‘Bijna alleen maar Honda’s in mijn lijstje. Ik heb als arme student wel geleerd dat Honda’s ideaal zijn voor projecten, omdat er altijd zat reservespul te krijgen is, het behoorlijk betrouwbaar is en er best veel uitwisselbaar is. Ik weet ondertussen ook dat er nog veel meer nét niet uitwisselbaar is. Wat meermalen tot grote frustratie leidde. Al was mijn eerste motorfiets daar sowieso goed in. In een garage in een buitenwijk in Rosmalen stond een dolblije 17-jarige ik. Mijn pa keek toe hoe ik zeshonderd zuurverdiende euro’s leergeld aftikte. Ik had een Honda VFR400R NC24 gekocht. In hopeloze staat. Dit projectje was gedoemd om te mislukken, terwijl ik er gigantisch veel van zou leren. Zelfs met een tweede donor-VFR deed de motor het uiteindelijk nooit goed’
‘Zo werd de Aprilia RS125 in feite mijn eerste motorfiets, aangezien ik daar daadwerkelijk op kon rijden. Ook weer compleet verbouwd – ik kan niet van motoren afblijven, moet eraan prutsen –, maar misschien toch wel iets te. Het behoorlijk aangepakte blokje liep uiteindelijk finaal in de soep en ik heb nog elke dag spijt dat ik hem voor een aalmoes heb weggedaan. Niet zoals bij de Honda Hawk GT en CB1 die ik later kocht en snel weer verkocht, trouwens. Projecten van goede bedoelingen en waardeloze uitvoering. Blij dat ze weg zijn.’
Paspoort Nick Enghardt
Leeftijd
30
Woonplaats
Geldrop
Rijbewijs sinds
2011
Motorfiets
Honda CB360
Kilometerstand
geen idee…
In bezit sinds
2013
Aantal gekochte motoren
9
Aantal verkochte motoren
5
‘Ik raakte simpelweg afgeleid door de CB250RS en CB360 die ik kort na elkaar kocht. De CB250RS koste me 150 euro en een ijskoude rit van Arnhem naar Eindhoven in november en de CB360 moest met 1 euro per cc 356 euro kosten. Beide verknutselde ik flink en ik verwacht dat geen van beide ooit echt af zal zijn. Sportief spul dat ik in mijn stagetijd reed duwde me richting een CBR900RR FireBlade uit 2001 en een nieuwe liefde voor avonturenbrommers leidde naar een NX650 Dominator. Die vier staan er nog. Al doet geen een het momenteel… Dat is ook wel weer een thema bij mij.’
De Ducati Desmosedici GP3 is een motor die alle fans zich zullen herinneren: het is de eerste Ducati MotoGP-motor, van Loris Capirossi en Troy Bayliss. Een exemplaar uit 2003 werd verkocht op het online platform Ebay, de koper is onbekend.
Ducati Desmosedici GP3 was mijlpaal
De Desmosedici GP3 was zeer belangrijk voor Ducati en voor alle fans van de rode racers uit Borgo Panigale. In feite was het de eerste MotoGP-motor uit Bologna. De motor die door geleidelijke veranderingen het pad naar successen markeerde en het uiteindelijk ook behaalde met een wereldkampioenschap. En nu is een van deze motoren verkocht op Ebay.
Verkoper onbekend
De motor in kwestie was het exemplaar waarmee Troy Bayliss in zijn eerste jaar probeerde de concurrentie van het lijf te houden. Het bedrag waarvoor de Ducati werd verkocht is niet bekend evenmin als de naam van de koper. We mogen aannemen dat het een liefhebber is die de Ducati in zijn verzameling heeft staan. Of misschien wel in zijn huiskamer waar hij of zij er dagelijks van kan genieten. Het enige wat we nog kunnen vertellen is het serienummer van de Desmosedici GP3. Dat werd aangegeven in de advertentie: D16GP3TB1.
