ferraresi hebben de Monster persoonlijk overhandigd aan Sebastien Francois Yves Hervé De Rose.

Bijna 30 jaar nadat Ducati’s Monster in 1993 voor het eerst in productie ging, bereikte het deze week een belangrijke mijlpaal met de levering van het 350.000ste model dat van de Ducati-productielijn rolt. Het ging om een Monster 1200 S Black on Black, die Ducati CEO Claudio Domenicali en de directeur van het Ducati Design Center Andrea Ferraresi persoonlijk aan de eigenaar, de Ducatista Sebastien Francois Yves Hervé De Rose, hebben overhandigd.

Teleurgestelde ontwerper fikst 2021 Ducati Monster

350.000ste Ducati Monster is gepersonaliseerd

De Monster werd gepersonaliseerd met een plaatje met het nummer 350.000. De motor werd aan de eigenaar geleverd met een certificaat van echtheid gesigneerd door Claudio Domenicali en een schets van de Monster gesigneerd door de ontwerper Angelo Amato.

De Monster is het bestverkochte Ducati-model aller tijden. Het is eveneens het langstlopende model in het assortiment. De legende ontstond in 1992 toen Ducati het sterke gevoel had om een Ducati op de weg te zetten met een Superbike-chassis, maar ontdaan van kuipdelen en spullen die niet noodzakelijk waren. Met de lancering van het M900 creëerde Ducati meteen ook een nieuw segment: de sportieve naked.

De Ducati Monster 821 van Leonoor uit Hoofddorp

In de loop van bijna dertig jaar is de Monster veranderd, verbeterd en geëvolueerd, zowel technisch als uiterlijk. Maar nooit is het hoofddoel uit het oog verloren: het is een fun-to-ride motor voor motorrijders van over de hele wereld. Een motor ook die nieuwe generaties motorrijders weet te begeesteren. Op 2 december 2020 presenteerde Ducati de nieuwe generatie Monsters aan het publiek. Deze zullen in april 2021 bij de dealers arriveren.

Ducati Monster uit 1993

Inschrijving BMW GS Trophy 2022 binnen 28 uur vol!

0
Albanië is het decor van de GS Trophy in 2022

Je merkt aan alles dat het idee van de BMW International GS Trophy is geland in Nederland. In 2020 maakten wij van dichtbij mee hoe de Trophy, voorheen toch een ver van mijn bed show, alom door Nederlandse BMW-rijders werd omarmd. Waarom? Voor het eerst stond er in Nieuw-Zeeland, waar de 7e Trophy werd gehouden, een Nederlands team aan de start. En dat deed het heel goed, met een vierde plaats in het eindklassement.

BMW International GS Trophy 2022 naar Albanië

Inschrijving gesloten

We zijn goed een half jaar verder en de achtste Trophy staat alweer in de steigers. Albanië is het land waar het avontuur gaat plaatsvinden. De bestemming werd donderdagavond bekend gemaakt, samen met het inschrijvingsformulier. Laat in de vrijdag, 28 uur na de bekendmaking, is de inschrijving gesloten.

Tachtig BMW-rijders hebben zich ingeschreven, tachtig motorrijders worden tijdens selectiewedstrijden in Nederland gereduceerd tot 20 motorrijders. En die 20 gaan tijdens zware wedstrijden in Wales uitmaken welke drie straks in Albanië onze nationale driekleur gaan verdedigen.

En MotorNL is erbij in 2022, met pen en papier, videocamera’s en drones!

Ook in 2020 was MotorNL aanwezig tijdens de BMW GS Trophy. In Nieuw-Zeeland maakten wij per dag een videoverslag van de prestaties van Team NL.

Stopt Noorwegen verkoop brandstofmotoren tegen 2025?

0

De regering van Noorwegen werkt hard aan een drastische vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 50 tot 55 procent in het jaar 2030. Dat komt omdat het land in 2050 een emissieloos land wil zijn. Een indrukwekkend doel. 2020 was ook het eerste jaar ooit dat elektrische voertuigen in Noorwegen beter verkochten dan brandstofauto’s. Ze maakten 54 procent van de totale autoverkopen uit.

Overheidsprikkels

Zo’n grote verandering is zeker niet iets wat je van de ene op de andere dag kunt doen. Sterker nog, het is een taak waar Noorwegen al decennialang gestaag aan werkt. Volgens de Noorse EV-autoriteit, Norsk elbilforening, heeft het land tot nu toe een recordniveau bereikt in de verkoop en het gebruik van elektrische auto’s door het gestaag verhogen van de overheidsprikkels voor elektrische voertuigen. Van het verlagen of elimineren van belastingen, tolheffing, parkeren en veerbootkosten (Noorwegen heeft 55.000 eilanden, dus er zijn veel veerboten), zijn er tal van manieren waarop de Noorse regering mensen actief aanmoedigt om elektrische voertuigen te kopen. 

Multitest: CF Moto 650MT, Kawasaki Versys 650, Suzuki V-Strom 650 en Yamaha Tracer 7

Rekensom

Daarentegen zijn de belastingen en heffingen op verbrandingsvoertuigen verhoogd, waardoor het gewoon een rekensommetje dat bepaalt wanneer elektrisch goedkoper wordt dan brandstof. Geef mensen goede economische redenen om over te stappen op elektrische voertuigen en ze zullen die keuze voor zichzelf maken, zegt Noorwegen. Tot nu toe heeft het gewerkt.

Wat voor effect heeft dit op motoren? Tegen 2025 is het huidige plan om de verkoop van alle nieuwe verbrandingsvoertuigen volledig af te schaffen. Vanaf 2022 zullen de publieke middelen alleen nog maar gebruikt worden voor de aankoop van elektrische voertuigen, niet voor voertuigen met een verbrandingsmotor. Vanaf 2023 richt Noorwegen zijn aandacht op elektrische veerboten en stopt het met de aankoop van vergelijkbare verbrandingsvarianten. Ten slotte zal Noorwegen vanaf 2025 alleen nog maar elektrische bussen aanschaffen. Alleen, als dat nodig wordt geacht, kunnen er onder het huidige plan enkele uitzonderingen worden gemaakt voor de hulpdiensten.

Tweedehands

De verkoop van tweedehandsvoertuigen, zowel door dealers als door particulieren, is op het moment van schrijven in Noorwegen nog steeds een groot probleem. Het is niet duidelijk hoe dat in de toekomst zou kunnen veranderen. Met de combinatie van stimuleringsmaatregelen voor elektrische voertuigen op elk niveau lijkt het erop dat de Noorse regering verwacht dat alle brandstofvoertuigen uiteindelijk zullen verdwijnen zodra het meer pijn doet om ze te bezitten en te gebruiken. 

‘In Noorwegen belasten we wat we niet willen en bevorderen we wat we willen. De consument heeft op die manier eigenlijk de mogelijkheid om de juiste keuze te maken’, zegt secretaris-generaal Christina Bu van Norsk elbilforening aan de Huffington Post.