Alpine en MV Agusta hebben voor deze limited-versie van de Superveloce hun Franse en Italiaanse ontwerpkennis gecombineerd. De motor blijft grotendeels hetzelfde als de standaard Veloce, maar wordt ook geleverd met een Racing Kit die een Arrow-uitlaat, duozit en een speciale race-ECU bevat.
Aan de visuele kant wordt deze motorfiets geleverd in een zilverkleurige en blauwe kleurstelling als een ode aan Alpine Automotive. Verder zijn er Alpine badges en stickers zijn te vinden op de zijkant van de kuip. Op het de kroonplaat – waar anders – zit een plaat met het unieke nummer. Dat gaat niet hoger dan 110, want zoveel Alopines worden er gebouwd. Het getal is ook een verwijzing naar de klasieke Alpine A110 en de nieuwe. Het zadel is bekleed met een exclusieve Alcantara-stof. Op zijkanten prijken de vlaggen van de landen waar beide bedrijven zijn gevestigd. Prijs? Zo’n 36.000 euro zonder luxe-belasting.
Met de 2021 Trident 660 begeeft Triumph zich op nieuw terrein. De afwerking en prestaties hadden ze altijd al in de aanbieding, nu gooien ze bovenop die gekende kwaliteiten ook nog een sterk prijskaartje. Dat je dan compromissen moet sluiten, is onvermijdelijk. Wij zoeken uit in welke mate die van invloed zijn op de 2021 Triumph Trident 660.
Met de Street Triple-familie heeft Triumph al sportieve en goed bruikbare middenklasse nakeds in het gamma. Waarom moet er dan nog een Trident 660 bij komen? Wel omdat de mannen uit Hinckley bewust op een – lichtjes – ander publiek wil mikken. Daar horen minder ervaren rijders bij, maar zeker ook motorrijders die vinden dat minder dan 8.000 euro voor een middenklasse naked nog net binnen het juiste budget valt. De Trident moet dus zeer toegankelijk zijn.
Gooi al die kenmerken samen en je komt tot een motorfiets die een eigen identiteit heeft. Een motor ook die je allesbehalve als een basisversie van de Street Triple moet zien. We zijn daarom héél benieuwd hoe de nieuwe Brit het ging doen. Om dat uit te vlooien, vlogen we helemaal naar Tenerife. Alsof Covid-19 niet bestond en reizen heel normaal was. Maar we deden dat met niet al te veel tegenzin. Laat dat duidelijk zijn.
Testlocatie
Tenerife
Omstandigheden
Droog
Temperatuur
22 graden
Testkilometers
168
Bijzonderheden
Triumph slaagde er in om de internationale pers samen te krijgen in Covid-19-tijden en dit voor een presentatie van een verrassende middenklasser.
Slim bekeken
Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een betaalbare, toegankelijke en sportieve middenklasse naked maken. De meeste merken hebben er wel eentje, maar hier en daar wordt wel een loopje genomen met één van die kenmerken. Vooral ‘betaalbaar’ is niet altijd een vast onderdeel van het pakket. Dat is met de Triumph wel het geval. De Britten hebben bovendien goed in het archief gezocht. Daar lag nog een iconische naam, die ook recent niet gebruikt werd. En een blok dat zijn diensten ook al bewezen had. Wel werd het voor de Trident totaal hertekend, met onder andere een kleinere boring, langere slag en andere nokkenassen. En daar stond de Trident 660. Een concept dat zò logisch is, dat het gek lijkt dat ze er niet eerder aan gedacht hebben.
Waarom testen we hem?
Triumph staat bekend om prestaties, goede afwerking en algemene kwaliteit. Met de 2021 Triumph Trident 660 willen ze aan die kenmerken ook nog een lage prijs toevoegen. Gaat dat wel allemaal samen?
De Trident 660 moet het model worden waarmee Triumph grote volumes kan halen. Dat doen ze door te mikken op een breed publiek. Daarom is er ook een A2-versie, die het jonge volk zal aantrekken. Op papier klopt het allemaal, maar juist papier is gewillig. Wat telt is de praktijk. Dus reden we bij 22 graden op een spannende motor over een eiland voor de kust van Noord-Afrika.