Nederlands succesvolste motorcoureur Jan de Vries (77) overleden

0
Jan de Vries

Voormalig motorcoureur Jan de Vries is afgelopen donderdag in zijn woonplaats Purmerend op 77-jarige leeftijd overleden. De tweevoudig wereldkampioen in de 50cc overleed aan de gevolgen van een acute hartstilstand.

De Vries veroverde in 1971 en 1973 de wereldtitel in de 50 cc-klasse op een Van Veen Kreidler. 27 keer stond hij op het podium van een grand prix en liefst veertien keer op de hoogste trede.

In 2017 sprak MotorNL-redacteur Ad van de Wiel nog uitgebreid met Nederlands succesvolste motorcoureur. Lees hier het interview (premium).

Jan de Vries
Vreugde in Zweden in 1973: Jan de Vries is opnieuw wereldkampioen.

Jan de Vries: ‘Als de startvlag viel, kreeg ik vleugels’

0
Jan de Vries

Op donderdag 14 januari 2021 is voormalig motorcoureur Jan de Vries plotseling in zijn woonplaats Purmerend overleden. Jan de Vries is 77 jaar oud geworden. In 2017 sprak MotorNL-redacteur Ad van de Wiel nog uitgebreid met Nederlands succesvolste motorcoureur:

Jan de Vries is onze eerste wereldkampioen wegrace ooit. Vijftig vragen vuren we op hem af, één voor elke cc van zijn Kreidler. Bijna terloops onthult de dubbelkampioen verschillende decennialang gekoesterde geheimen. ‘Het racertje woog 58 kilo, dat moest 60 zijn. Dan zat er toevallig nog wat benzine in de benzinetank.’

1. De glorie begon toch op de kermis?

‘Tijdens de kermis van Oudebildtzijl werd op het plaatselijke voetbalveld een grasbaanrace voor brommers georganiseerd. Er hadden zich amper deelnemers aangemeld en daarom werd er op de kermis een oproep gedaan. Ik werd letterlijk meegetrokken door mijn vrienden, die zelf ook meededen. Zelf was ik liever achteraan gaan kijken. Ik eindigde op de tweede plaats, omdat de nummer één na elke bocht kon meetrappen op zijn Berini.’

2. Je verdiende een contract bij Van Veen door op het circuit van Zandvoort een talentenjacht te winnen.

‘Wegracen vond ik te gevaarlijk om te doen, maar de techneut in mij wilde wel een keer op een twaalfversnellings-Kreidler rijden. Op de Yamaha van Rossi wil ik ook wel rijden, maar niet racen. Het schakelen had ik snel in de gaten, dat had ik elke avond al geoefend in bed. Samen met Aalt Toersen was ik de snelste van de dag. Het verbaasde mij ook dat twee grasbaanracers bovenaan stonden, maar misschien is het omdat wij niet schrokken van glijdende bandjes.’

3. Heeft Andere Tijden Sport zich al gemeld bij de eerste Nederlandse wereldkampioen wegrace?

‘Die gedachte is ook wel eens in me opgekomen, maar voor mij hoeft het niet.’

4. Hoe heb je een plek in de schijnwerpers ervaren?

‘Voor mij hoeft het allemaal niet zo, maar Bert Smit verwoordde het laatst wel aardig. “Dat had je moeten bedenken voordat je wereldkampioen werd”, zei hij. De huldigingen achteraf waren wel mooi. Al die mensen die er voor jou zijn, dat is een mooi eerbetoon.’

5. Jos Schurgers (ex-GP-coureur, teamgenoot en collega bij Van Veen) stelt zijn vraag. ‘Weet je nog dat ik Nieto een kunstje flikte op Francorchamps?’

Pretoogjes: ‘Bergopwaarts deed Jos, in eerste positie met Nieto in zijn slipstream, alsof zijn motor haperde, waardoor ik ze kon passeren en direct een gat sloeg. Zonder slipstream kon Nieto dat gat nooit dichtrijden. Ik vind het wel logisch dat je iemand zo’n loer draait. Spa is dan wel een zenuwslopend circuit. Ik hoorde het blok de hele tijd volgas draaien en ik hoopte maar dat alles heel bleef.’

6. Angel Nieto was de concurrent, maar was hij ook de vijand?

‘Nieto was een Spaanse rijder en heetgebakerd, maar hij was wel de beste rijder. Ik ben er trots op dat ik hem af en toe kon bijbenen. Het grote verschil tussen ons is dat hij overal risico nam en ik op sommige plekken minder. Hij zag het gevaar niet of wilde het niet zien.’

7. Hij had een reputatie van wildebras en boefje. Ook volgens jou?

‘Wij hadden respect voor elkaar en lieten elkaar rijden. Als ze me iets op de baan flikten, dan waarschuwde ik gelijk. Dan ging ik op het rechte eind naast ze rijden en maakte ik duidelijk hoe ik er over dacht. Het ging er destijds wel een stuk netter aan toe dan nu in de Moto3. Die geven elkaar echt niks toe.’

8. In de laatste, alles beslissende wedstrijd van 1972 was Nieto’s Derbi pijlsnel. Vertrouwde je dat?

‘Het was andersom: mijn Kreidler was voor een keer een stuk trager. We moesten na de training noodgedwongen een ander zuigertje pakken, maar dat was een slecht exemplaar.’

9. Er werd volgens jou niet gesjoemeld?

‘We zochten natuurlijk het randje op. Het racertje woog 58 kilo, dat moest 60 zijn. Dan zat er toevallig nog wat benzine in de benzinetank. Als ik zelf werd gewogen, zat er in de weekendtas met helm en leren pak ook altijd wel iets zwaars. Alleen bij een protest werd een motor uit elkaar getrokken en dat hebben we nooit gehad.’

10. Werd er doping gebruikt?

‘Ik kan me geen voordeel bedenken van doping. Ik heb wel eens iets gezien wat ik niet helemaal vertrouwde, maar dat kan ik niet bewijzen en dus zwijg ik er liever over. Ik heb wel geleerd hoe belangrijk adrenaline is. Op NK-niveau was ik niets sneller dan andere Nederlandse rijders, maar op WK-niveau versloeg ik ze allemaal. Voor een wedstrijd moest ik niemand in mijn buurt hebben. Op een stoeltje zittend beleefde ik de wedstrijd keer op keer, tot ik er zelf gek van werd. Als de startvlag viel, kreeg ik vleugels en dacht ik maar één ding: ik ga deze wedstrijd winnen of ik ga ervan af.’

11. Beleefde je de training net zo fanatiek?

‘Trainingen reed ik het liefst alleen. Ik begon rustig, maar foutloos. Als er een fout insluipt, blijf je die keer op keer maken. Het ging steeds harder, tot ik dacht: knappe jongen die dit sneller kan. Toch was het ook niet zo erg om een seconde trager te trainen dan de poleman. Dat haalde ik tijdens de wedstrijd wel in. Als je tegenwoordig een seconde te traag bent, mag je niet eens meer aan de wedstrijd meedoen.’

12. Henk Keulemans (GP-verslaggever sinds 1974) stelt zijn vraag. ‘Nam Henk van Kessel jouw plek in 1974 in omdat hij voor een zitje betaalde?’

‘Nee! Henk was destijds Nederlands kampioen, de sterkste rijder en was al een echte Kreidler-man. Hij was de beste man voor die plek. De Spaanse motorbond betaalde later wel voor Nieto.’

13. Hoe was het om in 1975 voor Nieto (die bij Kreidler had getekend) te moeten sleutelen?

‘Ik deed in mijn eentje de hele raceafdeling en had geen enkel probleem met de komst van Nieto. Ik wilde zelfs dat hij kwam, want hij was de beste. Die moet je altijd in je team hebben.’

14. Was het leuker om Nieto in 1971 te kloppen dan de Nederlandse combinatie Theo Timmer en Jamathi in 1973?

‘Ik wilde van wie dan ook winnen, maar niet ten koste van alles. Daarom zijn het nog allemaal vrienden.’

15. Jullie staken wel met kop en schouders boven de rest uit.

‘We waren wel een klasse apart, inderdaad. We beheersten het driften als geen ander. Het was de kunst om te glijden zonder dat het snelheid kostte. Verder deed ik heel veel met de achterrem. Ik hield het gas erop en doseerde heel nauwkeurig mijn snelheid met de rem. Dat heb ik toen niemand verteld.’

Jan de Vries
Op haren en snaren: Jan de Vries (1) op zijn Van Veen-Kreidler en Angel Nieto (2) op zijn Derbi. Na zijn tijd als coureur sleutelde De Vries aan de GP-racer van Nieto, die toen voor Van Veen reed.

16. Ondanks je successen kreeg je nooit een geuzennaam. Steekt dat?

‘Ik heb er nooit onder geleden.’

17. En toen was het eind 1973 plotseling over.

‘Voor mezelf ben ik niet zo plotseling gestopt. Er viel voor mij ook maar een klein gedeelte af, want het sleutelen bleef. Ik won de laatste GP van Madrid en stopte. Zo simpel was het.’

18. Henk van Kessel (ex GP-coureur en opvolger bij Van Veen) stelt een vraag. ‘Waarom stopt een topsporter op zijn hoogtepunt?’

‘Toen Van Veen met de OCR-wankel begon en ik als eenmansteam door moest, vond ik het wel best.’

19. Je zocht destijds ook naar motivatie.

‘In 1971 werd ik wereldkampioen, in 1972 net niet, al reed ik toen op mijn hardst. Toen Nieto in 1973 niet meedeed aan de 50cc was ik halverwege het seizoen al wereldkampioen. Dat had niet zo veel waarde, het stelde namelijk niet zo veel voor. Natuurlijk stond ik met mijn kwaliteiten en de snelle Kreidler op het podium. Ik wilde bovendien niet als eenmansteam doorgaan. Met het Van Veen-team was het gezellig, maar die gasten moesten vanaf 1973 aan het OCR-project werken. Ik moet ook eerlijk bekennen dat het overlijden van Jarno Saarinen meetelde bij de beslissing om te stoppen. Dat heeft heel veel indruk op me gemaakt.’

Dutch TT, gefeliciteerd met je 95e verjaardag!

20. Heb je niet aan een andere klasse gedacht als uitdaging?

‘Ik trainde ooit op een 350 en dat reed heel erg makkelijk, maar een andere klasse is nooit een optie geweest. Ik had het veel te goed naar mijn zin bij Van Veen.’

21. Wilde Van Veen zelf niet naar een zwaardere klasse?

‘De raceafdeling van Van Veen had in 1973 een 125cc-tweecilinder klaar. We hadden ervaring opgedaan met de Bridgestone van Jos Schurgers en wachtten alleen nog op de carters. Zuigers, carburateurs, krukas, alles was gereed. Tijdens een vergadering wilden we onze 125-plannen aan Henk van Veen vertellen, maar hij nam als eerste het woord met de mededeling dat hij stopte met de raceafdeling. Hij wilde zich concentreren op de wankelmotor. Jorg Möller wist genoeg en stapte op. Onze 125 werd later zijn Morbidelli.’

Jan de Vries

22. Sleutelen is leuk, maar het kan racen toch nooit vervangen?

‘Wedstrijden winnen is fantastisch en daar kan niets aan tippen, maar toen ik sleutelde, miste ik het rijden niet echt. Als je een winnende racer prepareert, is dat ook fantastisch. Het is toch jouw motortje dat wint.’

23. Na de titel verdween je van de radar. Ben je ondergedoken?

‘Ik ben gewoon iets anders gaan doen, klaar. Racen hadden we gehad, tijd voor het volgende. We hadden fietscrossende kinderen en daar ging heel veel tijd in zitten.’

24. Miste je de heroïek van het GP-circus niet?

‘Mwaaah.’

25. Is het niet winnen van de TT van Assen een frustratie?

‘Nee, ik heb altijd heel goed gereden op Assen, ik werd er heel vaak tweede. Op andere banen was ik dan derde of vierde geworden. Voor mijn populariteit is het beslist goed geweest, mensen hebben het er nog altijd over. In 1972 was mijn Kreidler sneller, maar reed Nieto ongelooflijk goed. Toch sloeg ik de laatste ronde een gaatje, tot het vermogen er langzaam uit ging en Nieto alsnog terug kon komen en won. In de pitstraat voelde ik dat er nog amper compressie in zat. Er bleek een puntje van de zuigerveer afgebroken. Dat heb ik niet eerder verteld, omdat ik me niet achter pech wil verschuilen.’

26. Had je in Assen last van druk als favoriet?

‘Normaal stond ik er nooit bij stil, maar als honderdduizend man verwacht dat je wint, doet je dat toch wel iets.’

27. Was Assen ondanks de druk toch je favoriete circuit?

‘Assen is eigenlijk te snel en daarom te gemakkelijk voor 50cc’s. Voor mij mogen ze de baan best langzamer maken. Je ziet ze tegenwoordig alleen nog maar voorbijvliegen. Mijn favoriete circuits waren de Sachsenring en Spa Francorchamps. Wat een mooie spectaculaire banen zijn dat.’

28. Hans Spaan (ex GP-coureur die zijn loopbaan begon in de borrelklasse) stelt zijn vraag. ‘Wat is het maximale vermogen waarmee je ooit reed?’

‘Zelf reed ik met maximaal 19 pk, maar het latere blok van Herbert Rittberger produceerde 23 pk.’

29. Wat verdient een wereldkampioen?

‘Hetzelfde als de rest van het team. Van Veen maakte geen onderscheid tussen de wereldkampioen en andere medewerkers. Dat was overigens geen slecht salaris, maar je moest er wel alles voor doen. Een veertigurige werkweek bestond niet, zeker niet in het seizoen. Als we op pad waren, kregen we een vergoeding van 35 gulden per dag. Als je een GP won, betaalde de FIM 1.500 gulden uit. Al met al was het een goed leven.’