Britpop
Laat het duidelijk zijn, de Trident 660 oogt niet als een budgetmotor en hij voelt ook helemaal niet zo aan als je er op stapt. De Britten winden er geen doekjes om dat de Kawasaki Z650, Yamaha MT-07 en Honda CB650R hun voornaamste concurrenten zijn. Dat zijn motoren die allen al hun strepen hebben verdiend. De Honda heeft wel een hogere prijs en ook als enige meer cilinders. Hoe meer zuigers, hoe meer geld. Het klinkt bijna logisch. Hoe dan ook gokt Hinckley er op dat er plaats moet zijn voor een driepitter in een markt die momenteel uitsluitend bevolkt wordt door twins en een vier-in-lijn.
Als de nieuwe Trident populair wil worden, moet hij niet alleen concurreren met gevestigde orde, maar ook iets nieuws op tafel brengen. Met het driecilinderconcept doet Triumph dat ontegensprekelijk. En alhoewel de prijs net onder de 9.000 euro blijft, vind je er toch mooie extra’s op zoals rij-modi, uitschakelbare tractiecontrole en een tft-display. Die vakjes zijn afgevinkt. Hoe zit dat nu in de praktijk?
2021 Triumph Trident 660: groter dan verwacht
Triumph vloog ons dus naar Tenerife om de Trident 660 uit te proberen. Dat had nogal wat voeten in aarde. Eerst was de test in Portugal gepland. Daarna in Spanje. Maar naarmate de tweede coronagolf groeide, werd het steeds moeilijker om journalisten in te vliegen. Wie het eiland toch wist te bereiken, moest zich door heel wat adminstratieve rompslomp worstelen, negatieve testuitslagen laten zien en een uur of twaalf met een masker op lopen. Dat is van het moment waarop je de luchthaven binnenstapt tot het ogenblik waarop je de deur van je kamer open zwaait. En eenmaal terug in je eigen huis, moest je verplicht tien dagen in quarantaine. Niet iedereen had dit er voor over. Gelukkig maakte de rit op de Trident 660 alles meer dan goed.
Eerste conclusie: de motor is groter dan je zou verwachten. De combinatie van de 805 mm zadelhoogte en de plaatsing van de voetsteunen, zorgt ervoor dat je heel comfortabel op de motor zit. Je knieën passen mooi in de uitsparing van de tank. Ook een collega die 1m 90 groot is, zat goed. En dan komt het.
Vanaf de eerste meters voel je dat alles klopt op deze motor. Al op de eerste meters op de Ruta Principal konden we al flink aan het gas draaien, want Tenerife is momenteel niet bepaald overstroomd door toeristen. En dan valt het op dat de 64 Nm koppel niet alleen zeer goed verspreid zijn, in een motor met een rijklaar gewicht van 189 kg zorgen ze ook voor een flukse acceleratie. Tractiecontrole uitschakelen op het bijzonder gemakkelijk te navigeren tft-display en een beetje spelen op de motor is geen probleem. Oké, dit zal niet de rijstijl zijn van de doelgroep die Triumph voor ogen heeft, maar een beetje testrijder verkent graag de limieten. En als je dat doet, voel je dat de Trident een motor is die zin geeft om te rijden. En dat die tractiecontrole haast onmerkbaar ingrijpt als dat nodig is. Je zou natuurlijk voor minder zin in om gas te geven krijgen als je de slingerwegen van de Teide-vulkaan oprijdt, maar toch. Dit is een motor die door zijn gebruiksgemak alle zorgen wegneemt. En meteen stel je dan vast dat Triumph zijn doel bereikt heeft. Dit is een hypertoegankelijke motor.
Intuïtief
De Trident heeft zo goed als alleen maar voordelen. De koppelkromme is eigenlijk eerder een vlakke lijn. Het koppel is zo gelijkmatig verspreid dat je tussen de 3.000 en 9.000 tpm altijd 90 procent van het maximum koppel van 64 Nm ter beschikking hebt. Dat zorgt ervoor dat je met deze middenklasser even schakellui kunt rijden als met een motor van een paar honderd cc meer.