30. Heb je nooit een aanbod van andere motorfabrikanten gekregen?

‘Casal en Monark benaderden me met een tweejarig contract waarbij ik kon vragen wat ik wilde, maar ik heb het nooit gedaan, omdat ik het echt goed had bij Van Veen.’

31. Had je niet twee generaties later willen racen, toen er miljoenensalarissen werden uitbetaald?

‘Nooit! We hebben zo’n verschrikkelijke mooie tijd gehad. Na de training raceten we tegen elkaar op minimotortjes op een zelf uitgezet parcours. Het was een vriendenclub. Kent Anderson was tot diep in de nacht aan het vijlen om zijn minimotor sneller te krijgen.’

Jan de Vries
Aan de start voor een grasbaan. De Vries (rechts) begon zijn racecarrière op een voetbalveld tijdens de kermis van Oudebildtzijl met een grasbaanwedstrijd op de brommer.

32. Wat is je favoriete eten?

‘Ik vind alles lekker.’

33. Volgde je als coureur een sportdieet?

‘Dat heb ik helemaal niet nodig, ik blijf vrij gemakkelijk op gewicht. Ik trainde ook niet veel, ik was toch wel in goede conditie.’

34. Tweetakt of viertakt?

‘Dat is een gemene vraag. Ik moet natuurlijk tweetakt zeggen, maar zo’n viertakt rijdt wel heel fijn. Alleen kun je er niets zelf aan doen en al zeker niet in de racerij. Zo’n Moto2 is gewoon een standaardklasse. Dat is toch jammer.’

35. Je was ooit naar eigen zeggen verslaafd aan de proefbank.

‘Dat is nog erger dan een gokkast. Je wilt maar één ding: pk’s zien. ’s Nachts lag ik er van wakker en stapje voor stapje kregen we steeds meer vermogen. Soms lukte iets, soms ook totaal niet.’

36. Wat draagt de handtekening van Jan de Vries op een Van Veen Kreidler?

‘Helemaal niets, we deden alles met elkaar. Het was een hecht gouden team, dat in de weekeinden nog als vrienden bij elkaar kwam.’

37. Hoe ging je om met falende techniek?

‘De Kreidler-blokjes waren best betrouwbaar. Als er wat stuk ging, had ik vaak zelf iets verkeerd gedaan. Maar een motortje dat 16.000 toeren draait, kan altijd kapot gaan. Dat was ik heel snel vergeten. Ik was direct met de volgende wedstrijd bezig.’

38. Het ene moment reed je op WK-banen en daarna op stratencircuits als Tubbergen. Was dat niet vreemd?

‘Het waren voor mij gezellige weekeinden met de jongens. Overigens werd er van mij wel verwacht dat ik op Nederlandse circuits reed. Meestal zat er een grote Kreidler-dealer in de buurt en dan was het mooie reclame.’

39. Had je op de Isle of Man gereden?

‘Tien jaar geleden heb ik er een rondje gefietst. Ik ben blij dat ik er nooit heb hoeven rijden, want zo’n baan kun je nooit onthouden. Als we er ooit hadden moeten rijden, was ik langs Nieto gegaan met het voorstel om niet te rijden vanwege het gevaar. Het is overigens wel zo’n baan waar ik nooit van Nieto had kunnen winnen.’

40. Ben je bang geweest voor valpartijen?

‘Als een ander viel, dacht ik dat het mij nooit zou overkomen. Je probeert de gedachte opzij te zetten, je wilt er niet aan denken. Toch was Monza wel één van mijn redenen om te stoppen met racen, zeker nadat ik er op Zandvoort zelf ook hard af ging.’

41. Hoe gevaarlijk is een 60 kilo zwaar motorfietsje met 200 km/u?

‘Dat blijft tot op topsnelheid volkomen strak. Je kunt hem zelfs dan nog met een hand sturen. Het is echt verbazend hoe gemakkelijk dat gaat. Overigens heb je op een 50cc helemaal niet het idee dat het hard gaat. Je zit op 160 km/u voordat je het weet. In een auto voelt dat heel anders.’

42. Stond je op de barricaden om veiliger circuits af te dwingen?

‘Laatst zag ik beelden terug van de GP van Joegoslavië en vroeg me af hoe ik daar ooit heb geracet. Toch stond ik niet op de barricaden. Er waren anderen – zoals Sheene – die dat wel deden. Net als vroeger stond ik weer liever achteraan.’

Jan de Vries
Eind jaren zestig: de 50cc-helden in een onderonsje, van links naar rechts Aalt Toersen, Jos Schurgers, Jan de Vries en Martin Mijwaart.

43. Wil Hartog (ex GP-coureur en Witte Reus) stelt zijn vraag. ‘Wat is het maatschappelijk voordeel geweest van twee wereldtitels, nadat je je carrière beëindigde?

‘Je komt overal makkelijker binnen, omdat ze je herkennen, maar ik heb alles op eigen kracht gedaan.’

44. Heb je tegenwoordig een favoriete coureur?

‘Ik ben een beetje anti-Honda omdat dat alles wil uitmaken in de GP. Dat maakt me dus een Yamaha-fan, ook omdat Yamaha veel voor het racen heeft betekend met zijn productieracers. Wist je trouwens dat mijn Kreidler wel heel erg op een Yamaha leek? We kochten cilinders van alle fabrikanten, maar de oplossingen van Yamaha, zoals de dubbele spoelpoorten, pakten heel goed uit voor de Kreidler. Na het wegraceseizoen kocht Yamaha ooit een Kreidler. Ik vraag me af wat ze dachten toen ze hem openschroefden. “Krijg nou de pest, dat is onze Yamaha”. Ik durf het nu wel te zeggen, Van Veen is toch overleden.’

45. Aalt Toersen (ex GP-coureur en teamgenoot) stelt zijn vraag. Had je net zo veel plezier in de GP’s als de laatste twintig jaar bij de oldtimers?

‘Het rijden van demoritten is heel plezierig en is veel meer ontspannen. Bovendien is het fijn om met de jeugd te rijden.’

46. Waaraan denk je bij Jan Huberts, Jarno Saarinen, Cees van Dongen en Paul Lodewijkx?

‘Jan was de teammanager, een goede vriend en helaas overleden. Jarno was een vriend en zijn dood heeft heel veel indruk gemaakt. Cees was een gekke Rotterdammer die gelijk vanaf de start in 1965 mijn vriend was. Paul ken ik niet zo goed. Hij was gevat, maar we mochten van Henk van Veen geen contact hebben.’

47. Harald Westenberger (collega bij Van Veen) stelt zijn vraag. ‘Je mocht een patatje bestellen van Henk van Veen, maar zonder mayonaise.’

‘Aan de ene kant wel, aan de andere kant niet. Henk van Veen was wel zuinig, maar nadat ik als coureur was gestopt, had ik amper nog met hem te maken. De tweede man van Van Veen was eerder andersom: die bestelde dubbel mayonaise.’

48. Als de kat van huis is, dansen de muizen…

‘We waren bij Van Veen altijd wel met beunklussen bezig, maar dit ding bouwden we omdat ze bij De Telegraaf klaagden dat ze altijd dezelfde foto van Jan de Vries op zijn 50cc-motor moesten plaatsen.’

Jan de vries special.jpg

49. Golden fifties…

‘In 2006 begon de Golden 50cc Racing Riders met het rijden van demoritten. Prachtig om te doen en nog mooier om te zien dat er nu ook jongeren bij komen die willen racen.’

50. Voel je je zich nog wel eens een coureur?

‘Soms staat er bij het verkeerslicht een andere auto naast me en dan voel ik me bij het optrekken een soort Verstappen. Maar op de motor heb ik het nooit meer.’

Kevin Benavides in beeld: drie verhalen, één winnaar

0
Kevin Benavides

Pijn, moeite met ademhalen en bloedingen. Het zijn zomaar drie symptomen, die horen bij een gebroken neus en drie symptomen die je er in Le Dakar absoluut niet bij kunt hebben. Vraag het de Argentijn Kevin Benavides maar, nadat hij in de vijfde etappe verkeerd ‘afgeschoten’ werd op een duin en met Honda en al neersmakte op een andere duin. Het leverde hem naast een gebroken neus, duidelijk zichtbaar op deze foto, ook nog een zeer pijnlijke enkel op. Toch won hij die etappe! Indrukwekkend? Zeker, maar dat hij met deze blessures ook de eindoverwinning wist te pakken, is natuurlijk nog veel indrukwekkender. Helemaal omdat grote namen, onder wie Toby Price en Jose Cornejo zich wel lieten verrassen. Ricky Brabec, winnaar van 2020, kende een dramatische eerste week, waarin eigenlijk niets lukte en hij meermaals openlijk aan zichzelf twijfelde. Iets dat je zelden hoort in de rallywereld. Dat hij uiteindelijk nog op minder dan vijf minuten van zijn teamgenoot Benavides eindigde en zo tweede werd in de eindstand, was ook al zo indrukwekkend. 

Dakar 2021: deze verhalen bewijzen dat Dakar nog steeds echt Dakar is

En dan Sam Sunderland, de eerste KTM-rijder ‘pas’ op de derde plek. Vanuit KTM-perspectief dan, want Sunderland reed lange tijd met een polsblessure, maar zette desondanks in de voorlaatste etappe de aanval op Honda in. Even leek hij daarin zelfs te slagen! Hij won die etappe, alleen moest hij daardoor de laatste proef als eerste beginnen en dat bleek al de hele rally een te groot nadeel te zijn.

Drie indrukwekkende verhalen, met één winnaar en dat doet zichtbaar wat met een mens.

Kevin Benavides

Multitest: CF Moto 650MT, Kawasaki Versys 650, Suzuki V-Strom 650 en Yamaha Tracer 7

0
Multitest: CF Moto 650MT, Kawasaki Versys 650, Suzuki V-Strom 650 en Yamaha Tracer 7

Kan de Chinese CF Moto 650MT als uitdager de druk aan? Of lusten de Suzuki V-Strom 650, Yamaha Tracer 7 en Kawasaki Versys 650 hem rauw?

CF Moto 650MT

Net zo veel – of zelfs meer – maar dan voor minder; dat zou de CF Moto 650MT moeten zijn. Met een uiterlijk uit dezelfde pen als elk KTM-model terwijl blok en rijwielgedeelte technisch sterk leunen op de eveneens aanwezige Kawasaki Versys 650. Maakr de CF Moto een inhaalslag of komt deze test als een mokerslag binnen?

CF Moto 650MT

Kawasaki Versys 650

Qua prijs de eerste de beste concurrent van de CF Moto. Technisch gezien idem dito. De Kawasaki Versys 650 stond namelijk model voor de Chinees, Maar laat je niet bedotten. De Kawasaki is het meest volwassen van de junior-allroads. Toch heeft-ie absoluut een speelse kant en is de prijs dus scherp. Speels en scherp genoeg?

Kawasaki Versys 650

Suzuki V-Strom 650

De laatste opfrisbeurt is inmiddels alweer drie jaar geleden. Technisch is de Suzuki V-Strom 650 in veel opzichten nog altijd dezelfde machine. Het ‘Never change a winning’-credo, maar dan met twee wielen en een V-twin-krachtbron. De houdbaarheidsdatum lijkt nog lang niet overschreden voor de kleine Strom. Of dreigt 35% korting?

Suzuki V-Strom 650

Yamaha Tracer 7

Weg is het koddige smoeltje van de oude Tracer 7. De nieuwe is veel scherper en moderner wat het uiterlijk betreft, terwijl op technisch vlak weinig opzienbarende ingrepen gedaan zijn. Wat niet stuk is moet je niet willen maken en wat dat betreft kon er al weinig stuk aan de kleinste Yamaha Tracer. Nog altijd klein maar fijn?

Yamaha Tracer 7
LocatieAls kleintoerist de provincie Utrecht door
OmstandighedenNazomeren in optima forma
Temperatuur25 graden
TestkilometersTestkilometers
BijzonderhedenJe vergeet altijd hoe fijn dit soort anonieme motoren zijn tot je ze weer eens rijdt…

Multitest

Kawasaki Versys 650

Vier middenklassers, met de Kawasaki Versys 650 als het meest volwassen middelpunt. Niet qua vermogen – de Yamaha doet met 73 pk een gooi naar de troon – maar zeker wel qua algehele indruk. Het is de ruimste en ook de grootste motorfiets. Al is-ie door het lekker brede zadel effectief ook wel de hoogste. Het 69 pk-sterke 649cc tweecilinderblok herinnerde ik me sterker, toch is er van een gebrek aan vermogen absoluut geen sprake. De staande twin is een van Kawasaki’s fijnste blokjes, loopt heerlijk enthousiast en hangt lekker aan het gas. Bij het stoplicht ben je het vlotst weg van de vier, met dank aan de korte eerste versnelling.

Volwassen air

Schakelen om het lekkerste uit de 649cc twin te trekken is dan ook zeker een must. De bak bedient gemakkelijk en laat zich ook moeiteloos zonder koppeling opschakelen. De noodzaak voor een quickshifter ontbreekt. Kwestie van de toerenteller naald boven de 5.500 tpm houden en daar ga je. Dat je er ook gewoon lekker voor zit, maakt het alleen maar beter. Zoals gezegd heeft de Kawasaki Versys 650 een volwassen air over zich. Het zadel is niks te hoog, uitnodigend zacht en dik en de kniehoek is ontspannen zonder als een zoutzak te zitten. De eerste comforthokjes mogen we afvinken. Daarmee gaat trouwens geen streep door eventuele speelse intenties.

Een dikke upsidedown-vork doet vooraan goede zaken, terwijl de zonder links gemonteerde achterschokdemper her achterwiel in het gareel houdt. Beide zijn instelbaar! Ondanks de ingebakken ruimte voor comfort, laten de rijeigenschappen namelijk weinig te wensen. Een fractie minder lichtvoetig dan de Yamaha, maar minstens zo vertrouwenwekkend als de Suzuki. De remmen zijn de welbekende wave-schijven, aangegrepen door de haast net zo bekende Nissin-tweezuigerklauwen. Keihard ankeren hoeft het niet en doet het ook niet. Maar de Versys remt prima en laat zich gemakkelijk doseren.