Een korte bocht uitkomen in de derde versnelling, is helemaal geen probleem. De keerzijde van de medaille is dat er nergens in het toerengebied een echte punch zit. Rechtlijnigheid is hier hét sleutelwoord. En dat zorgt ervoor dat je heel intuïtief met de Trident gaat rijden. Niet of nauwelijks nadenken en puur genieten van je rit. Het past perfect bij het profiel van de doelgroep: jonge motorrijders die een gemakkelijke, betaalbare motor zoeken. Het verduidelijkt ook dat Triumph de waarheid spreekt met de bewering dat de Triumph geen concurrent is voor de Street Triple S.
Om tot dat resultaat te komen is de 660cc-metende drieclinder helemaal hertekend, met vooral een langere slag en een kleinere boring. In combinatie met een goed uitgebalanceerd rijwielgedeelte, zorgt dit ervoor dat je net zo gemakkelijk een gezapig tempo kunt rijden als sportief gassen. Breed inzetbaar, weet je nog?
2021 Triumph Trident 660: het comfort?
De Trident heeft twee rij-modi in de aanbieding en gezien de weersomstandigheden reden we zo goed als uitsluitend in de Road-modus. Rain kunnen we ongetwijfeld uitgebreid uitproberen bij een test over provinciale- en B-wegen in Nederland en België. Het kiezen van de rij-modus, het al dan niet uitschakelen van de tractiecontrole en de weergave van het kleine ronde tft-display instellen, is bijzonder eenvoudig. Daar kunnen een aantal andere fabrikanten echt een voorbeeld aan kunnen nemen. En over afstellen gesproken: de voorvork is dat niet. Maar we voelden tijdens de test ook helemaal niet de behoefte om iets aan de vork te veranderen. Graag hadden we er wel een quickshifter bij gehad. Niet om het record van de beklimming van de Teide scherper te kunnen stellen, wel omdat een quickshifter ook in het rijtje past van zaken die een motorfiets gemakkelijker te rijden maken. Triumph heeft de snelschakelaar in de – uitgebreide – optielijst staan. Daar gooit Triumph er meteen ook een kledinglijn tegenaan.
De motor die wij reden, was ontdaan van connectiviteit. Als tien testrijders tegelijkertijd hun smartphone proberen te koppelen voor vertrek, zorgt dat voor vertraging en een heleboel verwarring. Maar koop je een Trident bij je dealer, zit het er wel op. Triumph schotelde ons een demofilm voor zodat we konden zien dat alles wat om compatibiliteit met een smartphone draait, ronduit eenvoudig is. Triumph trekt hier de lijn door van de bediening van de modi en andere aan het tft-display gelinkte items.
En eigenlijk is die eenvoud in gebruik van toepassing op alle onderdelen van de motor. Alles gaat zo eenvoudig dat het ook vertrouwen kweekt. En dat is dan weer goed om meer genot uit je rit te halen. Er is genoeg grondspeling, de remmen werken goed, de ophanging is in standaardtrim goed afgesteld en het blok is uitmuntend. Kan het beter?
De tank met de Britse vlag is een optie.
De Nissin remklauwen leveren goed werk.
Het blok is vernieuwd en bouwt op Street Triple ervaring
De bediening van de instellingen is bijzonder eenvoudig.
Een eenvoudig maar mooi TFT dashboard
Conclusie 2021 Triumph Trident 660
We zijn aan de test van de Trident begonnen met open vizier. Figuurlijk dan, want het ging vanaf de eerste meters vrij snel en dan heb je liever geen rijwind in de helm. De Trident heeft ons vanaf die eerste meters overtuigd. Door zijn gebruiksgemak, door het koppel dat in deze middenklasser schuilt en door het gevoel dat alles klopt. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Het gebeurt niet al te vaak dat een fabrikant bij een nieuwe motor echt alles op een rijtje heeft. Dat is met deze Triumph wel het geval. En dat zal ook nodig zijn. De concurrenten die Triumph zelf in de mond neemt, hebben ook motorfietsen die zo goed als vrij van gebreken zijn. Triumph bestrijdt ze niet op eigen terrein. Het onderscheid zit ‘m in de breed inzetbare driecilinder. Vergeet niet dat Triumph profiteert van jaren ervaring met de Street Triple. Dat onderscheid is een troef op zich, maar de voornaamste pluspunten van deze motor zijn dat hij betaalbaar is, goed rijdt en veel rijplezier verschaft. Volgens breed gangbare normen zijn dat de essentiële kenmerken waarover een motor moet beschikken. Triumph heeft met zijn nieuwe Trident op dat vlak alle vakjes afgevinkt.
What’s in a name?
De Trident was er al in 1968 en werd simultaat door Triumph geproduceerd met de BSA Rocket, beide merknamen waren immers eigendom van de Birmingham Small Arms Company. Toen Triumph in 1990 opnieuw begon in Hinckley, kwam er opnieuw een Trident. Die bleef maar voor beperkte tijd in het gamma. Wat er wél al langer in de Britse line-up zit, is die andere naam van daarnet: de Rocket. De Rocket 3 is trouwens een motor die zijn naam meer dan verdient. Gezien de geschiedenis van de naam, zou je kunnen verwachten dat de Trident 660 ook een plaats krijgt in het Modern Classics-gamma. Maar, het is enkel de naam die dat zou laten vermoeden. De manier waarop de motor geconcipieerd is, plaatst hem vooraan in het rijtje van de roadsters. Als meest toegankelijke motor van dat gamma.
Geen concurrent voor de Street Triple S
In het roadster-gamma staan de Street Triple S en de Trident 660 gebroederlijk naast elkaar. Het prijsverschil tussen beide motoren bedraagt 500 euro. Toch ziet Triumph niet gebeuren dat de Trident kanibaliseert op de verkoop van de Street Triple S. ‘Nee, dit is geen concurrent voor de Street Triple S,’ stellen de Britten. ‘De S is immers het basismodel van de sportieve Street Triple-reeks. Terwijl de Trident 660 een toegankelijke roadster is die op een veel breder publiek mikt. Daar kunnen rijders met sportieve ambities bijzitten, maar ook (her)opstappers, commuters, motorrijdsters en A2-rijders.’
Je kunt argumenteren dat een verschil van 500 euro klein is tussen twee modellen en dat bijgevolg snel kan gekozen worden voor de Street Triple S. Maar wie dat doet, kiest eerder voor het model en de bijhorende sportiviteit, dan voor de brede inzetbaarheid van de nieuwe Trident 660.
Na de succesvolle introductie van de Aprilia RS 660 in Italië steken geruchten de kop op dat er een nog kleinere versie op komst is, namelijk de Aprilia RS 400.
Aprilia zou op het punt staan zijn gamma van A2-motoren uit te breiden met twee nieuwe 400 cc-motoren. Dat zou niet eens zo’n gekke stap zijn van Aprilia. Het zou ze een extra impuls geven door aan een segment te bouwen van legale lesmotoren. Die zitten dan onder de nieuwe RS 660 en de binnenkort uit te brengen Tuono 660 en de nog te bevestigen Toeareg 660. Nog een stapje hoger kom je uit bij de echte dikke Aprlia’s.
De kans is groot dat de nieuwe 400’s dezelfde strategie volgen als de 600’s. Ook dan kan Aprilia drie modellen bouwen rond hetzelfde platform. Op dit moment is er nog geen officiële bevestiging van de fabriek. Het zal ook nog wel even duren voor ze dat dat doen. Verwachte lancering van deze motoren: 2022-2023.
Het lange wachten is bijna voorbij, want de Harley-Davidson Pan America 1250 krijgt eindelijk zijn debuut. En wel op maandag 22 februari 2021.