Kawasaki Versys 650

Vooral beter

Van dit viertal is de Versys het oudst. Al voelt-ie geenszins gedateerd, maar het bijzonder vormgegeven, deels analoge, deels lcd-dashboard begint er wel tegenaan te hikken. Het toont veel informatie en is ook prima afleesbaar. Over de verstelbare ruit kun je nog altijd soebatten, maar in deze test richten we ons vooral op de ruit van de CF Moto. Het Kawasaki-ruitje stel je met de knoppen aan de voorzijde en dat is onhandig. Maar hoe je het ook wendt of keert, de windbescherming is hartstikke top. De Versys 650 is een beetje het manusje van alles hier. Doet niks fout, maar scoort zeker met blok en rijwielgedeelte desondanks prima punten. Niet gek ook dat CF Moto juist naar de Versys keek toen ze hun aanval op dit segment openden. Het blok oogt zelfs identiek en technisch zijn er ook nogal wat gelijkenissen. Boring, slag, tot en met de cassette-versnellingsbak aan toe. Toch voelt de Kawasaki niet alleen veel sterker en enthousiaster, maar vooral een stuk beter. De Kawasaki Versys 650 lijkt het allemaal best te vinden. Weer of geen weer, rustig woon-werkverkeer of lekker je kop leeg rijden terwijl iedereen braaf aan de keukentafel zit te werken; de Versys is er voor in. 

Kawasaki Versys 650: tel uit die winst

De Kawasaki vermoeit bovenal minder dan zijn landgenoten en de Chinees. Juist omdat het een flinke motorfiets is, zou je denken dat-ie zwaarder rijdt. Het tegendeel is het geval. Zoals een kleine boot meer schommelt dan een grote, is het in de middenklasse fijn iets meer massa te hebben. Je maakt dan ook moeiteloos meters met de Kawa. Al helemaal omdat deze ‘kleine’ Versys net als de grote maar liefst 21 liter aan brandstof bij zich heeft. Als je je gedraagt kom je moeiteloos boven de 1 op 20 uit. En zelfs als je je misdraagt kom je met pijn moeite boven een verbruik van 1 op 18 uit. Dus tel uit je winst. Overigens begint de winst al een beetje bij de aanschaf, want met € 8.699,- is de Kawa ruim 1.300 euro goedkoper dan de Yamaha en 800 euro minder dan de Suzuki. De CF Moto duikt er logischerwijs wel onder, met maar liefst 1.400 euro. Het verschil zal veel groter moeten worden voor de CF Moto de Kawasaki Versys 650 kan kloppen. En dan zou het echt enkel op prijs zijn.

Pluspunten Kawasaki Versys 650

Volwassen motor, maar lol te over. Grote tank en een goeie prijs.

Minpunten Kawasaki Versys 650

Dashboard wordt wat belegen, redelijk hoge zit.

Suzuki V-Strom 650

Er zijn niet veel motoren die minder sex appeal hebben dan een Suzuki V-Strom 650. Zeker in het zwart is het een beetje een grijze muis met een ruime zit en een fijn ruitje. Tenminste, dat zou je zeggen. Nou is het middenklasse-allroad segment sowieso niet zo van de overdreven goeie looks, maar zeker naast de Kawasaki en de Yamaha oogt de Suzuki meer dan een beetje braaf. Mooier dan de Chinese uitdager is de kleine V-Strom zeker. Al was het maar op afwerking. Zo’n beetje alles is afgewerkt als om door een ringetje te halen. De lak oogt dik en weerbaar. Noem het gewoon degelijk.

Lees ook: Multitest: BMW F850GS, Honda Africa Twin, Suzuki V-Strom, Triumph Tiger 900

Veilige keuze?

Het gebrek aan uiterlijk vertoon en de degelijke uitstraling staan haaks op wat de V-Strom kan. De Suzuki V-Strom 650 is een vreemde eend in deze bijt. Niet alleen doordat de Suzuki een 90 graden V-twin heeft. De hele aanpak is anders. Zo heeft de V-Strom als enige in het gezelschap een 19 inch voorwiel. Als je vervolgens bij de specificaties de wielbases van alle vier eens bekijkt, snap je wel waarom de Suzuki als op rails rijdt.

Suzuki V-Strom 650

De Suzuki is een volle centimeter langer dan de Yamaha en zelfs bijna anderhalve centimeter langer dan de Kawasaki en diens opvallende vergelijkbare concurrent van CF Moto. Doordat de motor zo lang is, lijkt-ie nog lager. Met 835 mm is het zadel het meest toegankelijk van het viertal, terwijl ik met 1,86 m meer dan tevreden over de zitplek ben. Alleen zijn het nog steeds factoren die onderstrepen dat de Suzuki de veilig keuze van het vergelijk is. Doet geen vlieg kwaad, is de ultieme opstappen-en-wegwezen-motorfiets en heel duur is de V-Strom ook al niet. Gelukkig schuilt er meer achter de veilige keuze. Beduidend meer.

Raspaardjes

Met 71 pk blijft de Suzuki V-Strom 650 de Kawasaki en CF Moto net voor, terwijl de Yamaha het op CP2-karakter – en 75 paardenkrachten – wint. Toch is de Suzuki V-twin nog altijd de morele winnaar. Geniaal als de Yamaha-twin is, verbleekt het hoe de V-Strom aan het gas hangt. De V-twin in de V-Strom 650 gaat al even mee, maar aangezien er na al die jaren enkel raspaardjes aan het werk zijn, mag je daarover echt niet klagen. Om onbekende redenen voegde Suzuki tractieregeling en rijmodi toe aan de kleine V-Strom. Dat is toch nergens voor nodig. Al heeft de motor daardoor wel met het meest complete elektronica-pakket van het kwartet. Je kunt prima je eigen tractiecontrol regelen, zo heerlijk als de V-Strom aan het gas hangt – tractioncontrol kan ook gewoon uit, geen zorgen. Van onderuit is hij elk van de staande twin-concurrenten moeiteloos de baas. En het bizarre is, dat naar mate je de motor op het gas de bocht door trekt, dat gigantische stabiele rijwielgedeelte nog opvallend lekker sturen toestaat. Niet zo flitsend als de Tracer, maar zeker wel op gelijke hoogte met de Versys. Het voelt alleen wel raar aan het stuur. De V-Strom heeft eigenlijk best een knullig ogend stuur, zo diep als het naar het balhoofd reikt. Bittere noodzaak door de lengte van de motor dus, waardoor je voor het gevoel erg ver van het voorwiel zit. Ver van de actie. Het gevoel went snel waarna je ermee kunt lezen en schrijven – gegarandeerd.