Deze datum zal dus een einde maken aan een bijna drie jaar durende welles-nietes-periode.In juli 2018 kregen we voor het eerst met het Pan America-concept te maken. Begin dit jaar verliet Harley-Davidson het pad dat CEO Matthew Levatich met zijn More Roads-strategie had uitgestippeld. Dat plan beloofde 10 modellen in 10 jaar. Na het ontslag van Levatich werd de strategie ingeruild door het Rewire-plan. Dat betekende het einde voor de vele nieuwe modellen die Harley-Davidson ooit wilde maken. Het Adventure-project blijft bestaan, omdat het al in een heel ver stadium was aangeland. De huidige CEO Jochen Zeitz zag er geen probleem in het project voort te zetten.
Wat kunnen we verwachten van de Harley-Davidson Pan America 1250?
We weten van eerdere versies dat de Pan America een 60° vloeistofgekoelde V-twin heeft. Een blok dat meer 145 pk en 122 Nm koppel zal produceren.
Het aantal pk’s is niet om over op te scheppen. Er zijn Adventures die veel meer in huis hebben, maar het koppel suggereert een fors blok. Tussen de regels door lees je dat er straks een machine staat, die een enorme hoeveelheid koppel heeft laag in het toerengebied.
Onze Michael van der Mark testte de nieuwe BMW M1000RR voor het eerst op het Franse circuit van Miramas. Een dagje testen om de motor en zijn nieuwe team te leren kennen.
Na de eerste test van de BMW S1000RR op het circuit van Estoril, de dag na de afsluitende race van de WorldSBK 2020, heeft Michael van der Mark nu ook de kans gehad om de nieuwe BMW M1000RR te testen op het circuit van Miramas in Frankrijk. Een shakedown die alleen diende om het stuur en de voetsteunen aan te passen, maar die de Nederlander niet alleen in staat stelde om voor het eerst op de nieuwe motor te stappen, maar ook om de leden van het SMR-team te leren kennen waarmee hij het volgende wereldkampioenschap Superbike zal gaan rijden.
De volgende afspraak is gemaakt voor 20 en 21 januari in Jerez de la Frontera in Spanje, wanneer naast BMW bijna alle Superbike-teams die betrokken zijn bij het WorldSBK 2021 aanwezig zullen zijn.
Michael Van der Mark: ‘Deze shakedown op de BMW M1000RR in Miramas ging heel goed. Ik denk ook dat het heel nuttig was om met mijn nieuwe team te werken om aan elkaar te wennen. We hebben een paar dingen geprobeerd die we normaal gesproken niet kunnen testen tijdens een normale test. Ik denk dat het een belangrijke en positieve kans was, en ik was blij om weer op het circuit te zijn. Ik kijk uit naar de volgende test.’
Marc Bongers – BMW Motorrad Director: ‘Het is belangrijk om een shakedown te hebben met een nieuwe rijder, en het werk dat we in Miramas hebben gedaan was erg nuttig en productief. Michael kreeg de kans om voor het eerst met de BMW M1000RR op het circuit te rijden en zo de motor te leren kennen die hij volgend jaar in de WorldSBK gaat racen. Hij gaf ons ook wat eerste feedback over hoe we zijn motor kunnen aanpassen zodat hij zich comfortabeler voelt. Bijvoorbeeld op het gebied van ergonomie, zitpositie, stuurpositie en voetsteunen, maar ook op het gebied van elektronica. Dankzij deze informatie die we in deze test hebben verzameld, weten we welke kant we op moeten met Michael’s motor, zodat we goed voorbereid zijn op de eerste tests in 2021’.
‘Royal Enfield, de wereldleider in het midden-motorfietssegment (250 cc-750 cc), kondigt vandaag de Europese lancering aan van zijn geheel nieuwe cruiser, de Royal Enfield Meteor.’ Zo begint het persbericht van Royal Enfield dat kort na de Europese lancering van de Meteor werd verstuurd. In een zin gooit het merk al ’n bescheidenheid van zich af. Door je te positioneren als ‘wereldleider in het middensegment’ is een bewijs van zelfvertrouwen.
De oer-Royal Enfield.
Hoelang werd er meewarig naar Royal Enfield gekeken? Sinds de verhuizing naar India, meer dan een halve eeuw geleden? Je kunt ook zeggen zolang er 350- en 500cc-Bullets uit de fabriek rolden. Nieuwe classics waarop plastic juist misstond, motoren ook die je vrolijk maakten maar je verdomde het ze te kopen. Je wist wel beter. Ach, de goegemeente wist niet eens van het bestaan van Royal Enfield af, zo minuscuul en onbelangrijk. Tot de komst van de Continental GT, een proeve van bekwaamheid die lifte op de golven van de retro-manie. Of was het andersom: joeg Royal Enfield de gretigheid naar retro’s aan? Zeker is dat ze er vroeg bij waren.
Daarna ging het onverwacht snel. Nieuwe blokken, nieuwe modellen. Maar heel slim: alles is Royal Enfield. Het ronde van het overbemeten 650-blok, zo fifties of nog ouder. De aaibare Himalayan, de onbreekbare motor waarmee je de hoogste toppen overwon. Tenminste, als je geen haast had. Royal Enfield was hip and happening. Het ooit-anti motormerk werd omarmd en werd het icoon van het Alternatieve Motorrijden. Geen hi-tech, maar simpele techniek, niet overbodig veel pk’s maar genoeg om de Khardung la zonder morren op te rijden. En dan de Meteor 350, de nieuwste Royal Enfield die de Bullet moet doen vergeten. Een nieuw model voorzien van een nieuw blok waarvan veel wordt verwacht.
Rechts op het dashboard de TBT-navigatie dat op het Google Maps-platform draait.
Met standaard TBT-navigatie
Zelf omschrijft Royal Enfield de Meteor als een cruiser, geschikt voor het A2-rijbewijs. Naast keuze uit zeven kleuren heeft de Meteor ook drie verschillende uitvoeringen: Fireball, Stellar en Supernova. En welke variatie je ook kiest: Royal Enfield Tripper zit er standaard op. Dat is een Turn by Turn-navagatie dat gebruik maakt van het Google Maps-platform. De intuïtieve navigatie helpt je met simpele aanwijzingen je weg te vinden.
Originele Royal Enfield-accessoires
Gelijktijdig met het ontwerpen en ontwikkelen van de Meteor werden ook originele Royal Enfield-accessoires gemaakt. Denk daarbij aan functionele accessoires zoals duo-rugsteunen, touring windschermen, robuuste motor- en carterbeschermers, zijkoffers/tassen maar ook klassieke en verfraaiende accessoires inclusief diverse uitlaatdempers en schitterende touring zadels. Alle zijn voorzien van 3 jaar garantie. Naast accessoires voor de motorfiets is er ook gedacht aan de rijder zoals rijkleding, T-shirts en lifestyle accessoires.
Het nieuwe cruiser
Met een 349 cc lucht-oliegekoelde ééncilindermotor genereert de Meteor 20,2 pk en 27 Nm koppel bij 4.000 tpm. Dat resulteert in een ruim voldoende koppel bij lage toeren, een belangrijk kenmerk van een cruiser. Het nieuwe blok, met balansas, biedt een soepele en beschaafde rijervaring, terwijl er veel zorg is besteed aan het behoud van die essentiële ’thump’ van de Royal Enfield-krachtbron. Voor het bedieningsgemak heeft de motor een vijfversnellingsbak. De vijfde versnelling is een overdrive. Om lichter te kunnen schakelen in de staf heeft de Meteor een versnellingsbak met een zevenplaatskoppeling.
De verlichting voor en achter van de Meteor combineert de strakke, eigentijdse uitstraling van LED verlichting achter met de efficiënte en tijdloze uitstraling van een uitstekende Halogeen koplamp. De complete bediening vanaf het stuur en de daar bijbehorende (draai)stuurschakelaars zijn van topkwaliteit met een zachte knipoog naar het verleden.