Goede basis

De Suzuki V-Strom 650 zou met een wat frisser uiterlijk een veel grotere slag kunnen slaan. De basis is goed. Met name de V-twin-beleving is een verademing in een segment gedomineerd door staande tweecilinders. Alleen kom je daar alleen achter als je de looks prikt. Zo’n beetje de meest laagdrempelige motorfiets en het uiterlijk werpt de hoogste drempel op. De prijs is in elk geval geen drempel. Vooruit, met € 9.499,- is de V-Strom een middenmoter. Het onderstreept vooral hoe goedkoop de Versys 650 is. Maar je krijgt dan ook wel rijmodi en tractieregeling, wat voor sommigen de doorslag kan geven. En een briljant simpel en effectief ruitje, een verdraaid fijn – zij het simpel – en goed afleesbaar dashboard en zelfs spiegels die echt doen waar ze voor bedoeld zijn. Polderen in optima-forma, dat is de V-Strom. Het blijft het boek dat je niet op zijn omslag had moeten beoordelen.

Bijna net zo wendbaar als de Tracer 7 en qua blok ook bijna even zo leuk. De Suzuki V-Strom 650 klopt de Versys en CF Moto dan ook vooral op karakter van het blok. Ingebouwde pret en vooral een ferme dosis middengebied.

Pluspunten Suzuki V-Strom 650

Dat V2-blok, het fijne rijwielgedeelte, rijmodi, TC en de goede windbescherming.

Minpunten Suzuki V-Strom 650

Ruitje enkel verstelbaar met gereedschap, gaat al wel erg lang mee, uiterlijk is te saai voor het innerlijk.

Yamaha Tracer 7

In dit gezelschap is de Tracer 7 het kleinst van stuk. De Yamaha is de enige die rijklaar onder de 200 kilo weet te blijven, terwijl het tegelijkertijd de sterkste van de vier is. Een combinatie die nog veel speelser is dan je al zou verwachten. Met het verdwijnen van de iets te koddige, dubbele koplamppartij van de oude, oogt de nieuwe Euro 5-Tracer niet alleen een stuk frisser; het uiterlijk past veel beter bij het innerlijk. Tot Yamaha een hoger optioneel ruitje op onze testmotor monteerde. Toen was het opgefriste smoeltje zowat weer terug bij af. Ondanks dat het toerruitje groter dan de standaard ruit is, is de windbescherming niet per se beter. Met vrij veel turbulentie ook. Yamaha heeft nog altijd moeite met ruitjes. De ruit is trouwens wel met één hand verstelbaar.

Minder volwassen

Op de ruit na, heb je wel een uitdaging de Tracer 7 echt op een fout te betrappen. De zit is voor het gevoel verrassend laag, terwijl het zadel net zo hoog is als de Kawasaki en de CF Moto. Je zit met 1,86 meter comfortabel met de kanttekening dat de ruimte niet overhoudt. Voor alles binnen de landsgrenzen hoor je mij niet klagen, maar voor langere reizen voelt de Tracer wat klein. Alsof het toch een minder volwassen machine is dan de andere drie. Soms mist een motor juist wat kilo’s om betrouwbaar aan te voelen. Al onderstreept het juist ook het iets sportievere karakter van de Yamaha.

Simpel en praktisch

Zeker als je overstapt van welk van zijn concurrenten in dit vergelijk; je stuurt zowat de berm in. In de bocht kijken waar je heen wilt is zowat alles wat nodig is om de Tracer op één oor te leggen. Dat vergt dus enige gewenning. Je verwacht het niet. Zodra je er goed voor zit, valt eigenlijk alles aan de Tracer op zijn plek.

Net als de Suzuki oogt het stuur wat vreemd, maar Yamaha heeft het iel ogende stuur knap vermomt met onder meer chique ogende handkappen met daaronder de richtingaanwijzers. Zo kan het natuurlijk ook. Overigens doet niets van dat alles iets af aan het functioneren. Het stuur ligt lekker in de hand, de voetsteunen staan niks te hoog of laag en het rijwielgedeelte spreekt luid en duidelijk tot de rijder. Hoe een simpele en praktische motorfiets ook gewoon heel goed kan zijn. Geen rijmodi, geen tractieregeling – gewoon zelf aan de bak. Absoluut geen straf en het kost ook geen moeite.

Yamaha Tracer 7

Louter glimlachen

De opzwepende 689cc-tweecilinder is met afstand het leukste blok van de vier, en slechts deels omdat het ook nog de sterkste is. De gasreactie is scherp zonder te hikken, wat het vooral heel bruikbaar maakt. Koppel is het toverwoord van de Crossplane-krachtbron en de bijzondere krukas zorgt ook voor een beschaafde doch gretige uitlaatroffel. Die Tracer werkt in het bochtenwerk louter glimlachen in de hand. Met een vlotte kruissnelheid toeren doet het blok vervolgens net zo gemakkelijk en de aanwezige trillingen zijn verwaarloosbaar. Dit is echt een motorblok met twee gezichten. Dat zie je trouwens ook terug in het verbruik, aangezien de Tracer 7 zowel het hoogste absolute verbruik van de test als ook het laagste absolute verbruik laat noteren. Maar goed dat je zelf bepaalt hoe dorstig je de Yamaha laat zijn, want met 17 liter legt de Tracer zelfs een litertje toe op de CF Moto. De tank van de Suzuki en de Kawa zijn met respectievelijk 20 liter en 21 liter veel groter.

Lekker modern

Wat deert het ook? We hadden al geconcludeerd dat de Yamaha Tracer 7 sportievere neigingen heeft dan zijn concurrenten. Het is geen slechte keuze voor wat langere afstanden – de concurrenten zijn er alleen simpelweg iets beter in. Op zoch ook geen wonder dat de Yamaha zich op veel vlakken afzet tegen de Suzuki, de Kawasaki en de CF Moto. De Yamaha Tracer 7 is na de CF Moto de nieuwste machine van de vier. Zaken als een lekker modern tft-dashboard mis je niet echt. Al zou je er ook geen nee tegen zeggen. Als lcd zo duidelijk is, is het zeker geen breekpunt. Rijmodi mis je evenmin. Yamaha heeft de nadruk gelegd op zaken die er toedoen en heeft die feilloos uitgevoerd – behalve die ruit dus. Een goed en idioot wendbaar rijwielgedeelte met fijne remmen en een van de beste motorblokjes die er te krijgen zijn. De rest mag er ook zeker zijn, afgetopt met prima afwerking.

Pluspunten Yamaha Tracer 7

Opgefriste looks staan hem goed, blokje blijft ook met Euro 5 top en stuurt messcherp.

Minpunten Yamaha Tracer 7

Wat aan de compacte kant, basale elektronica en toch de duurste.