Een Meteor heeft standaard lichtmetalen velgen en tubeless-banden, met een 100/90–19” aan de voorzijde en een 140/70-17-band aan de achterzijde. Voor zit er een 300mm-remschijf en achter een 270mm-remschijf gecombineerd met ABS. Een nieuw instrumentenpaneel combineert een analoge snelheidsmeter met ‘ouderwetse’ naald met de functionaliteit van een LCD-display voor essentiële zaken zoals een versnellingsindicator, brandstofmeter, klok en tripmeter.
De elektrische roadster Kymco RevoNEX gaat er echt van komen. Kymco laat weten dat de productie van plaats vindt in Italië.
Het is geen geheim dat Kymco een fabrikant is die de race naar de elektrificatie zeer serieus neemt. Eerst hadden we de SuperNEX-sportmotors. Toen het iONEX-oplaadsysteem en jongstleden de aankondiging van de F9-scooter.
Nu lijkt het er op dat de firma vastbesloten is om de elektrische naked RevoNEX, die we voor het eerst zagen op EICMA 2019, ook te gaan bouwen, en wel in Italië.
De verhuizing is voor het bedrijf heel logisch, want Europa is dé markt voor een high-end elektrische machine. Productielogistiek draagt ook bij aan het sluiten van de deal. De kosten voor het transport van de krachtige lithium-ionbatterijen van de Kymco RevoNEX kunnen extreem hoog zijn. Door de productie van de motorfiets naar Italië te verhuizen, worden die kosten enorm verlaagd.
Het nieuws werd bevestigd in een verklaring door Ke Shengfeng, de voorzitter van Kymco’s moedermaatschappij Gwangyang Group:
‘RevoNEX heeft sinds de lancering wereldwijd de aandacht getrokken. We blijven de nieuwste technologieën en innovaties gebruiken bij het creëren van de Kymco RevoNEX als een nieuwe generatie elektrische motorfietsen die de consument zal willen aanschaffen. Ik ben dan ook erg blij te kunnen aankondigen dat de massaproductie van RevoNEX voor het eerst zal worden uitgevoerd in een fabriek in Europa, waardoor het het eerste internationale elektrische product zal worden geproduceerd onder het Taiwanese merk ‘Made in Italy’ by Kymco.’
Productiedatum Kymco RevoNex nog niet bekend
Hoewel in de verklaring de productielocatie wordt bevestigd, is er nog geen datum genoemd waarop de productie van de Kymco RevoNex begint.
Wist je dat Yamaha maar twee decennia nodig had om 300.000 TMAX’en te verkopen? Ook in 2020 én ondanks Covid-19 ging de verkoop onverminderd voort. In de eerste 10 maanden van 2020 werden meer dan 13.000 Yamaha TMAX-modellen verkocht, een plus van 56% ten opzichte van vorig jaar. Maar da’s niet vreemd omdat eind 2019 de nieuwe Yamaha TMAX werd geïntroduceerd.
Yamaha XMAX nog belangrijker
Naast de TMAX heb je ook nog zoiets als de XMAX. En zo tegen kerst is het aardig on te weten dat deze sportscooter het nog beter deed in Europa. Vanaf 2005 deed een Yamaha-dealer ergens in Europa er 410.000 met een strik om. Enorme aantallen en je moet er niet aan denken wat er gebeurt wanneer deze bron van inkomsten zou opdrogen. Dan kan bijvoorbeeld Quartararo het financiële deel van zijn promotie naar het Yamaha MotoGP-team op z’n buik schrijven. Om maar wat te noemen.
Die scooters zijn dus enorm belangrijk. Om de swung er een beetje in te houden zijn de 2021 TMAX- en XMAX beschikbaar in nieuwe kleuren. Zowel de XMAX 300 als de XMAX 125, net als beide XMAX Tech MAX-opties, voldoen aan Euro5. De kleuren waaruit je kunt kiezen:
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.