CF Moto 650MT

Om maar met de deur in huis te vallen: de CF Moto 650MT is niet ’s werelds beste motorfiets. Waar collega-testredacteur Ad van de Wiel nog blij verrast was met het sturen op de 650MT, en hoe hij totaal niet om de gelijkenissen met de Versys 650 heen kon, wil ik een lans breken voor de Kawasaki. CF Moto kopieerde dan wel de Kawasaki’s 649cc-twin, maar wel de oude. De ER6-tweecilinder was een toerengretig blok, waar weinig op aan te merken was. Tot Kawasaki met de Z650 kwam en een nieuw blok. Minder hoogtoerig en met een sterker middengebied, maar niks minder leuk. CF Moto nam dus het oude, uiteindelijk toch minder fijne blok van Kawasaki en kopieerde die voor het gevoel vrij achteloos. Je voelt een gelijkenis, absoluut. Alleen hier en nu, afgezet tegen zijn inspiratie en concurrentie, merk je dat de afstand tot de Japanners nog behoorlijk groot is.

Geen modderfiguur

Dan te bedenken dat de CF Moto 650MT op het eerste gezicht totaal geen modderfiguur slaat. Wat het uiterlijk betreft dan. Het design is wat belegen, maar de algehele indruk is goed. Je begrijpt dat de CF Moto goedkoper is dan de Japanners. Toch zie je niet meteen dat de 650MT € 2.700,- minder kost dan zijn duurste concurrent. Over de uitrusting is nog niet eens gesproken. Op de CF Moto krijg je rijmodi, tractieregeling en uiteraard ABS. Trouwens lijkt het lettertype van het ABS-stickertje zelfs overgenomen van Kawasaki. CF Moto-importeur BW Import hangt de 650MT slim vol met opties. Zonder meerprijs. Valbeugels en een verstelbare toerruit zijn leuk, maar vooral de koffers zijn pluspunten. Die hebben we voor de uniformiteit op de foto’s thuisgelaten. De koffers zijn wel een belangrijk voordeel voor de CF Moto. Hoe de Chinezen het voor elkaar gekregen hebben, weet ik niet, maar het koffersysteem is met afstand het beste systeem dat ik ooit heb gebruikt. De Givi’s en andere bagagemerken van deze wereld kunnen hier nog een puntje aan zuigen. Zo simpel, maar zo effectief. Volgend keer iets minder lomp maken en het is top.

Lees ook: MV Agusta Brutale 800 RR & MV Agusta Dragster 800 RR Dubbeltest

Niet te missen

Wanneer het ophangsysteem van de koffers het hoogtepunt is, weet je dat het niet best is. Dat ligt niet aan de afmontage. Upsidedown-vork en monoschokdemper zijn misschien merkloos, maar wel ruimschoots instelbaar.

CF Moto 650MT

De remmen zijn van het Spaanse J.Juan, waarvan BMW en KTM ook afnemers zijn. Zowel injectie als ABS zijn van Bosch en met de Metzelers is niks mis mee. Maar als je eenmaal in het zadel zit, valt het allemaal toch wat tegen. Het dashboard is net zo lcd als de rest, maar het oogt ronduit gedateerd en het aparte knopje voor de alarmlichten lijkt wel een niet te missen puist op je trouwdag. Dat de verstelling van het ruitje binnen handbereik zit, maakt het niet minder onhandig. Zelfs het ruitje van de Kawasaki verstel je gemakkelijker. Zet het gewoon in de hoogste stand en blijf eraf. Zeker door de deflectors heb je dan windbescherming te over.

Potentie

De zit is vervolgens ruim zat, zij het wat onderuit gezakt. Zodra de Chinese tweepitter loopt, hoor je de gelijkenissen met de Kawasaki, al is het wel een beetje blikkeriger. De versnellingsbak is van eenzelfde laken een pak – vergelijkbaar maar niet hetzelfde. Pas als je op pad bent en al die merkdingetjes en dat gekopieerde Kawa-blokje echt aan het werk zet, valt het uiteindelijk toch allemaal een beetje tegen. De remmen bijten bijvoorbeeld niet heel erg en als je écht moet remmen, moet je serieus knijpen. Remmen onder hellingshoek richt de motor op, wat enige spanning toevoegt aan het motorleven. CF Moto is met de 650MT een eind op de goede weg en ik zie de potentie. Alleen er is geen ontkomen aan dat de concurrentie, die op drie totaal verschillende manieren invulling geven aan het middenklasse-allroadsegment, stuk voor stuk beter zijn, maar ook duurder.

Bewonderenswaardig

Het is bewonderenswaardig hoe CF Moto zo veel kwaliteitsonderdelen op een motor kan leveren voor dit geld. Alleen verbleekt de Chinees uiteindelijk toch in dit vergelijk met wat zijn directe concurrenten. Waar je bij de Japanners smetjes specifiek kunt benoemen, lukt dat niet zo gemakkelijk bij de 650MT. Het is niet een specifiek ding, maar de motor boezemt over de gehele linie minder vertrouwen in. Zeker niet in vergelijking tot de drie fijne stuurfietsen in deze test.

Pluspunten CF Moto 650MT

Uitgebreide standaarduitrusting, beste koffersysteem ooit, lage prijs.

Minpunten CF Moto 650MT

Twijfelgeval tussen prijsknaller of valse zuinigheid?

Conclusie multitest: CF Moto 650MT, Kawasaki Versys 650, Suzuki V-Strom 650 en Yamaha Tracer 7

En zo werd een relatief simpele multitest uiteindelijk nog best een uitdaging. Op voorhand had ik niet durven denken dat de huidige Chinese motorfiets toch nog zo ver van de gevestigde orde van middenklasse-allroads zat. Je stelt je verwachtingen wel wat bij, maar zelfs dan onderstreept de CF Moto 650MT vooral hoe blij we mogen zijn met de standaard die de Japanners stellen. De Kawasaki stond misschien model voor de CF Moto 650MT, maar is in alles een betere motorfiets. Het is een grote vriendelijke reis met een klein en bruikbaar hartje. Toch zit je zelden zonder voldoende gang en kun je je lol niet op, zeker voor het geld niet. De Suzuki charmeert vooral, maar nog altijd niet per se met zijn looks. Het braafste jongetje van de klas wil ook gewoon liefde en daar kan hij op rekenen. Verrast elke keer, zo gemakkelijk als het vooral rijdt. Uiteindelijk wint de Yamaha met een neuslengte. Met een lichaamslengte van boven de 1,80m kan de motor wat krap aanvoelen, zeker tegenover de volwassener gebouwde Suzuki, Kawa en CF Moto. Toch is het CP2-blok een zalige krachtbron, stuurt het rijwielgedeelte veel gemakkelijker dan zou moeten en ziet de Tracer 7 er anno nu ook nog eens heel oké uit.

En wat CF Moto betreft, is de 650MT het misschien nog niet helemaal, maar houd je vast. De afgelopen tijd lanceerde het Chinese merk uit Wuhan haar eerste motoren die ze in samenwerking met KTM bouwen. Het design komt straks zelfs uit dezelfde pen – die van Kiska Design dus. Kortom, laten we dit snel nog eens doen. Voor nu is het een aardige mokerslag, maar het is niet uitgesloten dat CF Moto in de nabije toekomst wellicht zomaar eens terug kon slaan.